The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage

Uit licht van Sivanada : september 2009   Vol. 508

BHRAAMARIE

Het kind moet een naam hebben
Bhraamarie betekent: zoals een bhramara of een bij.

De Gheranda Samhitaa en de Hatha Yoga Pradiepikaa zijn de meest bekende schriften over Hatha Yoga. Gheranda is de naam van een Yogi; samhitaa betekent: verzameling. Pradiepikaa betekent: licht. In beide schriften wordt bhraamarie vaag beschreven, maar de tekst is toch duidelijk genoeg om aan te tonen dat er nog iets meer mee wordt bedoeld dan louter zoemend in- en uitademen.

Gheranda zegt in vijf verzen dat de Yogi na middernacht, op een plaats waar geen geluiden van dieren enz. worden gehoord, moet inademen (poeraka) en de adem inhouden (koembhaka), terwijl hij de oren sluit met de handen. Hij zal dan verscheidene innerlijke geluiden horen in zijn rechteroor. Het eerste geluid (naada) gelijkt op dat van krekels, de volgende op dat van een luit, op dat van de donder, op dat van een trom, op dat van een bij, op dat van bellen, op dat van metalen gongen, trompetten, keteltrommen, mridanga (dubbelzijdige trom bespannen met geitenvel, het ene vel voor de basklanken, bespeeld met de linkerhand, is groter dan het andere voor de hoge klanken), militaire trommen, doendoebhi (keteltrom; overwinningstrom). Deze verscheidene geluiden worden gehoord door dagelijks deze koembhaka te beoefenen (koembhaka: als een koembha of pot; de longen worden gesloten als een pot; er wordt het inhouden van de adem mee bedoeld). Ten slotte wordt de anaahata-klank gehoord (anaahata: klank die opstijgt uit het hart en die wordt veroorzaakt zonder dat twee voorwerpen elkaar raken). Van deze klank (shabda) is er een weergalm (dvanih). In die weergalm is er een licht (jyoti). Met dat licht moet de geest (manah) worden versmolten (jyotir jyotir antargatam manah). Wanneer de geest opgeslorpt is, bereikt hij de hoogste verblijfplaats (parama pada) van de Aldoordringende (Vishnoe). Door succes in deze bhraa-marie praanaayaama bereikt men succes in samaadhi. Aldus Gheranda.

Yogi Svaatmaaraama, de auteur van de Hatha Yoga Pradiepikaa, leunt meer aan bij het zoemend ademen dat wij bhraamarie of bijadem noemen. Hij gebruikt het woord bhringa, wesp, in plaats van bhramara, bij, en wijdt één vers aan de oefening: "Door de lucht met kracht in te ademen (vegaadghosham poerakam) met het geluid van een mannelijke wesp (bhringa naadam) en hem heel langzaam (mandamandam) uit te ademen (rechakam) met het geluid van een vrouwelijke wesp (bhringie naadam) veroorzaakt (jaataa) deze Yogaoefening (abhyaasayoga) een soort extase (kaachidaanandalielaa) in de geest (chitte) van de Yogameesters (Yogiendras)."

Ik dacht aanvankelijk dat de inademing gebeurde met het geluid van een vrouwelijke bij of wesp en het uitademen met het geluid van een mannelijke bij of wesp, omdat het zoemend inademen, zoals de stem van een vrouw hoger klinkt dan het zoemend uitademen of de stem van een man, maar Gheranda had blijkbaar iets anders in gedachten. Het zoemend inademen is namelijk heel wat moeilijker en vraagt heel wat meer energie en mannelijke kracht, wat het zoemend uitademen helemaal niet doet. En wellicht vergelijkt hij daarom het inademen met het gezoem van een mannelijke wesp en het uitademen met het gezoem van een vrouwelijke wesp.

Wat de Hatha-Yogaschriften gemeen hebben is hun erg vaag taalgebruik. De Hatha Yogis schreven hun onderricht wel op, maar blijkbaar op zo'n manier dat alleen ingewijden er iets aan hadden als geheugensteun. Hun Yogapad is ook niet meer van deze tijd. Mensen kunnen nog onmogelijk aan de gestelde voorwaarden voldoen. Maar Hatha Yoga bevat toch vele nuttige elementen waarmee iedereen, ook in deze jachtige tijd, zijn voordeel kan doen. Blijf dagelijks oefenen, zodat je voorbereid bent als later hier meer informatie volgt.