The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage


DE WERELD IS ONZE VIJAND NIET

TOESPRAKEN IN DE VROEGE MORGEN DOOR SWAMI CHIDANANDA IN DE SAMADHI HALL VAN SWAMI SIVANANDA'S AASHRAM AAN DE GANGES

Ons doel is het non-dualistische Hoogste Zijn. Maar we leiden ons spiritueel leven te midden van de uiterlijke wereld. We zijn dan ook verplicht niet alleen te functioneren in de innerlijke spirituele wereld, maar ook in de uiterlijke spirituele dimensie, die zich manifesteert als iets grof, stoffelijk, fysiek, met een gevarieerde veelvuldigheid.

Te midden van deze schijnbaar verschillende factoren moeten wij hun interactie in overweging nemen. Moeten ze worden verdragen en ondergaan als een negatieve minusfactor in ons leven of moeten ze worden begrepen in een ander licht? Moeten ze worden gezien, gebruikt en tot voordeel gemaakt op zo een manier dat er, ondanks de dualiteit, geen tegenstrijdige gespletenheid tussen is?

Is er in dit verband iets dat de natuur ons te bieden heeft, enig inzicht, enige leiding? Is tegenstelling onvermijdelijk waar er dualistische factoren zijn of zijn het twee helften die uiteindelijk een geheel vormen, die complementair zijn en elkaar aanvullen? Wat is de juiste situatie?

In de Gietaa wordt ons gezegd dat we rekening moeten houden met de drie goenas, omdat we in prakriti, de kosmische natuur, leven. En prakriti bestaat uit drie goenas. Ze maken dus deel uit van ons leven. Sattva neemt ons opwaarts, rajas houdt ons op het horizontale vlak en tamas brengt ons neerwaarts. Schijnbaar zijn ze tegenstrijdig, maar het grote inzicht dat ons wordt gegeven is dat ze alle drie noodzakelijk zijn en dat ze alle een legitieme functie hebben. Ze zijn onmisbaar.

Als we de natuur observeren, zien we dat een boom bijvoorbeeld kan bestaan op een plekje grond, omdat zijn wortels diep doordringen in de aarde. Tegelijkertijd zorgen de wortels ervoor dat de grond stevig bijeen wordt gehouden. De wortels verschaffen als het ware een structuur en de grond zorgt ervoor dat de boom stevig verankerd staat. Er is een dualiteit en toch schijnt dat in het voordeel van beide te zijn. De grond is noodzakelijk voor de boom en ook de boom geeft iets aan de grond.

Wij worden omringd door een wereld van vele dingen. Zijn ze nodig? Zijn ze onnodig? Zijn het zovele hindernissen in onze spirituele ontwikkeling? Wat zijn ze precies? Als ze onnodig waren, had God ze daar niet geplaatst. Als ze nodig zijn, moeten ze een doel hebben. Wat is dit doel? Onze spirituele vooruitgang hinderen? Zovele hindernissen, zovele moeilijkheden? We moeten hier diep over nadenken en ons voordeel doen met deze beschouwingen.

Soms dienen schijnbaar tegenstrijdige factoren een doel. Ze wekken in ons bepaalde mogelijkheden op, bepaalde beslissingen, bepaalde sterke voornemens, zoals: "Ik moet dit overwinnen!" Ze vormen een uitdaging en als wordt verwacht dat je je verstand gebruikt, hoe moet dan de uitdaging worden aangepakt en hoe moet je de moeilijkheid overwinnen? Het zijn factoren die vele positieve dingen op gang brengen in onze geest. We zien het als een uitdaging; wij gebruiken ons verstand om na te gaan hoe we hiermee kunnen afrekenen. Ze brengen de kracht van juiste voornemens en vastberadenheid teweeg.

Het zijn dus stimulerende factoren van binnenuit, die anders niet zouden worden gestimuleerd. We zouden afgestompt en lui zijn. Omdat ze het innerlijke aspect van ons wezen, het antahkarana (innerlijk instrument), stimuleren, zijn ze dus niet helemaal negatief. Ze dienen een positief, constructief doel, dat verder gaat dan hun interactie.

Zonder roeispanen kan de boot niet vooruitgaan. Zonder boot zijn de roeispanen nutteloos. Ze dienen dan geen doel. Wanneer ze er samen zijn, kunnen ze ons helpen de rivier over te steken. De boven- en de ondertanden zijn niet in oorlog met elkaar. Beide zijn noodzakelijk als we ons voedsel behoorlijk willen kauwen. Dit is de manier waarop we ons leven, de dingen en factoren zouden moeten zien, zowel uiterlijk als innerlijk. God is heel en al intelligentie. Hij maakt geen fouten, begaat geen blunders.

Alle andere levensvormen, ongeacht hoe sterk, hoe dynamisch en hoe goed uitgerust ze ook mogen zijn, wanneer ze op een hindernis stuiten, veranderen ze van richting. De mens alleen vraagt zich af hoe hij ze kan aanpassen, hoe hij ze kan overwinnen. Hij denkt er niet aan van richting te veranderen. Hij blijft vooruitgaan. Als hij aan een rivier komt, bouwt hij een brug. Als een berg in de weg van de spoorweg staat, maakt hij een tunnel. Dit heeft ons iets te leren. De mens alleen doet dit. Geen enkel ander schepsel.

Alle dingen zijn er dus omdat ze nodig zijn. Ze testen ons, ze stellen ons op de proef. In hoever zijn we echt oprecht? In hoever zijn we vastbesloten? Wat is de kwaliteit van onze betrachting, hoe authentiek, echt en waarachtig is ze? Ze zijn dus noodzakelijk. Ze dagen ons uit. Ze bieden ons een manier om ons spiritueel leven te evalueren. Ze dragen dus bij tot onze betekenisvolle vooruitgang.

Als we hen op die manier beginnen te begrijpen en zien, zal onze reactie erop veranderen. We zullen niet zo vaak worden overmeesterd door neerslachtigheid of achteruitgaan of de mogelijkheden tot vooruitgang betwijfelen wanneer deze negatieve dingen ons lastig komen vallen. We zullen ons vertrouwen niet verliezen en de moed niet laten zakken wanneer we beginnen in te zien dat al deze dingen noodzakelijk zijn, dat ze ons komen testen en trainen om de in ons sluimerende mogelijkheden op te wekken. Het zijn uitdagingen.

Wanneer ze op die manier worden gezien, daagt voor ons een nieuwe visie. Je benadering ervan is dan intelligent. Alle reacties erop worden positief; geheel je leven en je spiritueel leven en saadhanaa (oefening) nemen een nieuwe koers. Je reageert niet langer op een negatieve manier. Je reageert op een positieve manier: "God zond al deze dingen; ze zijn noodzakelijk. Ik moet proberen te begrijpen op welke manier ik er mijn voordeel kan mee doen, op welke manier ik er gebruik kan van maken."

De gehele benadering is er dan ook niet een van gebrek aan zelfvertrouwen of verwarring of onzekerheid en twijfel. De gehele benadering is heel positief en begripvol. Ze is creatief en constructief en ze bestaat uit een voorwaartse beweging. Dit is het licht waarop we de wereld waarin we leven zouden moeten zien en de manier waarop wij onze spirituele oefening zouden moeten volbrengen. De wereld wordt dan gezien met een verschillende betekenis; hij is dan geen vijand of tegenstrever.

Maar er zijn dan de Schriften die het tegenovergestelde beweren. Ze noemen de wereld maayaa, een val, een gebondenheid. Ze noemen hem een jungle waarin je verloren loopt, een net waarin je zult worden gestrikt. Dit heeft een reden. Ze zeggen het opdat we voorzichtig en zorgvuldig te werk zouden gaan. Dat is alles. Als je immers niet intelligent en oplettend bent, dan zul je er door je onoplettendheid en je gebrek aan onderscheidingsvermogen bindende factoren van maken. Niet dat ze dat zijn. Ze zijn er gewoon om ons te zeggen: "Hier zijn waardevolle dingen, maar als je er niet juist mee omgaat kunnen ze een strop rond je nek worden. Open dus je ogen, ga omzichtig en zorgvuldig voorwaarts."

Toen de mensheid nog op een veel lager ontwikkelingspeil stond en de menselijke intelligentie nog niet ten volle was ontwikkeld, was het misschien nodig dat negatieve beeld op te hangen, maar dat is nu niet langer noodzakelijk. Maar we laten de overblijfselen daarvan nog in ons leven voortwoekeren. Het is goed een mate van voorzichtigheid in acht te nemen in ons spiritueel leven. Zoveel moeten we inzien terwijl we van deze wereld en van alle dingen erin een waardevol deel van onze training en spirituele opvoeding maken.

De manier waarop we met de hele wereld omgaan, zodat hij niet langer een vijand en een hindernis wordt, moet aan de interactieve situatie een positieve houding en benadering toevoegen, zodat we al deze dingen kunnen gebruiken voor ons welzijn. Moge Gods genade en de zegeningen van de Goeroe ons in staat stellen deze intelligente daad te stellen en er voordeel uit halen. God zegene ons allen!