The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage


GANDHI, Zijn Missie en Boodschap

Toespraak van Swami Chidananda op 2 oktober 1953 in Sivananda Aashram, Rishikesh,
tijdens de viering van Gandhi's geboortedag

Vandaag is een dag van grote voorspoed en met een grote betekenis, daar het de gedenkwaardige dag is waarop de Heer ons meer dan tachtig jaar geleden een kostbare gift schonk in de vorm van een gezegende en glorierijke zoon van Hem, een zoon die de belichaming was van al de grote goddelijke deugden die voortvloeien uit de zetel van de Godheid, de deugd van wonderbaar mededogen, de deugd van absolute zuiverheid, de deugd van absolute waarheidszin en loyaliteit en Dharma, die alle een mens bijna goddelijk maken. Want dit is de dag waarop Mahatma Mohandas Karamchand Gandhi het levenslicht zag in het fortuinlijke en trotse Rajkot in Saurashtra.

Wij noemen het een gezegende en glorierijke dag, omdat hij door zijn komst op deze aarde een golf op gang bracht van vernieuwd Dharma, van een nieuwe kijk op de dingen, een nieuwe en sublieme zin voor waarden en een nieuwe houding jegens het menselijk leven en de activiteiten van de mens op deze stoffelijke, uiterlijke wereld. Toen dit kind opgroeide en tot man werd, leerde de wereld hem kennen als een onverschrokken kampioen van alles wat edel en groot is, van alles wat waardigheid schenkt aan de mens en alles dat idealistisch en eeuwig is en niet louter maar een vergankelijke, tijdelijke waarde heeft. Mahatmaji, de grote ziel zoals hij terecht werd vereerd in latere jaren, werd voor India en door de Indiase context voor de hele wereld een symbool van het goede, het glorierijke, het nobele en het bijna goddelijke. Dit levende symbool van verhevenheid, van daivie sampat (goddelijke deugden) of goddelijke aishvarya (spirituele weelde) werd de bron en de oorsprong van een nieuwe kijk op het leven in het hart van de bewoners van Bharatavarsha (India). Hij gaf aan India een nieuw levenspatroon, individueel zowel als publiek en persoonlijk, zowel collectief en sociaal als politiek. Dit patroon dat Mahatma Gandhi ons gaf was gebaseerd op het Sanaatana Dharma (de eeuwige religie; eigenlijke naam van het hindoe•sme), de zuiverste essentie van alle grote religies, want hij was een man met een brede visie, een grote universele visie, die werkte volgens het patroon dat hij aan India en aan de wereld gaf door zijn eigen glorierijk persoonlijk leven.

Op deze dag gedenken wij met grote dankbaarheid de gift die God ons schonk en ook de diensten van Mahatma Gandhiji, de Vader van de Natie, die hij met liefde en spontanïteit bewees tot de laatste dag van zijn leven voor de wederopstanding van Dharma en het herstel van Bharatavarsha en voor de vestiging van blijvende vrede op deze wereld, door de grote doctrine van ahimsaa (geweldloosheid) op alle domeinen van de menselijke activiteit. Aldus uitdrukking gevend aan onze dankbaarheid doen we er ook goed aan ons een beeld te vormen van dat waarvan deze grote ziel was gemaakt. Want zo doende zullen we beter in staat zijn tenminste een uiterst klein gedeelte te vereffenen van de grote schuld die we tegenover hem hebben. De meest doeltreffende wijze om uitdrukking te geven aan onze dankbaarheid en om tenminste een gedeelte terug te betalen van onze schuld is door het ideaal hoog te houden dat hij ons levendig voor ogen hield en ook door te proberen naar beste vermogen dat patroon te volgen en in zijn voetstappen te treden.

Door ons op deze gedenkwaardige dag te herinneren waar Gandhiji voor stond en voor leefde zullen we enthousiast, geïnspireerd en vervuld kunnen zijn van een innerlijke kracht en van de drang om intenser te streven en met een grotere oprechtheid om ook van onszelf een klein model te maken van het ideaal, dat hij ons voor ogen hield. Door te proberen Mahatmaji te zien zoals hij echt was, zullen we ontdekken dat zijn activiteiten slechts het kader waren waarbinnen hij in alle details zijn zoektocht naar de Waarheid uitwerkte, al speelden zijn activiteiten zich grotendeels af in de politieke sfeer van de natie. Al scheen hij aan politiek te doen in de ogen van degenen die hem bezig zagen, voor hem was zijn politieke activiteit slechts de vorm die zijn zoektocht naar de Waarheid aannam. Hij heeft heel duidelijk gezegd dat politiek slechts het minste deel van zijn leven was en dat het echte deel van zijn leven een onophoudelijke zoektocht was naar de grote Werkelijkheid in en door alle activiteiten, door alle namen en vormen waarmee hij in contact kwam. Hij zei: "Mijn dienst in de vorm van politieke activiteiten voor de schijnbaar zichtbare mensheid is in werkelijkheid mijn verering van de ene Waarheid die ik tastbaar voel en gehuisvest zie in het hart van alle mensen. Deze Waarheid zoek ik te verwerkelijken door ze te vereren met mijn onzelfzuchtige, motiefloze en liefdevolle actie." Hij was een groot Karma Yogi, die alle activiteiten als een eredienst zag. Door zijn dienen en door zijn vereringvolle activiteiten zocht hij de Waarheid te verwerkelijken die haar schrijn heeft in het hart van allen, de nederigen, de vertrapten, de verdrukten en de noodlijdenden. Zijn gehele activiteit in het leven vormde zijn saadhanaa (spirituele oefening) voor de verwerkelijking van de Waarheid, zijn Yoga van de verwerkelijking van de Waarheid, immanent in de hele wereld.

Zodra wij dit groot feit in verband met Mahatmaji's leven zien, begrijpen wij de schijnbare paradox van zijn vermenging met zulke volstrekt onpolitieke elementen als Raam-Naam, Gietaa, gebed en andere spirituele en religieuze factoren in zijn leven. Deze grote ziel kreeg geen klein beetje kritiek, zowel tijdens zijn leven als daarna, voor de schijnbare mengelmoes die hij van de dingen maakte door religie en spiritualiteit te vermengen met politiek die door de doorsnee mens worden gezien als volstrekt tegenovergesteld en zelfs tegenstrijdig en onverenigbaar. Maar deze kritiek hield geen rekening met de mening die Mahatmaji had als een ware hindoe. Voor de ware hindoe is alle leven in welke sfeer het zich ook afspeelt, sociaal, politiek, zakelijk of wat ook, slechts een middel tot een eeuwig doel. De essentie van de hindoe cultuur is dat het leven van de mens een middel is voor het bereiken van een spiritueel doel, waarvoor hem deze zeldzame menselijke geboorte werd gegeven. Als je met dit inzicht de gehele structuur van de hindoe natie, de sociale structuur, de politieke structuur, de structuur van kaste en alle aspecten van het hindoe leven analyseert, zul je ontdekken dat ze alle doordrongen zijn van dit doel van spirituele verwerkelijking. Verscheidene gebruiken, tradities, wetten, alles, rechtstreeks en onrechtstreeks doen de hindoe bewegen naar dit verheven doel, namelijk het bereiken van de Zelfverwerkelijking en de verlossing uit de kluisters van het wereldse bestaan. Dit inzicht was altijd al aanwezig in het hart van Mahatmaji. Hij wist dan ook dat zijn leven slechts een middel was voor het bereiken van dit doel. We zien dat zijn hele leven, persoonlijk zowel als publiek, gebaseerd was op de beginselen van het Sanaatana Dharma. Hij droeg de essentie ervan altijd in zijn hart.

De leidinggevende Schrift in Mahatmaji's leven was de verheven universele Schrift, de Shriemad Bhagavad Gietaa, die werd verklaard als de essentie zelf van de verheven Oepanishads, die door hindoes worden vereerd als de uiteindelijke openbaringen, de Bhaagavata, het Mahaabhaarata en al de Poeraanas. Zijn hele leven baserend op het evangelie van de Gietaa klampte hij zich vast aan die uit twee lettergrepen bestaande Taaraka Mantra, de goddelijke Raam-Naam. De mensen wisten niet precies of hij een politicus was of hij een dokter van het lichaam, de geest of de ziel was of hij een sociale hervormer was of een morele hervormer; ze konden niet begrijpen wat hij was. Wanneer ze Gandhiji echt leerden kennen, ontdekten ze dat hij een man van God was. Hij was een uitmuntende zoeker, hij was een toegewijde en een Yogi. Zijn bron van kracht, van intu•tie en van zijn wonderbare vrede en sublieme kalmte, de rust die hij bracht waar hij ook kwam lagen in Raam-Naam. Neem de geschriften van Gandhiji, neem zijn brieven, neem een nummer van de Harijan, neem een opname van een van zijn gesprekken, je zult altijd zien dat hij er telkens weer de nadruk op legde dat de oplossing voor alle persoonlijke problemen en moeilijkheden, zorgen en rampspoed Raam-Naam is. Tegen studenten, tegen ouders, tegen de jeugd, tegen politici zei hij: "Als je voor een onoverkomelijke moeilijkheid of probleem staat, neem dan een toevlucht in Raam-Naam en Raam-Naam zal je te hulp komen." Dit voorschrift gaf hij onveranderlijk aan iedereen welke ook de moeilijkheid was. Zelfs tegen zieken die hem benaderden voor een remedie. Hij gaf hen een of ander voorschrift uit de naturopathie, maar hij zei ook: "De genezing moet eigenlijk van Raam-Naam komen. Welke maatregelen je ook neemt, houd Raam-Naam in gedachten, het Woord dat de bron is van de hele wereld, dat goddelijk Woord zal je uiteindelijk geluk en welzijn geven."

Bovenop het feit dat hij zijn leven baseerde op het evangelie van de Gietaa en dat hij zich in de levensstrijd vastklampte aan de gewijde Raam-Naam, door dik en dun, in zonneschijn en regen, in alle zorgen en moeilijkheden. Gedurende zijn hele leven volgde hij nog een andere sublieme methode om altijd in contact te blijven met het doel van de Zelfverwerkelijking, met de Innerlijke Waarheid. Hij gaf die aan de mensen in de vorm van zijn dagelijks gebed. Mahatmaji was een man van gebed. Gedurende zijn gehele leven, tijdens de meest stormachtige periodes van zijn politieke carrire, of hij in de gevangenis zat of niet of hij op reis was of niet, in welke toestand ook, ongeacht de staat van zijn gezondheid, nooit miste hij zijn dagelijks gebed. Op het einde van de dag, toen de zon op het punt stond onder te gaan en de hele natuur tot rust kwam in de stilte van de avond, toen de schemering neerdaalde over het land, trok hij zich gedurende een tijd terug uit de uiterlijke omstandigheden en zagen we hem met gebogen hoofd en in eerbied verzonken in de diepte van een intens gebed. We zagen Mahatmaji zitten in diepe meditatie over de Schepper, over de Waarheid van de mensen. Zijn gebed sloeg hij niet één enkele dag over. Voedsel kon hij missen, rust kon hij missen, maar dit voedsel voor de ziel, deze communie met de Eeuwige Werkelijkheid, de in het hart verblijvende Waarheid miste hij nooit.

Met deze drie middelen gaf hij aan geheel Bharatavarsha en aan de hele wereld een waar patroon van het leven van een zoeker. We zien dus dat onder de oppervlakte van zijn activiteit de Mahatma een echte zoeker was, een minnaar van God, een toegewijde, een man van gebed, een man van geloof in de goddelijke Naam en een man die in de voetstappen trad van het grote evangelie van de Gezegende Heer.

Zijn gehele leven was hij standvastig in het volgen van de drie kosmische beginselen van volmaakte zuiverheid, volmaakte waarheidszin en volmaakte geweldloosheid, zelfs jegens de minste van Gods schepselen. Hij was altijd standvastig in het volgen van de universele wetten, die de één makende fundamentele basis vormen van alle geloven, religies, alle sekten en geloofsovertuigingen. In welk land ook, door welke profeet ook, welke religie er ook op de wereld kwam, worden deze fundamentele beginselen gevonden als de gemeenschappelijke basis, het hart, de kern en de essentie van elke en iedere religie, elke en iedere uitspraak van de grote profeten. Om deze universele wetten te tonen, werd hij er een levende belichaming van, een volmaakte verpersoonlijking van deze drie fundamentele deugden doorheen zijn hele leven en onophoudelijk, bij elke gelegenheid, heeft hij een leven gepredikt dat gebaseerd is op ahimsaa, satyam en brahmacharya, door gebed, door de beoefening van de Goddelijke Naam en door de religie van vereringvolle handeling. Het is dit patroon dat Mahatmaji aan de wereld gaf door zijn voorbeeldig leven. Wij zijn de erfgenamen van dit grote ideaal dat hij aan de wereld schonk.

Laten we dan ook bidden tot de Heer alsook tot Mahatmaji en de andere heiligen en wijzen en profeten, die eeuwig zijn, dat ook wij deze grote erfenis waardig mogen zijn, die ons werd nagelaten door deze grote ziel en dat we in staat mogen zijn te leven volgens dit sublieme patroon en van onszelf echte zoekers, toegewijden maken, die vaststaan in de universele deugden en die altijd hun kracht putten uit de Goddelijke Naam en een leven van vereringvolle activiteit leiden en dat we altijd zo fortuinlijk mogen zijn om dit verheven doel te bereiken waarvoor we werden geboren als menselijke wezens op deze aarde.