The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage


MEDITATIE


J. P. Vaswani

Een vriend ontmoette mij een tijd geleden. In de loop van het gesprek zei hij: "Je zult gelukkig zijn te horen dat ik een speciale studie over meditatie heb gevolgd onder een expert. Ik weet nu alles over meditatie."

Niemand kan alles over meditatie weten door het onderwerp te bestuderen onder een expert. Om te weten wat meditatie is, moet je mediteren. Studie alleen leidt nergens toe. Welk nut heeft een fles medicijn als de zieke er niet van drinkt? En welk nut heeft een bril voor een blinde?

Om te weten wat meditatie is, moet je in jezelf gaan en steeds dieper zinken. Niemand kan dat voor je doen. Je moet het zelf doen. Je moet het lawaai van je weerspannige geest stil maken. Je moet jezelf ontdoen van alle trots en passie, zelfzucht, zinnelijkheid en traagheid van de ziel. Je moet sluier na sluier verwijderen tot je de meest innerlijke diepten bereikt en de zuivere witte vlam aanraakt.

Zoals elke spirituele ervaring is meditatie iets dat niet van buiten ons kan komen. Het is juist dat in de beginstadia van je spirituele ontplooiing aan het innerlijke leven vorm wordt gegeven door het uiterlijke leven. Wat je denkt en voelt, wat je leest en hoort, wat je zegt wordt weerkaatst in de uren van stilte. Daarom is het dat je een uiterste zorg moet dragen voor je uiterlijke leven. Je moet waken over je gedachten en gevoelens, je verwachtingen en begeerten, je woorden en daden.

Meditatie is naar binnen kijken door een andere opening in de geest te maken. Het is zich afkeren van alle uiterlijke voorwerpen om Hem te zoeken, die door de rishis (zieners, wijzen) Ekamevaadvitiyam, Eén zonder weerga, de ene enige Werkelijkheid wordt genoemd. Meditatie is een innerlijke bedevaart waarin laag na laag van onwerkelijkheid wordt weggescheurd. De pelgrim gaat verder door negatie: neti, neti, niet dit, niet dit! "Deze zijn niet God, ik zoek Hem alleen."

De pelgrim gaat steeds dieper in de stilte. In de stilte begrijpt hij het geheim van echte vrijheid. In de stilte ontdekt hij dat hij geen schepsel is dat wordt gebonden door ruimte en tijd, maar dat hij een kind van de Eeuwigheid is. En Eeuwigheid is hier en nu. Hij is niet het ge•soleerde schepsel dat hij meende te zijn. Hij is "een golf van grenzeloze diepte". Hij is één met alle leven, met de hele schepping. Hij is alles in alles; alles is in hem!

Op deze tocht naar de Allerhoogste hebben wij de genade en de leiding nodig van een Godmens, iemand die leeft en beweegt en zijn wezen in God heeft. Hem noemen wij een Leraar, een Goeroe. Een verlicht mens, een mens van Licht is beter dan duizend mensen die misschien wel duizenden boeken hebben gelezen. Als je wilt binnengaan in het geheim van het leven, het geheim dat God is, ga en zoek iemand die zuiver en heilig en vrij is. Door zijn genade zul je het gemakkelijk vinden het pad te betreden, dat door de Oepanishads "de snede van een zwaard" wordt genoemd".

Om te groeien in meditatie moet je je terugtrekken uit de uiterlijke wereld van lawaai en opwinding. Je moet in stilte gaan.

Er zijn twee soorten lawaai: uiterlijk en innerlijk. Het is gemakkelijk het uiterlijke lawaai te ontlopen. Er zijn overal plaatsen waar het kabaal en het rumoer van de stad niet doordringen. Maar het is moeilijk het lawaai te stoppen dat vanbinnen is, de herrie van botsende gedachten en begeerten.

Terwijl je in stilte zit, stel je vast dat dingen en gedachten waaraan je minst van al aandacht schenkt tijdens de waaktoestand opstijgen uit nergens en als zwermen muggen je vrede verstoren. Hoe meer je probeert ze opzij te schuiven, hoe opdringeriger ze worden.

Wat moet je doen? Doe niets! Blijf stil zitten, als een stille toeschouwer die de afwisselende sc¸nes van de rusteloze geest waarneemt. Zit zoals ik jaren geleden in een theater waar ik naar een toneelstuk keek. De acteurs verschenen op het toneel, speelden hun rol en verdwenen dan: ik bleef de hele tijd zitten kijken. Kijk op die manier naar de gedachten die opstijgen uit ongekende diepten in een schijnbaar eindeloze opvolging. Het zijn niet jouw gedachten. Je hebt er niets mee te maken. Ze komen; laat ze komen. Ze zullen spoedig verdwijnen en de kwartieren van je geest reiner en schitterender achterlaten dan voordien. Ze zijn het vuil en het afval die zich opstapelden in de cellen van de geest tijdens je leven of misschien gedurende vele eeuwen. Als het vuil en het afval worden weggewassen, heb je redenen om je te verheugen. De slechte geur die vrijkomt in dit proces moet je niet afschrikken noch de geest onrustig maken. Mettertijd wordt de geest kalm en helder als de oppervlakte van een meer op een windvrije dag. Zo'n geest wordt een bron van onbeschrijfelijke vreugde en vrede. Veelbetekenend zijn de woorden van de Oepanishad: "De geest alleen is de oorzaak van de gebondenheid van de mens; de geest is ook het instrument voor de verlossing van de mens."

Om in stilte te zitten moet je leren stil te zijn, niets te doen. "Hoe meer een mens doet", zegt een Engelse mys-ticus, "hoe meer hij is en bestaat. En hoe meer hij is en bestaat hoe minder er in hem van God is en bestaat." Om stil te zijn moet je de kunst leren jezelf te scheiden van de veranderende stemmingen van de geest, van zijn vluchten die veel sneller zijn dan de snelste straaljager.

Eén eenvoudige oefening zal blijken heel hulpvol te zijn. Stel je de geest voor in de vorm van een kamer. Kies in die kamer een hoek en maak hem schoon. Ga dan zitten in die hoek en sla rustig de capriolen en acrobatie'n van de geest gade. Als je je er los kunt van maken, heb je het juk van de geest afgeworpen. Je hebt dan de tirannie van het ego gebroken, dat slechts een hindernis is tussen jou en je God. Je bent dan gegroeid in dat ware bewustzijn dat, te midden van je dagelijkse plichten, je hart gevestigd zal houden op de Ene Goddelijke Werkelijkheid.

Nog een andere oefening zal blijken heel nuttig te zijn. Offer je geest, terwijl je in stilte zit, aan de lotusvoeten van de Heer. Telkens je geest wegschiet met een bepaalde invalshoek moet je hem snel en rustig naar de lotusvoeten terugleiden Als je een uur lang niet meer hebt gedaan dan de geest terugleiden naar de lotusvoeten waar hij zich ver van verwijderde, dan heb je dat uur niet verspild. Geleidelijk aan wordt de geest rustig en zal hij proeven hoe zoet het is in stilte te zitten.

Herhaal terwijl je in stilte zit de Goddelijke Naam of mediteer over een of ander aspect van de Goddelijke Werkelijkheid of een voorval uit het leven van een mens van God. Herhaal de Naam, maar niet alleen met de tong. Herhaal hem met het hart. Herhaal hem met liefde en aanbidding. Herhaal hem met tranen in de ogen. Herhaal hem tot je hem niet langer kunt herhalen; tot je verdwijnt uit jezelf, tot je ego oplost en je in de aanwezigheid van de Eeuwig Beminde zit.

We kunnen ook mediteren over een vorm van God, over Krishna of Jezus, over Boeddha of Naanak, over een wijze of een heilige. Er mag echter geen gehechtheid aan de vorm zijn; je moet uiteindelijk alle vormen achter je laten. Veelbetekenend zijn de woorden van Eckhart: "Hij die God zoekt in een vaste vorm staart zich blind op die vorm en mist de God die erin verborgen is." Mediteer over de vorm waartoe je je aangetrokken voelt, ga er daarna aan voorbij. Ga in de vorm om de Vormloze te ontmoeten!

Het leven van meditatie moet versmelten met het leven van werk. Je mag je wereldse plichten en verplichtingen niet verwaarlozen. Trek je gedurende een tijd terug uit de wereld en geef je ten volle aan God. Keer daarna terug naar je dagelijks werk en bekrachtig het met de energie van Bewustzijn. Dat soort werk zal de wereld zegenen. Dat soort werk zal God zelf doen nederdalen op aarde. Werk van de goede soort is een brug tussen God en de mens. Klamp je met één hand vast aan Zijn Lotusvoeten en doe met de andere hand je dagelijks werk.

Het probleem is dan hoe God niet te vergeten te midden van je veelvuldige activiteiten.

1. Pauzeer van tijd tot tijd gedurende een kort ogenblik, zo vaak je kunt, en verhef je hart in een liefdevol gesprek met God. Spreek met Hem als met een goede vriend. Aanroep Hem in tijden van tegenspoed en bekoring. Zelfs als je voet uitglijdt, steek je armen uit en roep: "Heer, hef me op!" Vraag Hem bij jou te zijn tijdens je dagelijkse bezigheden en maak zodoende van al je kleine daden een communie met Hem, die geen werken nodig heeft, maar die al te graag liefdeoffers aanvaardt.

2. Doe niets wat je vrede van geest en hart verstoort. Regel je dagelijks leven op zo'n manier dat het de innerlijke kalmte versterkt en ze niet wegneemt. Vermijd overwerk. En wees niet gehaast in het doen van dingen. Doe je werk rustig, bedaard en met liefde, met je hart en geest toegewijd aan de lotusvoeten van de Heer. Je ziel zal dan sterk worden en de wereld rondom jou zal glimlachen.

3. Trek je midden van je werk, ja, zelfs te midden van je kiertan en eredienst, telkens een kort ogenblik terug in de innerlijke kwartieren van je hart en spreek daar tot God, staar naar Zijn prachtig gezicht, raak de boord van zijn gewaad aan, grijp zijn lotusvoeten. Doe dit van tijd tot tijd gedurende de dag en de nacht. Waarlijk gezegend zijn deze korte ogenblikken van intiem contact waarin je doordringt in de diepten van je ziel en alles wat je hebt en wat je bent offert en je dankbaar voelt voor Zijn eeuwigdurende genade en liefdevolle tederheid.

Dit kan niet worden waargemaakt in een dag, een week of een maand. Maar niets is onmogelijk voor degene die in geloof en devotie de weg van abhyaasa, het pad van oefening, volgt. Verklaart de Heer niet in de Gietaa:

Hoe moeilijk en onmogelijk het ook moge schijnen, toch kun jij, O Arjoena, het bereiken door standvastige inspanning en oprechte devotie. Ga dus de weg van de oefening!

En zoals de Chinezen zeggen: "Een reis van duizend mijl begint met de eerste stap." We mogen dan nog zo ver van het doel verwijderd zijn, zelfs als we maar één stap zetten in de juiste richting, ben je vooruitgegaan op het pad. En voor elke stap die we zetten om Hem te bereiken, zet hij honderd stappen om dichter bij jou te komen. Want terwijl wij denken dat wij Hem zoeken, is het in werkelijkheid Hij die ons zoekt.