The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage



Van buiten naar binnen
Meditatie is de zevende trede in het achtvoudige Yogapad. Er gaan zes treden aan vooraf: yama, niyama, aasana, praanaayaama, pratyaahaara, dhaaranaa. De laatste twee treden zijn dhyaana en samaadhi. Dit zijn de Sanskrit termen. Om bij jezelf te komen in je wezenlijk IK, zonder er iets aan toe te voegen, zoals bijvoorbeeld de Boeddha, Swami Sivananda en vele andere hemelbestormers deden, zijn dit de stadia.

Meditatie moet dus worden voorbereid. Je kunt niet gewoon gaan zitten en zeggen dat je gaat mediteren. Je hebt je geest jarenlang de vrije teugel gegeven. Je kunt dan ook niet verwachten dat hij zonder slag of stoot zal volgen. Je moet hem trainen met geduld en inzicht. Je zult aan hem dan een heel nuttig instrument en een goede dienaar hebben.

Het begint met de buitenkant of met andere woorden met relaties. Niemand is immers een eiland. Je leeft met medemensen, met dieren, met de hele schepping. Je vrijheid eindigt waar andermans vrijheid in het gedrang komt.

Het staat in de voorwaardelijke wijs
Om van de wereld een plaats te maken waar het goed is te leven, zou iedereen zich moeten onthouden van elke vorm van geweld, hij zou zich aan de waarheid moeten houden, hij zou de theorie dat stelen de snelste manier is om rijk te worden niet in toepassing mogen brengen, hij zou zijn seksuele kracht niet mogen gebruiken op een oneigenlijke en verwerpelijke manier en hij zou zich niet mogen aanmeten wat hij niet verdient. Dit zijn dus geen Yogaregels, maar universele regels (mahaavratas), die overal en in alle tijden van kracht zijn.

Wat is geweld?
De daad is niet bepalend, het motief is bepalend. Het geweld, de leugen enz. zitten immers niet zozeer in wat je doet of zegt, maar wel in wat je drijfveer is. Toen de doodstraf nog werd uitgevoerd, moest de beul van Frankrijk vanuit zijn dorp naar Parijs met de trein om er een veroordeelde terecht te stellen met de guillotine. Maar toen hij in de gevangenis aankwam, zei men hem dat hij terug naar huis mocht, want dat de doodstraf was omgezet in levenslange opsluiting. Toen hij veel te vroeg thuiskwam, vond hij zijn vrouw met haar minnaar in bed. Razend kwaad gooide hij de minnaar door het raam. Toen hij voor de rechter verscheen, zei hij: “Edelachtbare, ik heb al zoveel mensen gedood en telkens werd ik er goed voor betaald. Nu wil ik er evenwel geen geld voor.” De rechter zou niet akkoord gaan. De daad is gelijk, maar het motief verschilt. In het eerste geval deed hij gewoon zijn plicht. Hij was een staatsambtenaar. En iemand moet de wet uitvoeren. In het tweede geval stelde hij een daad van passie en pleegde hij geweld.


De eerste niyama is: houd het lichaam rein vanbinnen en vanbuiten. Was het netjes en stop er geen junkvoedsel in, maar eet voor de maag en niet voor de tong met de wijsheid in gedachten dat de maag geen tanden heeft. Verlies je ook niet in negatieve gevoelens en gedachten. Leer tevredenheid. Dit is de tweede niyama. Stel op prijs wat je hebt en zeur niet over wat je niet hebt, maar wees tevreden. Tapas of versterving is de derde niyama. Leer zelfbeheersing. Vast bijvoorbeeld af en toe of ontzeg je eens iets waar je erg op gesteld bent. De vierde niyama is svaadhyaaya, studie. Laat geen dag voorbij gaan zonder een boek van wijsheid te hebben geopend en er enkele regels of een paar bladzijden te hebben in gelezen. De vijfde is Ieshvarapranidhaana, overgave aan Ieshvara, die onveranderlijk aanwezig is in alles wat verandert en vergaat, zoals vuur in hout, zoals boter in melk, zoals olie in zaad, zoals intelligentie in het brein, zoals water in rivierbeddingen. Hij is Dat wat je oog niet kan zien, maar door wat het oog ziet, Dat wat je oor niet kan horen, maar door wat het oor hoort, Dat wat het intellect niet kan begrijpen, maar wat de intelligentie is van je intellect, Dat wat de adem in en uit doet stromen en je hart doet kloppen, Dat wat de wind doet waaien en het vuur doet branden, Dat wat dichterbij jou is dan je eigen kransslagader, Dat wat dichterbij jou is dan jijzelf, maar waar Hij is moet jij gaan. Zo zul je je leven hervormen en de meester worden van je geest.


Terloops
Onlangs stuurde iemand mij een mail met een interessante vraag. Hij had gelezen dat een leraar tegen zijn discipel zei dat die de drie soorten zonden moest vermijden. De vraag was: wat betekent dit? Het antwoord is eenvoudig genoeg: je kunt zondigen in de geest, met woorden en met het lichaam. De leraar bedoelde dus de zonden begaan met de spraak, de geest en het lichaam.


De zithouding
De derde trede gaat over aasana, houding. Deze trede heeft niet zozeer betrekking op de relatie met het lichaam, maar op het lichaam zelf dat meer is dan vlees en beenderen. Elke activiteit heeft een eigen houding. Slapen doe je veelal liggend. Mediteren doe je veelal zittend. Voor meditatie is een goede stevige zithouding van groot belang.

Zo’n houding is voor een moderne mens natuurlijk niet vanzelfsprekend. Zelfs de kleermakerszit vindt hij al moeilijk, al wordt ze in de Yogaliteratuur Soekhaasana (gemakkelijke houding) genoemd. Hier komen de Yogaasanas of Yogahoudingen te hulp. Ze zullen je helpen geleidelijk aan zo’n zithouding mogelijk te maken. Dat ze het lichaam gezond, sterk en soepel maken is meegenomen.

Het is een grondregel dat je de methode van iets beter begrijpt als je weet wat haar doel is. Het doel van aasanas is het lichaam zo te trainen dat het er als het ware niet meer is, dat je met andere woorden kunt gaan zitten met de benen gekruist en dat het lichaam je op geen enkele wijze meer hindert.

Er zijn vele Yogaleraren actief die niet echt weten waarover het gaat en die geen degelijke opleiding hebben genoten. Ze zijn selfmade en ze modderen maar wat aan. Nogal wat turnleraren, therapeuten, mind-fulnessleraren enz. lezen een boek over Yoga, volgen enkele lessen en zetten schaamteloos Yoga op hun programma. Er heerst dan ook verwarring alom. De oude klassieke aasanas bijvoorbeeld geeft men allerlei fantasienamen, zoals de kniekus en de tang voor pashchimottanaasana, de kaars voor sarvaangaasana, de gebroken kaars voor viparieta karani moedraa, de palmboom voor vrikshaasana enz. Pashchimottanaasana is de voorwaartse buiging zittend; de naam betekent letterlijk: de houding die de westkant heft; hindoes mediteren met het gezicht naar het oosten, de rug werd dan ook de westkant genoemd. Sarvaangaasana is de alle-delenhouding, zo genoemd wegens haar regelende invloed op de schildklier, die in de houding wordt uitgeperst als een spons. De schildklier heeft invloed op het gehele lichaam en ook op de geest. Vandaar de naam. Viparieta karanie moedraa is de moedraa (zegel) van de omgekeerde beweging. Vrikshaasana is de boomhouding, een evenwichtshouding.

Meditatie in het dagelijks leven
Mensen trainen in de Yogales hun lichaam. Ze maken tijd voor de les en doen met geduld mee naar beste vermogen. Als het meezit doen ze er ook thuis iets aan. Maar dat laatste is jammer genoeg en zo zeker als wat verre van een algemene regel. En dat heeft meestal niets te maken met onwil, maar met tal van andere factoren.

Dat ze het lichaam oefening moeten geven om het in conditie te houden of te brengen en om de gezondheid te bevorderen en op peil te houden, begrijpen ze heel goed. Daar moeten ze zelfs niet over nadenken. Maar als het over meditatie gaat, vinden ze het allemaal niet meer zo vanzelfsprekend en houden ze afstand. Toch is er eigenlijk geen verschil. Zoals het lichaam, zo moet ook de geest worden getraind. Zoals het lichaam moet worden verlost van stoffen die er niet in thuishoren, zo moet ook de geest worden gezuiverd. Zoals het lichaam tot rust moet worden gebracht, zo moet ook de rusteloosheid van de geest aan banden worden gelegd. Zoals de vereenzelviging met het lichaam moet worden doorbroken, zo moet dat ook worden gedaan met de geest. Maar de mentale oefeningen zijn natuurlijk abstracter en subtieler en worden vaak in verband gebracht met godsdienst en roepen dan ook nogal wat weerstanden op. En ze kunnen natuurlijk in het begin nogal lastig en vervelend zijn.

Toch is oefening voor de geest hoogst nodig, ze is van evenveel belang voor de gezondheid van het lichaam, vooral in deze tijd waarin spanning, stress en onrust alomtegenwoordig zijn.

De geest van moderne mensen werkt in de meeste gevallen chaotisch, is verward en rusteloos. Ze worden geplaagd door hun zintuigen. De behoefte aan zintuiglijke activiteit wordt steeds groter, de zintuigen worden steeds veeleisender. Mensen kunnen op de duur niet meer genieten van gewone, dagelijkse dingen. Ze gaan voor kicks, zoals het woord luidt.


Deze soetras of aforismen betekenen gewoon dat de zintuigen doen wat de geest doet. Als je geest chaotisch werkt en rusteloos is, vertonen je zintuigen ook een chaotisch gedrag en zijn ze rusteloos. Zien ze bijvoorbeeld iets dat seksueel getint is dan raak je onmiddellijk opgewonden. Je zintuigen springen van de hak op tak. Als je geest echter zuiver en rustig is dan bezorgen ze je geen moeilijkheden. Maar om dat te bereiken is oefening nodig. In het begin is de oefening zoals gezegd lastig en vervelend. Er moeten nieuwe groeven in de geest worden gemaakt. Je moet tijdens de meditatie de geest steeds weer terugbrengen naar hetzelfde punt. Zijn beweging moet stelselmatig worden beperkt. Mettertijd zal hij vreugde scheppen in de meditatie en hij zal op dat verwijlen waarover je mediteert.

Het onderwerp van concentratie is belangrijk
Een scherpschutter moet een goed getraind lichaam hebben. Zijn handen mogen niet beven. Hij moet zijn lichaam goed kunnen ontspannen en hij moet het volledig onder controle hebben. Hij moet zich perfect kunnen concentreren. Hij heeft een lichaam en een geest waar een Yogi terecht jaloers mag op zijn.

Er is evenwel een hemelsbreed verschil. Met kampioenstitels in zijn achterhoofd concentreert de scherpschutter zich op de schietschijf. Met de verlichting in het achterhoofd concentreert de Yogi zich op de Ultieme Werkelijkheid.

Wat is dat de verlichting?
Wijzen uit een lang vervlogen tijd zeiden al dat je in wezen iets hoogst wonderbaars bent, dat je in wezen zo wonderbaar bent dat er geen woorden voor zijn.

Commentaar:
Govinda: herder; naam van God, tevens de naam van Shankara’s Goeroe
Vedaanta: veda of weten; anta of einde, dat wil zeggen het hoogste weten
Agocharam: onmeetbaar

Dit is Shankara’s openingsvers van zijn meesterwerk Kroonjuweel van het onderscheidingsvermogen. Hij begint met meditatie over de Ultieme Werkelijkheid of God. Hij zegt dat die Werkelijkheid onmeetbaar is. Ze ligt buiten het bereik van de spraak en de geest. Je kunt ze niet vatten in woorden. Je kunt ze evenmin begrijpen. Maar ze is zijn-baar. Maar daarvoor moet je de geest overstijgen.

Dit was een ervaring die de wijzen verwierven door langdurige ascese, intens zelfonderzoek en systematische meditatie. Ze moesten op dat pad het hoofd bieden aan vele moeilijkheden. Ze moesten vele hindernissen overwinnen. Uiteindelijk ontdekten ze ook dat hun geest de enige moeilijkheid was. Ze ontdekten dat hij een geduchte vijand is, maar dat hij ook de allerbeste vriend is als hij door de beoefening van Yoga werd gezuiverd, getraind en tot bondgenoot gemaakt.

Meditatie over licht

Dit is een wonderbaar, inspirerend vers uit hoofdstuk XIII van de Bhagavad Gietaa dat als titel heeft De Kennis van het Onderscheid tussen het Veld en de Kenner van het Veld. Het lichaam wordt een veld genoemd, omdat men er zijn karma of de vruchten van zijn daden op oogst.

Commentaar:
De grote elementen zijn de vijf subtiele elementen ether, lucht, vuur, water en aarde. Vanwaar hadden ze het idee dat er vijf elementen zijn? Heel eenvoudig, we nemen de natuur waar met vijf zintuigen en we zien hem in vijf vormen: etherisch, gasvormig, in de vorm van vuur of hitte, in een vloeibare en vaste vorm. Ze worden subtiel genoemd, omdat ze de materie doordringen. In de natuur zoals we hem waarnemen bestaan de elementen in een grove vorm.

De ik-maker of ahamkaara (egoïsme) is een zelfaanmatigend beginsel dat de oorzaak is van de grote elementen. Het intellect (boeddhi) is er de oorzaak van. Het werpt licht op waargenomen voorwerpen. Avyakta of het ongemanifesteerde of de energie of Shakti van de Ultieme Werkelijkheid is de oorzaak van het intellect. De tien zintuigen zijn de vijf zintuigen van waarneming en vijf zintuigen van actie (zich voortbewegen, grijpen, de spraak, de voortplanting en de uitscheiding). De ene is de geest of manas. Zijn functie is denken en twijfelen. De vijf zintuiglijke voorwerpen zijn de vijfvoudige ervaring via vijf zintuigen,

Deze beginselen of tattvas (elementen) vormen het geraamte van de zintuiglijke wereld. Het zijn mentale toestanden en eigenschappen van het lichaam. Het lichaam wordt een veld (kshetra) genoemd, omdat men er de vruchten van zijn daden of karma op oogst. Samghaata of aggregaat of de lichaamservaring is dat waardoor iedere cel als het ware weet dat ze tot een welbepaald organisme behoort. Bij de dood verdwijnt dat gevoel en keert ieder element terug naar zijn bron. Water gaat naar water, ijzer gaat naar ijzer enz. Met andere woorden het lichaam gaat tot ontbinding over.

De Kenner van het veld of Kshetragnya is Bewustzijn of het Zelf. Bewustzijn is geen product van de hersenen, zoals wetenschappers beweren. Bewustzijn was er eerst en de hele schepping is er een manifestatie van.

In de verzen die volgen, namelijk verzen 8 tot en met 12 geeft Krishna een interessante definitie van gnyaana of kennis in de betekenis van kennis van de Kenner of Zelfkennis. Zelfkennis is natuurlijk een woord dat op de keper beschouwd geen steek houdt Je kunt jezelf immers niet kennen, om de zeer eenvoudige reden dat jij het bent die kent. Je kunt het vergelijken met je ogen. Ook die kun je niet kunt zien, omdat zij het zijn die zien.

Hij geeft eigenlijk geen definitie van gnyaana, maar van dat wat tot gnyaana leidt. Hij somt eigenschappen op die leiden tot wijsheid. Het zijn Zijn eigenschappen. Het zijn ook de eigenschappen van degene die de verlichting zoekt. Als deze eigenschappen op een onbezoedelde manier in een mens worden gezien, mag men aannemen dat hij een verlichte wijze is.

Ieder van de achttien hoofdstukken eindigt met dit vers. De Bhagavad Gietaa noemt er zichzelf een Oepanishad in. De Oepanishads zijn de filosofische sluitstukken van de Vedas, die niet gemakkelijk te begrijpen zijn. Krishna brengt hun inhoud op een voor iedereen bevattelijke manier.

De Gietaa noemt zich ook de wetenschap van de Eeuwige of Brahmavidyaa of wetenschap van de kennis van het Absolute. Ze noemt zich ook de Schrift van Yoga. Ze is het Yogaboek bij uitstek. En ze is een gesprek tussen Arjoena en Shrie Krishna. Arjoena is de zoekende mens. Krishna spreekt met de stem van de eeuwige Vedische wijsheid.