The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage


Ashtaanga Yoga

Uit: Licht van Sivananda, januari 2002, vol. 435

Yama, niyama
Aasana, houding
Praanaayaama
Pratyaahaara
Dhaaranaa, concentratie
Dhyaana, meditatie
Samaadhi

Hoe ze aan ons Heer zijnen baard trekken

Op woensdag 29 augustus 2001 verscheen in Het Laatste Nieuws een artikel over Yoga. "Welke soort is geschikt voor u?" vraagt de schrijver van het artikel. Hij laat je de keuze: Iyengar Yoga, Ashtaanga Yoga, Sivananda Yoga, Vini Yoga, Dru Yoga, Mana Yoga, Hatha Yoga. Iyengar is een Yogaleraar die actief is in Amerika. Sivananda Yoga ("een zachte vorm van Yoga die zeer ontspannend is", zegt het artikel) is Integrale Yoga. Vini Yoga en Dru Yoga? Ik ben de namen wel eens tegengekomen in Yogabladen. Over Mana Yoga heb ik nog nooit iets gehoord. De naam Hatha Yoga is natuurlijk welbekend, maar degenen die zeggen het te beoefenen, maken zichzelf iets wijs, zoals iemand zou doen die met één vinger Frère Jacques op de piano kan spelen en beweert dat het klassieke muziek is. Met zijn definitie van Ashtanga Yoga spant de schrijver evenwel de kroon: "Wordt ook wel Ashtaanga vinyasa yoga of power-yoga genoemd. Hier wordt de nadruk gelegd op de elkaar steeds opvolgende bewegingen en houdingen. Power-yoga wordt veel sneller uitgevoerd dan de andere yogavormen. Ashtaanga yoga leunt erg dicht aan bij aerobics." Zo aan ons Heer zijnen baard trekken! Ik beweer niet dat er geen kwibussen zijn die hun krachtpatserijen Ashtaanga Yoga noemen. Je moet in deze moderne wereld over niets meer verbaasd zijn. Maar ze verdienen dan wel een standbeeld voor stupiditeit.

Yama, niyama

Ashta betekent: acht; anga betekent: deel. De tweede klinker is dus lang: ashtaanga. De achtdelige Yoga. Dit is de Paatanjala Yoga of Yoga van Patanjali, de grondlegger van de klassieke Yogafilosofie of Yogadarshana. Darshana betekent: zienswijze. De acht delen of treden zijn: yama, niyama, aasana, praanaayaama, pratyaahaara, dhaaranaa, dhyaana, samaadhi (Yoga Soetra II 29). (Zie ons boek Yogakompas.)

Als je Yoga wil gaan beoefenen zijn relaties de eerste hindernis. Yama heeft tot doel harmonie te brengen in je relaties. Je bent verbonden op vijf wijzen met je medemensen, met dingen en dieren, met andere woorden met de hele schepping. De eerste van de yamas is ahimsaa, geweldloosheid. Dit is een belangrijke factor in de omgang. De tweede van de yamas is satyam, waarheidszin. De derde is asteya, niet stelen. De vierde is brahmacharya, kuisheid. Je bent ook met je medemensen verbonden op het vlak van seksualiteit. De vijfde yama is aparigraha, het niet aanvaarden van geschenken of van wat men niet heeft verdiend, vrij zijn van hebzucht. (YS II 30.) Goeroedev zei: "First deserve, then desire. Verdien eerst, begeer dan." Dit is een belangrijke yama, want hebzucht is de grootste van alle menselijke zwakheden. De zak van de duivel is nooit vol, zei grootmoeder ook.

Patanjali noemt yama een mahaavrata (YS II 31), letterlijk: een grote gelofte. Daarmee bedoelt hij dat het van toepassing is voor alle wezens, waar ook ter wereld. Het zijn dus geen typische Yogageboden of -verboden. Niemand ontsnapt aan deze regels. In relaties is er altijd sprake van geweld of geen geweld, al is het maar verbaal geweld of psychisch geweld, van waarheid of onwaarheid, feiten of verzinsels. Iedereen wordt geconfronteerd met mijn en dijn. In iedereen leeft een seksuele kracht die op de juiste manier moet worden gekanaliseerd of het loopt mis. En iedereen moet zijn hebzucht aan banden leggen. Mahatma Gandhi zei: "Er is genoeg op deze wereld to fulfil everybody's need, but not everybody's greed (om te voorzien in wat iedereen nodig heeft, maar niet in wat iedereen begeert)." Om het kort te maken, yama is een evenwicht in zijn relaties scheppen, zodat de Yogabeoefening mogelijk wordt.

De niyamas zijn (YS II 32): shaucha, santosha, tapas, svaadhyaaya, Ieshvarapranidhaana. Dit is psychohygiëne. Hoe moet je omgaan met je eigen lichaam en geest? Shaucha betekent reinheid, innerlijk en uiterlijk. Je kunt er niet ongewassen bijlopen en je moet eten voor de maag en niet voor de tong. Santosha is tevredenheid. Tel je gaven en je voordelen en lamenteer niet over wat je niet hebt. Mijn achterkleindochter kreeg van haar moeder voor haar vierde verjaardag een kasteel. Het was verpakt in een grote kartonnen doos. Het kasteel stond al na korte tijd in een hoek en werd niet meer bekeken, maar ze speelde twee weken aan een stuk met de kartonnen doos tot die aan flarden hing. Tapas is versterving. De luxe van vandaag is de noodzaak van morgen. Beperk je behoeften. Maak het lichaam niet week en zwak. Verdraag ongemakken met de glimlach. Slapen in een zacht bed kan iedereen. Maar als je al eens moet slapen in een hard en oncomfortabel bed en niet mort en sakkert, is dat een teken van Yoga. Tapas is afgeleid van tap, branden en betekent: hitte. Het lijden en de ongemakken die eigen zijn aan dit leven verbranden allerlei onzuiverheden. Je kunt ze op die manier bekijken: als gelegenheden om je van allerlei innerlijk ballast te ontdoen. Svaadhyaaya is studie. Niet van boeken over een of ander onderwerp, maar van boeken van de hand van wijzen over datgene wat je in je diepste wezen bent. Dit houdt je enthousiasme op peil. Ieshvarapranidhaana wordt vertaald als overgave aan Ieshvara of God. Het is Godbewustzijn of Zelfbewustzijn. Er is een Werkelijkheid die ongeboren en onvergankelijk is. De zintuigen kunnen haar niet waarnemen, maar door haar kracht nemen de zintuigen waar. De geest kan haar niet bevatten, maar door haar kracht denkt de geest. Ze is niet iets anders. Ze is je eigen wezenlijke Zelf. Een spirituele leraar gaf zijn discipelen een banaan die ze moesten opeten waar niemand hen zag. Eén leerling slaagde voor de test en maakte de leraar gelukkig. Hij bracht de banaan terug, want overal zag Ieshvara hem. Dit is Ieshvarapranidhaana. "Richt je liefde op Ieshvara als je verlossing wilt", zong Toekaaraam, "je vindt Hem niet diep onder de aarde, noch hoog in de lucht. Hij is altijd dichtbij jou. Waarom ga je dan overal op zoek?" (Dit prachtige lied staat op CD: Lagaale prema Ieshvara se: CD nr. 1.)

Aasana, houding

Aasana betekent: houding. In Raaja Yoga, zoals de Yoga van Patanjali ook wordt genoemd, betekent het meer bepaald de zithouding. Deze anga of trede wordt besproken in de Yoga Soetra II 46 tot 48. II 46: "Sthirasoekhamaasanam." Sthira betekent: vast; soekha betekent: gelukkig, gemakkelijk. De houding (aasana) moet vast en gemakkelijk zijn. II 47: "Prayatnahsaithilyaanantasamaapattibhyaam." Dit is het aforisme in het Sanskrit. Prayatna: inspanning, oefening; shaithilya: mild en standvastig; ananta: eeuwig, eindeloos; samaapattibhyaam: (de geest) zichzelf hervormend of door meditatie. De letterlijke vertaling luidt dus: "Door milde en ononderbroken oefening en meditatie over de oneindigheid." Met andere woorden: de aasana wordt vervolmaakt door de neiging tot beweging en vereenzelviging aan banden te leggen en door meditatie over de oneindigheid. Door meditatie over de oneindigheid wordt de geest afgeleid van het lichaam en wordt de houding vast en gemakkelijk. Ananta is ook de mythische slang met duizend koppen die de aarde schraagt. Ook meditatie over de duizendkoppige slang maakt het lichaam standvastig. II 48: "Tatodvandvaanabhigaatah." Dit beschrijft het effect van volmaaktheid in de aasana (aasanajaya). Vertaling: "Dan (tatah; dat wil zeggen, door vervolmaking van de aasana ) wordt men vrij van de verstoring (abhigaatah) door de tegenstellingen (dvandah)." Men wordt niet langer gekweld door hitte en koude, plezier en pijn en alle andere tegenstellingen. Het lichaam wordt als het ware een niet-lichaam. Je oversteeg zijn beperkingen.

In de Bhagavad Gietaa wordt de zithouding beschreven in hoofdstuk VI vers 13: "Romp, hoofd en nek rechtop houdend, onbeweeglijk en vast, kijkend naar de top van de neus, met niets ziende blik." In de Shvetaashvaropanishad II 8 vind je de volgende beschrijving: "Het lichaam in een rechte houding plaatsend, borst, nek en hoofd rechtop houdend, de zinnen en de geest in het hart terugtrekkend, moet de wetende alle beangstigende stromen (neigingen van de geest die worden veroorzaakt door onwetendheid) oversteken met het vlot van Brahman (het Absolute)."

In de dorpen van India zie je hoe gemakkelijk mensen met hun benen gekruist zitten. Venters zitten op hun kraam, uren lang. Bij ons is de zithouding veelal een marteling. Je leert het maar op één manier: door oefening. Dagelijks wat Yogakriyaas en -houdingen zijn daarbij een grote hulp. Soekhaasana of de gewone kleermakerszit is voor de meeste mensen de beste houding. Iemand legde zijn ene voet op de kuit van zijn ander been en kreeg na enkele weken erge kniepijn. Hij veroorzaakte een abnormaal grote druk op de knie van het kuitbeen dat hij belastte. Zoiets moet worden vermeden.

Zit op iets wat isoleert, zodat de lichaamsenergie niet wegvloeit in de grond. Maar zit niet op plastic, want dat isoleert wel, maar het maakt ook statische elektriciteit, die de lichaamseigen elektriciteit verstoort. Zit bijvoorbeeld op een houten ondergrond. Leg daarop een wollen of katoenen dekentje en daarop een stuk wit katoen of een oud laken. De vzw Kurukshetra (Mira De Bock, tel. 03-2162208) verkoopt uitstekende Yogamatten. Zelf heb ik nooit geloofd in kussens of andere hulpmiddelen. Je hebt twee zachte kussens van jezelf of zoals we zo mooi in het Vlaams zeggen: "Je hebt twee malse kussens van je eigen." Is de zithouding nu toch te moeilijk dan kun je een lange badhanddoek of iets anders van die aard overhoeks oprollen en rond de rug en onder de gekruiste benen door leggen en er dan tussen de knieën een knoop in leggen, zodat de knieën en de rug een steun hebben. Of steek een kussentje onder het zitvlak tot juist achter de zitknobbels. Ik had zelf in het begin betonnen knieën en weet uit ervaring dat oefening wonderen doet. Ik heb het ook met kussentjes en dergelijke geprobeerd, maar voelde spoedig: "Dit deugt niet voor mij." Iedereen moet experimenteren, de dingen uitproberen, om te weten wat het beste is. Eenheid is de wet van de natuur, toch zijn geen twee mensen gelijk.

Drijf de tijd geleidelijk op. Of zoals Patanjali zegt: "Prayatnashaitilya: milde, standvastige oefening." Selecteer bijvoorbeeld een of andere mantra (Om Namo Naaraayanaaya, Om Namah Shivaaya, Om Shrie Raama Jaya Raama Jaya Jaya Raama, Om Namo Bhagavate Vaasoedevaaya, Om Soham of gewoon OM enz.). Herhaal de mantra met behulp van een maalaa (snoer met 108 kralen). Begin met drie maalaas en drijf dit geleidelijk op tot dertig, veertig maalaas of meer. Doen de benen teveel pijn, strek ze dan even, masseer ze wat of ga even staan, zonder de herhaling van de mantra te onderbreken. Met geduld bereikt de slak de ark.

Als ik in de Yoga Academie of de Yoga Retraite spreek, en soms duurt dat wel twee uur, zit ik zonder de minste moeite. De geest is dan weggenomen van het lichaam. Hij vloeit in het onderwerp van de les, tailavat, zeggen de Yogaschriften; dat wil letterlijk zeggen: zoals olie (taila), ononderbroken zoals de stroom van olie die je van de ene kruik in de andere giet.

Praanaayaama

De trede die volgt op aasana of houding is praanaayaama, ademoefeningen. Dit is de vierde trede. De adem is de manifestatie van de praana of levenskracht. Aayaama betekent: beheersing. Via de adem kan de levenskracht in evenwicht worden gebracht. De adem is bij de meeste mensen gestoord op twee manieren: hij is onregelmatig en oppervlakkig. Of met andere woorden, je ademt veel te snel en onregelmatig en je ademt maar met een gedeelte van de longen. Patanjali (II 49): "Tasminsati shvaasaprashvaasayogativichcchedah praanaayaamah. Dat (de zithouding) verworven hebbend, volgt praanaayaama of controle van de adem, het stoppen van de bewegingen van de inademing en de uitademing." II 50: "Baahyaabhyantarastambhavrittirdeshakaalasamkhyabhih paridrishtordierghasoekshmah. Het inhouden (stambha) kan uiterlijk (baahya; met lege longen), innerlijk (abhyantara, met volle longen), lang (diergha) of subtiel (soekshma) zijn en worden geregeld (paridrishta) volgens plaats (desha), tijd (kaala) en aantal (samkhyaa)." II 51: "Baahyabhyantaravishayaakshepiechatoerthah. De vierde (chatoertha) gaat voorbij (aakshepi) uiterlijke (baahya) en innerlijke (abhyantara) posities (vishaya)." Dit wordt kevala koembhaka genoemd: er is alleen koembhaka. Koembhaka betekent letterlijk: als een pot en wordt vertaald als: het inhouden van de adem. De longen worden gesloten als een pot. De Hatha-Yogaschriften geven meer details en allerlei oefeningen. Wellicht zegt Patanjali er zo weinig over, omdat het in zijn tijd een algemeen bekende wetenschap was. Hij zegt gewoon dat je de adem kunt inhouden met lege of volle longen gedurende een korte of lange tijd en kunt ademen door het linker- of het rechterneusgat of door beide neusgaten. Dit bedoelt hij met desha, plaats. Met plaats wordt ook bedoeld de plaats waar men zijn aandacht vestigt. De vierde praanaayaama is voor gevorderde Yogis. De adem wordt als het ware een niet-adem, je oversteeg zijn beperkingen. Je vindt een systematisch oefenschema in ons boek Wegwijs in Yoga waarin wordt uitgelegd hoe je de ademoefeningen kunt leren op een systematische en volstrekt veilige manier. Patanjali beschrijft ook het effect van praanaayaama in II 52: "Tatah kshieyate prakaashaavaranam. Dan wordt de sluier (aavaranam, de sluier van onwetendheid) over het licht (prakaasha) vernietigd (kshieyate). II 53: "Dhaaranaasoe cha yogyataa manasah. En (cha) de geest (manas) wordt geschikt (yogyataa) voor concentratie (dhaaranaasoe)."

Pratyaahaara

De volgende of vijfde trede is pratyaahaara. II 54: "Svavishayaasamprayoge chittasyasvaroepaanoekaara ivendriyaanaam pratyaahaarah. Pratyaahaara of het terugtrekken is dat waardoor de zinnen (indriyaanaam) zich niet meer vereenzelvigen (asamprayoge) met hun voorwerpen (svavishaya; de zintuiglijke voorwerpen) en als het ware (iva) de aard van de geest (chittasvaroepa) nabootsen (anoekaara)." De zintuigen trekken zich terug van de zintuiglijke voorwerpen en worden teruggetrokken in de geest. Pratyaahaara zelf wordt Yoga genoemd, aangezien het de belangrijkste trede is in de Yogabeoefening. Kathopanishad VI 11: "Die vastberaden beheersing van de zintuigen beschouwen ze als Yoga." IV 1: "De op zichzelf bestaande schiep de zinnen met naar buitengaande neigingen. Daardoor ziet men uiterlijkheden en niet het innerlijke Zelf. De intelligente mens, met zijn zinnen afgekeerd van hun voorwerpen en de onsterfelijkheid verlangend, ziet het innerlijke Zelf."

Er wordt in Yoga gesproken over tien zintuigen, vijf kennisorganen en vijf actieorganen. De kennisorganen (gnyaanendriyas) zijn: het gehoor, de tastzin, het gezicht, de reuk en de smaak. De actieorganen (karmendriyas) zijn: zich voortbewegen, grijpen, de spraak, de voortplanting en de uitscheiding. De tong zit in beide reeksen: ze proeft en ze spreekt. Ze is dan ook het moeilijkst te beheersen zintuig. De volgorde waarin de zintuigen hierboven worden opgesomd zijn de volgorde waarin ze in de scheppingscyclus (kalpa) zijn ontstaan. Ze zijn verbonden met de zes chakras op de wervelkolom en met de vijf elementen. In het begin van een scheppingscyclus ontstaat er polariteit. In de top van de schedel ligt sahasraara. Dit betekent: duizendvoudig. Duizend betekent hier: heel veel, totaliteit. Sahasraara is positief of mannelijk. De pool die zich uit sahasraara verwijdert is negatief of vrouwelijk. De uitwisseling tussen beide is het vibreren van het leven. De eerste chakra (wiel, zo genoemd omdat een chakra wordt ervaren in meditatie als een werveling van energie) is de aagnyaachakra, het bevelcentrum. Dit is de zetel van de geest. Dan verwijderden de polen zich nog verder uit elkaar en werd de aagnyaachakra een tussenpool. Er ontstond een nieuwe chakra ter hoogte van de keel, de vishoeddhachakra (zuiver centrum). Het element ether en de zintuigen het gehoor en zich voortbewegen ontstonden. Ter hoogte van het hart ontstond de anaahatachakra (centrum van subtiele geluiden). Het element lucht en de zintuigen de tastzin en grijpen ontstonden. Ter hoogte van de navel ontstond de manipoerachakra (schitterend als een edelsteen). Het element vuur en het gezicht en de spraak ontstonden. Twee vingerbreedten boven het ondereind van de wervelkolom ontstond de svaadhishthaanachakra (eigen verblijfplaats). Het element water, de smaak en de voortplanting ontstonden. In het ondereind van de wervelkolom ontstond de moelaadhaarachakra (wortelsteun). Het element aarde, de reuk en de uitscheiding ontstonden.

De chakras liggen op de wervelkolom. Het is nuttig hun namen van buiten te leren. Je kunt er in de diepe ontspanning en ter voorbereiding van de zithouding in meditatie je bewustzijn in roteren. Dit heeft een buitengewoon ontspannend effect. Dat er vijf elementen zijn is logisch: je ziet de natuur in vijf vormen: als ruimte, in een gasvormige staat, in de vorm van hitte, in vloeibare toestand en als vaste materie. Je neemt de natuur ook waar met vijf zintuigen. De moelaadhaarachakra is de verblijfplaats van de koendalinieshakti, de sluimerende energie. Deze energie wordt door Yogaoefeningen opgewekt. De energie stroomt door nadies of energiekanalen. Deze energiekanalen worden door de Yogabeoefening gezuiverd, zodat de energie vrij kan doorstromen. Bepaalde nadies die in gewone mensen gesloten zijn, worden geopend.

De koedalinieshakti is de sluimerende of potentiële energie. Als energie kinetisch is, wordt ze praana genoemd. Op het einde van een oefenschema moet worden ontspannen, zodat de opgewekte energie tot rust kan komen en geen ongewenste centra gaat bekrachtigen. Dit is belangrijk. Het kan niet genoeg worden herhaald. De moelaadhaarachakra is de zetel van het geheugen. Hier ligt je hele verleden opgeslagen in de vorm van samskaaras of onderbewuste indrukken.

(Terloops, voor degenen die ernaar vroegen, nadat ik het er al oppervlakkiger over had in het decembernummer. De chakras worden ook padmas, lotussen genoemd, omdat ze symbolisch worden voorgesteld als lotussen met een verschillend aantal bloembladen naargelang van de energieën die er werkzaam zijn of de naadies of energiekanalen die er samenkomen. Op elk bloemblad staat een letter. Dit zijn de vijftig letters van het Sanskrit. Als ze nasaal worden gemaakt door toevoeging van de visarga (nasale m op het einde van een woord) worden ze biejamantras, zaadklanken genoemd.

De aagnyaachakra heeft twee bloembladen met de biejamantras ksham en ham. De biejamantra van de chakra is Om.

Op de zestien bloembladen van de vishoeddhachakra staan de zestien klinkers van het Sanskrit: a aa i ie oe oe ri ri lri lri e ai o au am ah ( aa ie oe ri en lri zijn lang, e en o zijn altijd lang). Om de biejamantras te vormen, zet je er een nasale m achter: am aam im iem enz. De biejamantra van de vishoeddhachakra is ham.

De anaahatachakra heeft twaalf bloembladen met de medeklinkers ka kha ga gha anga cha chha ja jha ña ta tha. De biejamantra van de anaahatachakra is yam.

De manipoerachakra heeft tien bloembladen met de medeklinkers da dha na (ta tha da dha en na zijn cerebralen of retroflexen die worden uitgesproken met de tong opgerold naar achteren) ta tha da dha na pa pha. De biejamantra van de manipoerachakra is ram.

De svaadhishthaanachakra heeft zes bloembladen met de letters ba bha ma ya ra la va (ya ra la va zijn halfklinkers). De biejamantra van de svaadhishthaanachakra is vam.

De moelaadhaarachakra heeft vier bloembladen: va sha sja (gecerebraliseerd) en sa. De biejamantra van de moelaadhaarachakra is lam.)

In september 1987 werd Goeroedevs eeuwfeest gevierd. Elke dag waren er zangers, dansers, sprekers enz. Op zekere dag was er ene Swami Narayananda met een grote groep discipelen, allen in het oranje gekleed. Ze kunnen prachtig zingen. Maar ze mogen geen vrouwen zien. De helft van het publiek bestond evenwel uit vrouwen. Er werd in het midden van de reusachtige tent, zoals je ze bijvoorbeeld ziet in de film Gandhi, een doek gespannen. De vrouwen moesten achter dat doek gaan zitten en onzichtbaar zijn. Swami Satchidananda was in de zestiger jaren op bezoek in een klooster op de Mount Athos. Daar mogen geen vrouwen binnen, zelfs geen vrouwelijke dieren, met uitzondering van de kat. Swami Satchidananda vroeg hen: "Jullie mediteren over God. Veronderstel dat Hij in jullie meditatie verschijnt in de vorm van een vrouw, die dan haar kleren uitdoet. Hoe ga je dan reageren?" Ook in de zestiger jaren hadden we Swami Satyananda op bezoek. Toen we in Brugge waren, stond het bezoek aan een slotklooster voor mannen op het programma. Ook daar zijn vrouwen verboden. De vrouwen in ons gezelschap moesten in de wagen blijven zitten. Het was bitter koud. Mijn vrouw zei toen het onbehaaglijk koud werd in de wagen: "Wat denken die kerels wel. Komaan." Ze gingen het klooster binnen, de verbouwereerde broeder portier voorbij, de kamer in waar wij zaten. De paters sloegen op de vlucht of ze de baarlijke duivel hadden gezien. Zo'n aanpak biedt natuurlijk geen oplossing. Je kunt ook te werk gaan zoals de Taliban in Afghanistan en de vrouwen binnen houden of ze sluieren. Tijdens een van mijn Indiareizen zat er een moslim met zijn vrouw in mijn buurt. Hij was prachtig uitgedost en zijn vrouw was van kop tot teen gesluierd. Ik dacht: "Zijne smoel mogen we zien, maar zijn vrouw moet haar gezicht verbergen. Ze zou hem beter een trap onder zijn inktpot geven."

Je kunt de wereld niet ontlopen. Het is zoals met een eksteroog op je teen: hoe meer je hem verbergt, hoe vaker ze erop trappen. Verander je kijk op de dingen. Dát is de oplossing. De Swamis in Sivananda Aashram hoor je tegen vrouwen "Mataji" zeggen. Dit betekent: moeder. Pratyaahaara is dus zoals blijkt een veel omvattend onderwerp. Het belangrijkste is in te zien dat er achter de activiteit van ervaren een staat is.

Dhaaranaa, concentratie

De zesde trede is dhaaranaa, concentratie. Patanjali's definitie in III 1: "Deshabandhashchittasya dhaaranaa. Concentratie (dhaaranaa) is het houden op één plaats (deshabandha) van de geest (chittasya)." Dhaaranaa is afgeleid van de werkwoordswortel dhri, houden. De geest kan worden gevestigd op uiterlijke voorwerpen, zoals foto's en beelden van wijzen en goden, of op innerlijke voorwerpen, zoals de chakras of andere plaatsen in het lichaam of op abstracte ideeën. Daardoor wordt zijn rusteloosheid aan banden gelegd. Hij leert rusten op één voorwerp.

Dhyaana, meditatie

De zevende trede is dhyaana, meditatie, van de werkwoordswortel dhyaa, denken. III 2: "Tatra pratyayaikataanataa dhyaanam. Als het vloeien van de geest (prayatna) daarin (tatra) onophoudelijk is (ekataanataa), is dat meditatie (dhyaana)."

Het drama is dat mensen niet mediteren. Ze zijn altijd naar buiten gericht en hun geest verloor volstrekt het vermogen om naar zichzelf te kijken en in zijn eigen bron te rusten. Als hij het in een of andere vorm laat afweten, hebben wij een psychiater of therapeut nodig. En psychiaters en psychotherapeuten mediteren evenmin. Het is dus de blinde die de blinde leidt.

Wie wil mediteren, heeft de grootste moeite om er tijd voor te vinden, want het zit niet in het patroon van het maatschappelijk leven. Er is ook geen plaats voor voorzien. Vraag eens aan mensen waar hun meditatiekamer is. Je zult ze raar zien opkijken. Wie het goed met zichzelf meent, moet hoe dan ook meditatie in zijn leven brengen. Hij moet systematisch zijn bewustzijn leren terugtrekken van buiten naar binnen. Dit lijkt op het eerste gezicht een erg egoïstische bezigheid. Maar dat is niet zo. Want als je naar binnen gaat, kom je, als je doorzet, terecht in een universeel domein, het Zelf, dat het Zelf is van alle wezens. Een Sanskritvers zegt: "Mamaatmaa sarvabhoetaatmaa. Mijn Zelf is het Zelf van alle wezens." Dat is ook de reden waarom de grote verlichte wijzen van India zulke universele mensen zijn. Zo zei Swami Sivananda: "Er is maar één religie, de religie van het hart." Hij zag de eenheid in de verscheidenheid. Hoofdstuk III vers 42 van de Bhagavad Gietaa zegt: "Ze zeggen dat de zinnen groot zijn, groter dan de zinnen is de geest, groter dan de geest is het intellect, maar wat groter is dan het intellect is Hij." Onderzoek: "Wie ben Ik?" Dit is meditatie.

Samaadhi

De laatste of achtste trede is samaadhi. Patanjali's definitie in III 3: "Tadevaarthamaatranirbhasam svaroepashoenyamiva samaadhih. Dezelfde (tadeva) wordt samaadhi wanneer hij schittert met het voorwerp alleen (arthamaatra) als het ware (iva) ontdaan (shoenya) van zichzelf (svaroepa)."

Door concentratie op een innerlijk of uiterlijk voorwerp overwin je de rusteloosheid van de geest, die gewoon is van de hak op de tak te springen. Er vindt een versmelting met het voorwerp van concentratie plaats waardoor de noties van innerlijk en uiterlijk verdwijnen. Dit heeft tot gevolg dat de Yogi een grote zaligheid ervaart. Die zaligheid wordt dan het voorwerp van meditatie. Uiteindelijk ervaart hij dat die zaligheid zijn eigen wezenlijke werkelijkheid is. Dit zijn alle vormen van samaadhi, die door Patanjali een na een worden gedefinieerd. Samaadhi is een van de middelen, een van de oefeningen. Het is ook het einddoel van Yoga. Het is dus een woord met meerdere betekenissen. Het woord samaadhi wordt etymologisch verklaard als: "Samyag adhiyate dhyeyam yatra." Dit betekent dat het voorwerp van meditatie (dhyeya) wordt waargenomen in zijn ware aard.

Koninklijk

Dit was een beknopt overzicht van de acht treden van Raaja Yoga. Je vindt de volledige Yoga Soetra in ons boek Yogakompas. Patanjali definieert Yoga, de vrittis of golven in de geest of de wijze waarop ons waarnemen wordt vertekend, de resultaten van de beoefening van de verscheidene treden, de aandoeningen van de persoonlijkheid, de hindernissen en hoe ze kunnen worden aangepakt enz. Raaja betekent: koninklijk. Daarmee wordt bedoeld dat dit een pad is dat voor iedereen toegankelijk is, zoals de koninklijke banen aan zee. Ze zijn altijd toegankelijk geweest vanuit alle zijstraten, met alle mogelijke vervoermiddelen. Zo ook het achtvoudige pad van Maharshi Patanjali. Het is volstrekt logisch en systematisch. Alle andere paden zijn erin vervat. Maharshi betekent: mahaa rishi of grote ziener. Patanjali betekent: neervallen aan de voeten. Anjali betekent: neerbuigen. Hij was zo beminnelijk dat iedereen spontaan voor hem boog. In de hindoemythologie is hij een incarnatie van de slang waarop Naaraayana rust. Patanjali nam Kapila's dualistische Saankyafilosofie over, maar hij is vooral belangrijk voor zijn psychologische bijdrage. Dualisme betekent dat twee entiteiten worden aanvaard: Prakriti en Poeroesha, Natuur en Bewustzijn. Patanjali voegde aan de Saankhyafilosofie een godsbegrip toe. Zijn filosofie wordt dan ook wel eens Sa Ieshvara Saankhya genoemd, Saankhya plus Ieshvara. De Vedaantafilosofie verwerpt het dualisme van Saankhya en Yoga.

Er zijn natuurlijk nog andere bronnen van Yoga buiten Patanjali's klassieke Yogafilosofie. Er zijn ook de Vedas, de mythologie (Poeraanas), de epische literatuur, zoals het Mahaabhaarata-epos, waarin de Bhagavad Gietaa voorkomt, en het Raamaayana-epos, de ongeschreven traditie enz. II 46 van de Bhagavad Gietaa: "De Vedas zijn voor een verlichte brahmaan van evenveel belang als een waterput in een overstroomde plaats." Een brahmaan is per definitie een kenner van de Vedas of boeken van wijsheid, maar als hij verlicht is, zijn ze voor hem van even veel nut als een waterput in een plaats die overal bedekt is met water. Dit is dus een andere bron van Yoga: de grote verlichte wijzen. Hun woorden hebben de waarde van de Schriften. Wij hebben ons in 1962 geassocieerd met een van die grote wijzen, Swami Sivananda, die een encyclopedische kennis bezat en die geloofde in Integrale Yoga. Integraal betekent: geen enkel facet van de persoonlijkheid mag worden verwaarloosd en Yoga moet geïntegreerd zijn in het leven. Een vers uit de Goeroestotram zegt: "Dhyaana moelam goerormoertih poejaamoelam goeroh padam mantramoelam goerorvaakyam mokshamoelam goeroh kripaa. De vorm van de goeroe is de wortel van de meditatie, de voeten van de goeroe zijn de wortel van de eredienst, de woorden van de goeroe zijn de wortel van de mantra, de genade van de goeroe is de wortel van de verlossing." Je vindt dit op CD nr. 1 van ons CD-aanbod.