The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage

Uit licht van Sivanada : September 2007, Vol. 489

September is een van de twee beginnermaanden (de andere is februari of maart al naar gelang de datum van Carnaval). Beginners maken onder andere kennis met een ander soort oefeningen dan ze doorgaans gewend zijn te doen of te zien doen en die ontstaan zijn uit een cultuur van Bewustzijn. Ze maken namelijk kennis met Yogaasanas of Yogahoudingen, ook kortweg aasanas genoemd. Heel vaak wordt Yoga vereenzelvigd met deze aasanasen denkt men dat een Yogi iemand is die op zijn hoofd staat of die zijn benen in zijn nek legt of die allerlei andere knopen met zijn lichaam maakt. Maar dat is ten onrechte of om het met de woorden van Swami Satchidananda te zeggen. "Yoga is niet zozeer op je hoofd leren staan, zoals vele mensen denken, maar op je eigen benen leren staan."

Iets om voor ogen te houden        
Het woord aasanais Sanskrit, de oude schriftuurtaal waarin de Yogawetenschap tot ons kwam. Er zijn gemakkelijke aasanas en er zijn moeilijke aasanas, maar alle moeten ze worden uitgevoerd op een ontspannen manier, met andere woorden, ook de moeilijke aasanas moeten gemakkelijk zijn, wat natuurlijk niet vanzelfsprekend is in het begin, maar het is wel mogelijk het van in het begin voor ogen te houden. Swami Satchidananda zei ook: "No gains without pains. Geen baat zonder moeite," en: "Take it easy, don't be lazy. Doe het kalm aan, maar wees niet lui."

Aasa (mannelijk zelfstandig naamwoord) betekent: zitplaats en ook zitvlak. Aasanam (onzijdig) betekent: neerzitten. Beide zijn afgeleid van de werkwoordswortel: aas, zitten.

In de Yoga Darshana (klassieke Yogafilosofie) van Maharshi Patanjali (II 46), ook Yoga Soetra (aforismen over Yoga) en Paatanjala Yoga genoemd, wordt de aasana bepaald als:

Aasana is dat wat vast (sthira)
en gemakkelijk (soekha) is
.  
Sthirasoekhamaasanam.

In II 48 zegt Patanjali:

Dan volgt vrijheid van de
invloed van de paren van tegenstellingen
.    
Tato dvandvaanabhighaatah.

De dvandvas zijn tegenstellingen of tegengestelden, zoals hitte en koude, plezier en pijn, vreugde en smart, eer en schande, arm en rijk enz. Tatah slaat op het stadium waarin volmaaktheid in de aasana werd bereikt. Anabhighaatah betekent: vrij zijn van de invloed.

Wat betekent dit? Heel eenvoudig, er is een staat ontstaan waarin de beperkingen van het lichaam worden overstegen of waarin, met andere woorden, het lichaam een niet-lichaam werd, een lichaam dat er als het ware niet is. Je moet er aan voelen om te weten of het er nog is. Laat ik dit verduidelijken met een voorbeeld. Dacht je terwijl je het voorgaande las aan je anus of aan je grote teen of aan je maag of aan welk ander lichaamsdeel ook? En nu denk je er natuurlijk wel aan. Als je er voordien niet aan dacht is dat omdat je een gezonde anus, grote teen of maag hebt. Worden ze evenwel respectievelijk gekweld door aambeien, anuskloven of eczema, een likdoorn of een maagontsteking of maagzweer of wat ook, dan denk je er de hele tijd aan. En hoe meer je probeert er niet aan te denken hoe indringender hun aanwezigheid wordt.

Het doel        
Wat is dus het doel van aasanas? Want als je het doel kent, begrijp je ook beter de te gebruiken middelen. Wat het doel is, kun je al afleiden uit het voorgaande. Maar laat ik er toch wat langer stil bij staan en laat ik alvorens meer antwoorden te geven eerst een andere vraag stellen: "Wat is het doel van Yoga?" Het doel van Yoga is de Zelfverwerkelijking of om het op een negatieve manier te zeggen, het is het doorbreken van de Zelfvervreemding, met andere woorden, het doel van Yoga is het antwoord te vinden op de vraag: "Wie ben ik?" of te rusten in jezelf. Rusten in zijn eigen essentie (svaroepevasthaanam), zoals de klassieke Yogaschrift van Maharshi Patanjali (I 3) zegt. Je voegt dan niets toe aan het "ik", maar verblijft als "ik, ik", zoals de Zuid Indiase wijze Ramana Maharshi het uitdrukte. De te overwinnen moeilijkheid is dat je je vereenzelvigt met je lichaam en je geest en dat je vervreemd bent van jezelf.

Misschien denk je nu dat dit louter filosofie of theorie is en dat het geen verband houdt met het dagelijks leven. Als je evenwel leert eens echt bij de dingen stil te staan, zul je snel ontdekken dat dit niet zo is. Op dit ogenblik ben je in wat men waakbewustzijn noemt. Je bent je bewust van een wereld rondom jou en je voelt dat er ook een binnenwereld is, die vaak even intens en dwingend is als de buitenwereld, dikwijls zelfs dwingender. Als je slaapt, ga je door twee staten van bewustzijn, namelijk droombewustzijn en de diepe droomloze slaap. Tijdens de droom schept je geest een wereld uit zichzelf of uit je binnenwereld. Maar af en toe, tussen twee dromen in, ga je in een hoogst wonderbare staat, waarin er geen lichaam en geen wereld zijn, waarin je geen relaties hebt, waarin er in één woord niets is. En dat niets is er de zaligheid van. Je rust heel dichtbij jezelf. Als je uit die staat komt of als je met andere woorden ontwaakt, voel je hoe lekker je hebt geslapen.

De diepe droomloze slaap is een staat waar iedereen naar verlangt, omdat hij wordt gekenmerkt door zaligheid en omdat het lichaam en de geest er op een wonderbare manier worden in verfrist om de zeer eenvoudige reden dat ze er worden in overgelaten aan henzelf zonder dat ze moeten afrekenen met de spanningen en de stress die je in waakbewustzijn onophoudelijk invoert.

Dat je je herinnert dat je lekker hebt geslapen, toont aan dat je er hoe dan ook toch bewust bij was en dat het "ik ben"-gevoel nooit verdwijnt. Maar zodra je wakker wordt, vervaagt dat gevoel van zaligheid al heel snel en vereenzelvig je je met allerlei dingen. Je werd bijvoorbeeld wakker omdat je blaas of je dikke darm gevuld waren. Je denkt dan: "Ik moet naar het toilet." Op de keper beschouwd is het het lichaam dat aan ontlasting toe is, niet jij.

Op een andere manier        
Stilstaan bij de adem bijvoorbeeld kun je op twee manieren. Je kunt het doen zoals mensen het altijd doen: ze voelen en denken: "Ik adem", maar dat is natuurlijk onjuist, want je ademt niet, "het ademt". Je kunt de adem zelfs niet stoppen. Als je nu op de nieuwe manier, of de Yogamanier, bij hem stilstaat, zul je merken dat hij onmiddellijk veel vlotter en probleemlozer verloopt.

Jezus deed in zijn tijd enkele heel merkwaardige uitspraken. Een uitspraak die plakt is: "Zalig de armen van geest." Hij zei niet: "Zalig de armen", want dan zou de wereld vol zaligen zijn. Iemand die arm is, is iemand die niets heeft. Iemand die arm van geest is, is iemand die in gedachten niets heeft en die dus van niets voelt: "Dat is van mij."

Ik heb van 1954 tot 1956 achttien maanden in de marine gediend, het grootste gedeelte in Oostende, op een kustmijnenveger, de M910. Deze schepen hebben heel weinig diepgang. Ze liggen op het water, want ze moeten over de stootmijnen heen varen. Als de scharen die aan kabels achter het schip worden gesleept de ketting hebben doorgesneden waarmee een mijn verankerd is aan de zeebodem komt de mijn bovendrijven. Ze ziet er uit als een uitvergrote wilde kastanje, die nog in de bolster zit, een groot rond ding met uitsteeksels. Een scherpschutter schiet er een gat in zodat ze zinkt. Volgt er een konvooi dan moet de mijn onmiddellijk onschadelijk worden gemaakt. De scherpschutter moet dan op een van de uitsteeksels schieten waardoor de mijn ontploft. Soms ligt een mijn of een bom echter in een woongebied. Dat is al meerdere keren voorgevallen in de IJzerstreek waar de eerste wereldoorlog woedde. Het springtuig mag dan niet ontploffen. Het moet onschadelijk worden gemaakt door er de ontsteking uit te nemen. Alle dingen en wezens die je met "mijn" aanduidt, zijn zoals mijnen in oorlogsgebied. Overal is er dan ontploffingsgevaar. Ook die mijnen moeten onschadelijk worden gemaakt door er de ontsteking uit te nemen. Dit betekent niet dat je de ontsteking uit je wagen of uit je tv moet nemen of dat je het hart van je huisgenoten moet uitsnijden, want dan worden al die dingen en wezens volstrekt nutteloos. De ontsteking is het gevoel: "Dat is van mij." Met andere woorden je moet leren je niet met de dingen te vereenzelvigen met als medium de eenvoudige Yogaoefeningen. Je lichaam en je geest en jijzelf en allen en alles zullen er wel bij varen.

De landkaart 
Op het einde van de tweede wereldoorlog waren ook de Amerikanen in oorlog. Twee Amerikaanse vrienden die ieder een zoon hadden die aan het front zat, volgden elke dag de vorderingen van de geallieerden op de landkaart. In de krant van die dag stond over de hele bladzijde een kaart van Europa afgedrukt. De achtjarige kleinzoon van een van de vrienden eiste de aandacht van zijn grootvader op, zodat de vrienden herhaaldelijk werden gestoord in hun gesprek. De jongen wilde gaan voetballen. Grootvader antwoordde geprikkeld: "Straks! Ik heb nu geen tijd." Maar de jongen bleef maar jengelen. Zijn grootvader scheurde de bladzijde met de landkaart uit de krant, scheurde ze in stukken en gaf die aan de jongen. "Als je de landkaart aan elkaar kunt plakken, gaan we voetballen", zei hij. De jongen was tien minuten later al terug. Hij had de stukken foutloos aan elkaar geplakt. Zijn verbaasde grootvader vroeg hoe hij dat voor elkaar had gekregen. Op de keerzijde werd reclame gemaakt voor kleren en was over de hele bladzijde een dame afgebeeld. "Ik heb de dame aan elkaar geplakt", zei de jongen, want iedereen weet hoe een vrouw in elkaar zit, waar het hoofd en de voeten en de rest zitten. Dit herinnerde de vrienden aan een belangrijke les: "Maak de mens in orde en je maakt de wereld in orde. Maak de mens heel en je maakt de wereld heel."

Als je door geduldige oefening enige handigheid en vooral inzicht hebt verworven in de beoefening van aasanas zul je merken dat het erop aankomt de vereenzelviging met het lichaam en de gehele persoonlijkheid te doorbreken en te leren de dingen een eigen bestaan te laten leiden.

Het lichaam en de geest     
Je hebt geleerd het lichaam en de geest te zien als twee verschillende dingen. Maar het zijn geen twee verschillende dingen. "Het lichaam is de geest zichtbaar gemaakt voor het oog", zei Swami Sivananda. Het lichaam en de geest zijn beide stoffelijk of om het in Yogataal te zeggen: het zijn beide prakriti-toestanden. Prakriti is het Sanskrit woord voor de natuur. Het betekent letterlijk: dat wat wordt gekenmerkt door beweging. Het lichaam en de geest zijn dus gemaakt van dezelfde stof; het lichaam is grofstoffelijk, de geest is fijnstoffelijk. Ze verhouden zich zoals stoom en ijs, die beide water zijn, in het eerste geval in zijn meest subtiele vorm, in het tweede geval in zijn meest grove vorm. In zijn subtiele vorm is het niet gemakkelijk te manipuleren, maar het beschikt ook over een veel grotere kracht. In zijn grove vorm kun je er gemakkelijk mee omgaan, maar het heeft dan ook veel minder kracht. In een Yogaasana of Yogahouding worden omstandigheden geschapen waarin het lichaam en de geest gemakkelijk tot rust komen of hun spanningen opgeven.

Het effect van de aasana is groter naarmate "je" er dieper in ontspant of om het juister uit te drukken: het effect is groter naarmate het lichaam en de geest meer ontspannen zijn. Als het bewolkt is, zeggen we: "De zon schijnt niet." Dit is natuurlijk nonsens, want de zon schijnt altijd. Op dezelfde manier kan ik alleen bij wijze van spreken zeggen dat "jij" je in de aasana moet ontspannen, want jij-in-wezen bent altijd ontspannen. Zoals achter de wolken de zon er altijd is, zo ben jij-in-wezen altijd ontspannen. "Vrede is je wezenlijke aard", zegt de Yogi. Maar door je te vereenzelvigen met je lichaam en je geest vergeet je dit. Wanneer het lichaam gespannen is, zeg je: "Ik ben gespannen." Wanneer het lichaam ontspannen is, zeg je: "Ik ben ontspannen." Wanneer je geest gedeprimeerd is, zeg je: "Ik ben gedeprimeerd." Wanneer je geest rustig is, zeg je: "Ik ben rustig." Ook de Yogi drukt zich op die manier uit, maar hij weet dat hij het slechts bij wijze van spreken doet, zoals jij beweert dat de zon niet schijnt, terwijl je toch weet dat ze altijd schijnt.

Wat betekent dit in de beoefening vanaasanas? Zeer eenvoudig: voer geen spanningen in, maar laat het lichaam en de geest over aan henzelf. Laat ze zoals in de diepe droomloze slaap een eigen bestaan leiden. Het is door dit feit dat het lichaam en de geest in de diepe droomloze slaap op een zo wonderbare wijze worden verkwikt.

In aasanas breng je het lichaam en de geest in een bepaalde houding, waarin ze hun evenwicht vinden of afwijkingen in het evenwicht kunnen bijsturen. Je bent je bewust van deze ervaring: je bent er de getuige van. Door oefening wordt de door de aasana veroorzaakte ervaring een toestand, een "staat".

Je lichaam en je geest bezitten een eigen wijsheid. Ze weten dat spanning en stress niet hun natuurlijke toestand zijn en ze doen al het mogelijke om aan spanning en stress te ontsnappen en om het evenwicht te herstellen. Ze beschikken daartoe over vele verdedigingsmechanismen. Wie dit niet weet verheugt zich in aangename ervaringen en schuwt de onaangename. Wie wel vertrouwen heeft in de doelgerichte wijsheid van de natuur aanvaardt beide soorten van ervaringen in de wetenschap dat het lichaam en de geest weten wat ze doen. De Yogi weet dat de aangename ervaring goed is, omdat het lichaam en de geest dan zo saattvisch zijn dat ze hem toelaten te rusten in zichzelf. Maar hij weet tevens dat ook de onaangename ervaring goed is, omdat hij er een kaarmische purgatie in ziet, zoals Swami Sivananda het uitdrukte, dat wil zeggen een fase in het zuiveringsproces dat hij met de beoefening van aasanas op gang bracht. Hij gaat achter de ervaringen staan als hun Getuige. Hij vereenzelvigt zich niet met zijn ervaringen of met andere woorden, hij neemt zijn ervaringen als ervaringen.

Veronderstel dat een vuil wit hemd zich op de Yogamanier bewust zou zijn van zijn ervaringen. Het zou blij zijn dat het in de week wordt gezet, dat het wordt gewassen met waspoeder en heet water, dat het krachtig dooreen wordt geschud en stevig wordt uitgewrongen en rond gezwierd en gestreken, omdat het op die manier zijn oorspronkelijke witheid en schoonheid terugkrijgt en daardoor weer geschikt wordt om met eer te worden gedragen.

Het is natuurlijk zo dat je niet elk kledingstuk in heet water mag wassen. Sommige weefsels zijn teer en kwetsbaar. Ze moeten omzichtig worden aangepakt. Andere zijn taai en kunnen een goede schrobbing best gebruiken. Zo mag ook niet iedereen om het even welke aasanas beoefenen.Ga niet over één nacht ijs. Ga vooral systematisch te werk. Het paard moet worden getemd, niet gebroken. Welke vorm van Yoga je ook volgt, houd altijd je verstand bij. Dan ben je veilig. Als je je organisme ontregelt, ontregel je jezelf. Je kunt wel beweren: "Ik ben niet dit lichaam, niet deze geest. Ik ben in wezen Bewustzijn." Maar dit is niet meer dan wilde inbeelding of wild imagination, zoals Swami Sivananda het noemde. Willem Elschot zei terecht: "Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktisch bezwaren en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren en die des avonds komt wanneer men slapen gaat."

Een illustratie. Je gaat kamperen op de oever van een meer. Je hebt er niet zoveel comfort als thuis. Je wil je haar kammen, maar zonder spiegel gaat dat niet erg goed. Je gaat naar het water toe om je te spiegelen, maar het werd in beweging gebracht door wegspringende kikkers of door je voet of door wat ook. Je hebt dan geen spiegelbeeld meer. Wat te doen? Kun je je strijkijzer halen in je tent en het water gladstrijken? Natuurlijk niet, want dit zou het alleen maar erger maken. Soms is de behandeling erger dan de kwaal. Je kunt alleen wachten tot het water uit zichzelf tot rust komt, nadat je de storende factoren hebt uitgeschakeld, voor zover dit in je vermogen ligt. Maharshi Patanjali, de grondlegger van de klassieke Yogafilosofie, zegt in zijn Yoga Soetra: Yoga is het tot stilstand komen van de golven (vrittis) in de geest (chitta). Yogashchittavrittinirodhah. Daarna schrijft hij: Dan rust de Ziener in zichzelf. Tada drashtoeh svaroepevasthaanam. Aan de hand van de illustratie van het water en de spiegel kun je nu begrijpen wat Maharshi Patanjali bedoelt: dat je de storende factoren moet uitschakelen en dat de dingen dan vanzelf in de plooi vallen. Hoe je dat moet doen, legt hij uit in aforisme l 12: De staat van Yoga bereik je door abhyaasa en vairaagya, oefening en onthechting. Abhyaasa vairaag-yaabhyaam tannirodhah.

Wat hij met abhyaasa of oefening bedoelt staat in l 13: De poging (yatna) daarin (tatra) vast te staan (sthitau) is abhyaasa of oefening. Tatra sthitau yatnobhyaasah. En in l 14 zegt hij dat dit succes heeft (dridhabhoemihi) na lange tijd (dierghakaala) als het zonder onderbreking (nairantarya) welgezind en met geloof (satkaaraasevito) wordt uitgevoerd, dat wil zeggen niet als een onaangename taak of als een karwei. Vaak gaan Yogabeoefenaars zitten voor meditatie of trekken zich terug voor hun Yogaoefening met het gevoel dat ze aan een lastig karwei beginnen. Dit is niet de goede mentaliteit. Yoga is veeleer alle taken afleggen, in die zin te vergelijken met naar bed gaan en inslapen. Deze welgezindheid en dit vertrouwen zijn noodzakelijk, zegt Patanjali.

De transformatie      
Mensen komen naar Yoga, omdat ze er heil van verwachten. Het moderne leven is heel stresserend. Als iemand heel goed nieuws heeft gekregen, zie je dat op zijn gezicht. Zijn gezicht glundert. Maar, en dat is belangrijk, niet alleen zijn gezicht, zijn gehele lichaam en geest glunderen. En dat is natuurlijk heel goed. Maar we krijgen niet altijd goed nieuws, zoals iedereen wel weet. Wel integendeel. Het is vaak kommer en kwel. Je ziet het op het gezicht van mensen als ze in de put zitten. Maar als het daarbij bleef zou dat niet erg zijn, maar hun gehele lichaam en geest zitten dan in de put, met alle kwalijke gevolgen van dien. Het leven is altijd al stresserend geweest, maar dat is in deze snelle moderne tijd meer dan ooit het geval. Door stress verkrampen de spieren. Verkramping van de spieren hindert de bloedsomloop. Dat de bloedsomloop faalt, heeft tot gevolg dat er weefselverkalking optreedt, dat de huid verslapt en dat de organen niet meer naar behoren functioneren.

De echte stress komt natuurlijk van de wijze waarop je tegen de dingen aankijkt. Het is niet zozeer je werk dat stress veroorzaakt. De stress komt van het feit dat je met je werk nooit stopt: je neemt het mee in bed, je neemt het mee aan tafel, je neemt het mee in je relaties enz. Maar dat mechanisme is zo diepgeworteld dat het zich niet zo maar laat wegpraten of verwijderen. Er zijn oefening, tijd en geduld voor nodig. De eerste aanpak moet dan ook symptomatisch zijn. En maak je geen zorgen, de aanpak is niet moeilijk. Je hoeft er niet jong en lenig voor te zijn. Er is evenwel een voorwaarde: je moet het beoefenen met regelmaat en zonder overdrijving en het ook de tijd geven.

Berghouding
Er is een wonderbare oefening die Berghouding wordt genoemd. Dit is de vertaling van Parvataasana. Parvata betekent: berg. Je staat in een kleine spreidstand. De benen zijn amper geopend. Als de spreidstand te groot is, wordt de houding te star. Het hoofd staat rechtop en de armen hangen ontspannen neer. De ogen zijn bij voorkeur gesloten. Maar dat zorgt soms voor ongemak. Houd in dat geval de ogen open en zie alles tegelijk, niets in het bijzonder.

Het komt erop aan je bewustzijn systematisch van boven naar beneden te brengen, dat wil zeggen van het hoofd naar de voetzolen.

Je zult spoedig ontdekken dat de persoonlijkheid gelaagd is. Daarmee bedoel ik het volgende. Het hoofd is het centrum van waakbewustzijn. Als je inslaapt, trekt de geest zich terug in een lager gelegen centrum. Trekt hij zich terug in de nek, dan ga je dromen. Trekt hij zich terug in de borst dan ga je diep en droomloos slapen. Hier zit ook je ikgevoel. Als je jezelf aanduidt, wijs je steevast op het midden van je borst. En niemand heeft je dat ooit geleerd. Mensen doen het overal ter wereld. Als je zittend inslaapt, ga je op zeker ogenblik knikkebollen. Dit gebeurt omdat de geest zich terugtrekt in lagergelegen centra. Dit is de Yogatheorie. De buik en het bekken tenslotte zijn het domein van de energie. Hier zijn de meeste mensen verkrampt. Dit heeft vele kwalijke gevolgen. De wervelkolom is dan uit balans wat allerlei spanningen doet ontstaan in de nek, de schouders en de rug. Er is geen goede doorstroming van de energie in het bekken en ook de doorstroming van het bloed laat te wensen over.

De verkramping van het bekken wordt in de hand gewerkt door ideeën die uit de modewereld komen. Dit gedeelte van het lichaam hebben we cultuurgeboden ook leren bestempelen als vies en verwerpelijk. Mensen van mijn generatie weten waarover ik het nu heb. Het is een belangrijk feit dat iets dat je in de verdomhoek zet neurotisch wordt om een geleerd woord te gebruiken. Het betekent gewoon dat wat in de verdomhoek staat op allerlei vreemde manieren moeilijk begint te doen. De belangrijkste oorzaak van de verkramping van het bekken, de buik en vooral het zitvlak is evenwel angst. Wie in angst zit, knijpt zijn billen samen. Ik bedoel het zitvlak, want Vlamingen hebben het meestal over de billen als ze de dijen bedoelen. De verkramping van het zitvlak wordt veroorzaakt door angst en het veroorzaakt angst. In de Yogales leer je dan ook in de eerste plaats zo spoedig mogelijk het bekken en het zitvlak grondig te ontspannen.

De bloedsomloop op gang brengen         
Hoe kun je nu, terwijl je in Berghouding staat, de bloedsomloop op gang brengen? Daarvoor zijn er heel eenvoudige en bijzonder doeltreffende oefeningen. Bijvoorbeeld: grijp vóór de borst met de linkerhand de rechterpols en met rechterhand de linkerpols en trek zo hard je kunt, alsof je de handen uit elkaar zou willen trekken. Trek ononderbroken. Laat de adem vrij vloeien, met andere woorden blokkeer de adem niet. En blijf bij je voetzolen en de gedragenheid van het lichaam. Dit laatste garandeert de goede ontspanning van het hele lichaam. Trek op de polsen gedurende een halve minuut tot een minuut. Waar je de spanning voelt, komt een betere doorbloeding en doorstroming van de energie op gang zodra je ontspant. Hoe weet je dit? Je krijgt het er warm van. Zo zijn er verscheidene oefeningen, die alle even gemakkelijk zijn. En ze zijn zo efficiënt als ze gemakkelijk zijn.

Kriyaas          
De Berghouding is ook de uitgangshouding voor een aantal oefeningen die kriyaas worden genoemd. De kriyaas die je in de beginnerlessen leert, zijn eenvoudig en gemakkelijk. Als je vermoeid bent of als je 's morgens wakker wordt, rek je je uit met een gevoel van welbehagen. Je doet dat op een diepe inademing en terwijl je je nog grondiger uitrekt, houd je de adem een ogenblik in. Dit rekken doet de energie stromen en geeft je fut. Dit zijn ook de principes die worden uitgewerkt in de beoefening van de kriyaas.

Hoe aasanas werken           
Over aasanas heb ik het hierboven al gehad. Ze zijn opgebouwd rond de wervelkolom, die kan bewegen naar voor, naar achter, zijwaarts links en rechts en met een schroefbeweging naar links en naar rechts. Ze kan ook worden omgekeerd.

Yogis hebben het over drie lichamen: het grofstoffelijke lichaam, het subtiele lichaam en het causale of oorzakelijke lichaam. De dingen zijn op een bepaalde manier geprogrammeerd. Dit heeft betrekking op het causale lichaam. Er is een grofstoffelijk gedeelte, dat afvalt bij de dood. Er is ook een subtiel of energielichaam, dat in de Yogaschriften uitvoerig wordt beschreven.

Yogis hebben het onder andere over chakras. Chakras zijn energiecentra of reflexcentra, die respectievelijk gelegen zijn aan het ondereind van de wervelkolom (moelaadhaara chakra; oe geeft aan dat de klinker lang is), twee vingerbreedten hoger op de wervelkolom (svaadhishthaana chakra), op de wervelkolom respectievelijk ter hoogte van de navel (manipoera chakra), van het hart (anaahata chakra) en van de keel (vishoeddha chakra) en onder de top van de schedel ter hoogte van de plaats tussen de wenkbrauwen (aagnyaa chakra). Het centrum op de top van de schedel (sahasraara) wordt geen chakra genoemd, omdat het de oorsprong is waaruit de andere chakras zich in verloop van een lange evolutie hebben ontwikkeld door het ontstaan van polariteit.

Chakra betekent: wiel. Ze kunnen in meditatie immers worden ervaren als wervelingen van energie. Ze worden ook padmas of lotussen genoemd, omdat ze symbolisch worden voorgesteld als lotussen met een bepaald aantal bloembladen naargelang van de energieën die er werkzaam zijn. Op die bloembladen staan tekens. Dit zijn de vijftig letters van het Sanskrit alfabet (Devanaagarie).

Geleerden die het dode lichaam onderzoeken, vinden die chakras niet. Ze zijn er dan meestal ook van overtuigd dat het om hersenspinsels van "navelstaarders" gaat. Er is echter een eenvoudige verklaring: de chakras behoren tot het subtiele lichaam dat het lichaam van vlees en beenderen verlaat bij de dood.

In het grofstoffelijke lichaam hebben deze chakras tegenhangers in de vorm van de endocriene klieren. Dit zijn klieren die geen reservoir hebben. Ze brengen hun productie rechtstreeks in de bloedbaan. Endocriene klieren maken hormonen aan. Dit zijn uiterst belangrijke stoffen. De Yogahoudingen werken in op deze klieren en regelen er de werking van. Ik las ooit in een artikel van een dokter professor dat niemand tot nu toe een naald in een bijnier heeft gestoken om na te gaan of de Booghouding, een achterwaartse buiging, de bijnier stimuleert en dat niemand dan ook gerechtigd is te beweren dat de Booghouding de werking van de bijnieren beïnvloedt. Yogis putten hun kennis uit ervaring. Yoga is met andere woorden een ervaringsgerichte wetenschap. Toen ik in de faculteit Indologie aan de Gentse Universiteit Sanskrit ging studeren had ik af en toe, tussen twee lessen in, een vriendschappelijke discussie met een van de professoren. Op zeker ogenblik zei ik: "Professor, om op een vruchtbare manier te kunnen discussiëren zou u een tijd moeten mediteren." "Daartoe ben ik niet bereid", antwoordde hij, "maar ik wil wel met machines komen om metingen te doen terwijl u mediteert."

Cultuur van bewustzijn                  
Er is dus een groot verschil in benadering: Yogis kijken niet naar uiterlijke verschijnselen, maar gaan op zoek naar innerlijke drijfveren en dat heeft een wonderbare kennis en wijsheid voortgebracht.

In het begin van dit artikel schreef ik dat aasanas(en Yoga in het algemeen) ontstaan zijn uit een cultuur van Bewustzijn. Wat bedoel ik daarmee, zul je je misschien afvragen. Als de lessen al een aantal weken bezig zijn, maak je kennis met een in het begin nogal moeilijke oefening, die de poëtische naam Groet aan de Zon meekreeg, Soeryanamaskaaram. Soerya, de zon, is mannelijk in het Sanskrit. Men zegt: Soerya Bhagavaan, Heer Zon. Voor de oude wijzen die ons de wetenschap van Yoga gaven was alles in de natuur een manifestatie van de Ultieme Werkelijkheid.

De Groet aan de Zon roept bij mij steevast de herinnering op aan een groot geleerde, Galileï (1564-1642). Mensen geloofden in zijn tijd nog dat de aarde in het centrum stond en dat de zon rond de aarde draaide. Galileï wist dat dit onjuist is. Het is de aarde die rond de zon draait. Het was Copernicus (1473-1543) die dit ontdekte. Galileï kwam tot dezelfde bevinding nadat hij lange tijd de beweging van de hemellichamen had geobserveerd met de telescoop die hij had ontwikkeld. Hij moest zich in 1632 verantwoorden voor de Inquisitie. Hij bleef uit vrees voor zijn leven niet op zijn standpunt staan. Tweeëndertig jaar eerder, in 1600, was Giordano Bruno immers voor hetzelfde op de brandstapel gestorven. Ondanks het feit dat hij zijn theorie afzwoer, werd Galileï in 1633 toch veroordeeld tot levenslang huisarrest. Hij stierf in 1642. Pas in 1992 verontschuldigde paus Johannes Paulus II zich voor het leed dat Galileï werd aangedaan. En hij herstelde hem ook in eer.

In onze tijd geloven we in iets wat in zijn dwaasheid van dezelfde orde is. We geloven dat Bewustzijn een product is van de hersenen. Bewustzijn is er eerst en al het andere is er een manifestatie van. In een interview in Humo zei de Nederlandse neurobioloog Dick Swaab: "De ziel is een misverstand. Als we dood zijn blijft er niets van ons over." Hij ontkent met andere woorden zijn eigen bestaan. In de oude catechismus die we nog uit het hoofd moesten leren stond dat de mens een sterfelijk lichaam en een onsterfelijke ziel heeft. Dat de mens een ziel heeft is larie. Wie zou dan degene zijn die een ziel heeft? Je kunt zeggen dat je een paraplu hebt, dat je een huis hebt, dat je een lichaam hebt enz., maar zeggen dat je een ziel hebt, is dwaasheid: de mens heeft geen ziel, de mens IS een ziel. In het Oude Testament kun je lezen dat de mens geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis. En precies dat is het wat ik hier duidelijk probeer te maken. Dat beeld en gelijkenis slaat niet op het lichaam noch op de geest. Het is met andere woorden geen lichamelijke gelijkenis en het is evenmin een geestelijke of psychische gelijkenis. De geest of psyche gaat op en neer. Nu is hij opgewekt, het volgende ogenblik zit hij diep in de put. En met God bedoelen we toch Dat wat altijd gelijk en volmaakt is. Het gaat dus om een gelijkenis van wezenlijkheid. Als je gouden ringen, oorbellen, halskettingen enz. smelt, verdwijnen hun namen en vormen. Het is allemaal goud.

In Yoga zijn   
Wie heeft op tv niet al eens gekeken naar het olympisch turnen of het wereldkampioenschap turnen? Het is wonderbaar wat die turners met hun lichaam doen. Mijn kleinzoon zei me ooit, en hij moet op dat ogenblik een jaar of tien geweest zijn: "Pepe, dat is nogal iets anders dan uw Yoga." Ik antwoordde dat het juist was wat hij zei en dat die gasten voor de Yogahoudingen hun hand nog niet omdraaien, maar dat het niet is omdat ze al die moeilijke dingen kunnen doen dat ze IN Yoga zijn, want dat in Yoga zijn iets helemaal anders is. "En wat is dat in Yoga zijn?" vroeg hij. Het is thuis komen bij jezelf. Het is jezelf zien in alles.

Je kunt denken dat de weg lang is, maar dat is niet zo. De rat loopt op topsnelheid in de molen in haar kooi. In haar dwaasheid beeldt ze zich in dat ze al rennend ver van huis is afgedwaald, maar ze heeft zelfs haar kooi niet verlaten. De mens gaat overal op zoek. Hij zoekt iets onbestemds, iets wat zich manifesteert als een leemte of een tekort. En hij probeert die leemte op alle mogelijke manieren op te vullen. Maar dat lukt nooit. Wat hij zoekt, vindt hij nergens, wat hij ook probeert, omdat dat wat hij zoekt zich alleen openbaart aan degene die de blik naar binnen keert. Dat is het wat de wijze eeuwen geleden zei: "Richt je liefde op God als je verlossing wil. Lagale prema Ieshvara se agara toe moksha chaataa hai." En de kern zit in wat hij eraan toevoegde: "Je vindt Hem niet hoog in de lucht, noch diep onder de grond. Hij is altijd dicht bij jou. Waarom ga je dan overal op zoek?"

Wie dit heeft verwerkelijkt, vindt het gemakkelijk. Wie het wil verwerkelijken, vindt het vaak moeilijk, wat eigenlijk een wonder en een mysterie is, want wat kan er gemakkelijker zijn dan te zijn wat je bent? Het is zoals met het eten van een stuk taart. Dat is heel gemakkelijk. Een taart bakken daarentegen is moeilijk. Je hebt de goede ingrediënten nodig: water, bloem, gist, melk enz. Je hebt een degelijke oven nodig. Je hebt kennis en handigheid nodig. En… een dosis geluk, want ook als alle voorwaarden vervuld zijn, kan het nog mislopen.

In de Yogales           
Dit is de wereld en daar is het nooit eens perfect. Ook niet in de Yogales. Er is teveel volk. Er is geen volk genoeg. Er zijn teveel mannen. Er zijn geen mannen genoeg. Het is er te warm. Het is er te koud. De leraar spreekt te stil. De leraar gaat te snel. De leraar gaat te traag. De leraar spreekt teveel. De leraar geeft geen uitleg genoeg. Enzovoort. Het is met andere woorden altijd iets. En, zoals Louis Paul Boon zei, het is vaak nog iets ietser. Maar houd in gedachten dat het erop aankomt iets te leren. De les is maar een les, maar wat je er leert is zo wonderbaar en zo begerenswaardig dat het de moeite meer dan loont om er veel geduld en ijver in te investeren en om er de eventuele ongemakken met de glimlach bij te nemen. Je hoeft er, zoals ik al zei, niet jong of lenig voor te zijn. Je hoeft er geen genie voor te zijn. Je moet het alleen de kans geven zich te openbaren door het ook te beoefenen. Vermijd daarbij twee fouten. De eerste fout is fataal: je doet er niets mee; je zult het morgen doen, maar die morgen komt nooit. De tweede fout is overdrijving. Het lichaam moet de gelegenheid krijgen zich te ontdoen van allerlei gifstoffen en dat vergt tijd. De gifstoffen die door de oefening worden vrijgemaakt, moeten door het organisme worden verbrand en afgevoerd. Als je overdrijft, belast je het lichaam te veel, want het weet dan geen blijf met de in hoge doses vrijgemaakte toxines of gifstoffen. Het geheim van het succes is dagelijkse regelmaat.

Belangrijk     
Een belangrijk detail is dat Yogahoudingen moeten worden beoefend op een lege maag. Om gewicht te verliezen en beoefend om gezondheidsredenen is de tijd vóór het avondmaal de best geschikte tijd. Vraag je huisgenoten je die tijd te gunnen. Zij zullen er zelf het meeste van profiteren. Wat hebben ze immers aan jou als je moe en prikkelbaar bent of vóór de tv in slaap valt? In de tijd die ze je gunnen, doorbreek je de stress en laad je je batterijen op.