The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage


CORRECT LEREN ADEMEN (9)
BHASTRIKA PRAANAAYAAMA

De naam
Bhastrika betekent blaasbalg. Dat woord roept vele herinneringen bij me op. In mijn kinderjaren woonde ik het grootste gedeelte van de tijd bij mijn grootouders, de ouders van mijn moeder. Een warmer nest kun je je moeilijk voorstellen. Ze hadden een groot huis. Een grootoom, nonkel Fernand, de broer van mijn grootmoeder, woonde bij hen in. Grootmoeder had beloofd voor hem te zorgen als moeder er niet meer was. Nonkel Fernand was niet getrouwd. Hij was mensenschuw, maar hij was een krak van een smid en een grote kindervriend en paarden hadden voor hem geen geheimen. De boeren kwamen ’s avonds om hun Brabantse trekpaarden te laten beslaan, want nonkel Fernand werkte overdag in de brouwerij. Hij besloeg er en verzorgde er al de paarden, maar na de oorlog deed de moderne tijd zijn intrede en werden de paarden vervangen door vrachtwagens. Nonkel Fernand verloor zijn werk, kreeg een maagzweer, werd geopereerd en begon te drinken. Hij heeft zich uiteindelijk doodgedronken. Van zijn eigen smidse kon hij niet leven en hij begon ze te verwaarlozen.

Boven het open vuur in de grote smidse hing een enorme lederen blaasbalg. Om die te bedienen, moest aan een handvat worden getrokken. Dat vergde nogal wat kracht. De stevige luchtstoot uit de mond van de blaasbalg deed het vuur laaiend opflakkeren. De blaasbalg klapte dan met een gulpend geluid weer open, zich vullend met lucht. Dit is belangrijk om de Bhastrika praanaayaama te begrijpen en vooral om hem correct te leren beoefenen.

Praanaayaama bestaat uit drie fasen. De Sanskrit termen zijn: poeraka, koembhaka en rechaka of inademen, inhouden en uitademen. Een koembha is een pot. Koembhaka betekent dat de longen worden gesloten als een pot.

Dit is bhastrika
Zit goed rechtop in een stevige zithouding. Zit niet met een gekromde rug of voorovergebogen hoofd. De borst moet goed open zijn en de buik goed ontspannen. De mond blijft de hele tijd gesloten. Adem met kracht uit met de ribbenkas en adem met kracht in ook met de ribbenkas, maar leg de nadruk toch op de uitademing. Herhaal dit een tiental keren. Adem na de laatste uitademing langzaam diep in. Houd de adem in zolang je met gemak kunt. Doe moela bandha gedurende de hele oefening. Doe jaalandhara bandha tijdens het inhouden van de adem. Hef het hoofd op en adem zo langzaam mogelijk weer uit. Herhaal dit drie keer.

Twee variaties
Doe een tijd kapaalabhaati, adem dan diep in en houd de adem in met moela bandha en jaalandhara bandha. Dit is gemakkelijker.

In de derde variatie adem je in en uit met kracht met de buik alleen, zoals in kapaalabhaati.

klik