The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage

Uit licht van Sivanada : april 2009   Vol. 506

 

Vooroordelen troef
Een van de vele dingen die men ons doet geloven op school, in reportages en documentaires is dat hindoes geloven in vele goden. De naam die op de hun religie werd geplakt is polytheïsme. Ik ontdekte langgeleden al dat dit een misvatting is.

In de film Gandhi wordt getoond hoe de Mahatma India leert kennen door het met de trein te doorkruisen in gezelschap van zijn vrouw en Charlie, een Engelse dominee. Gandhi en zijn vriend Charlie steken op zeker ogenblik hun hoofd uit het raam. Ook op het dak van de trein zitten heel wat reizigers, zoals dat in India op lokale lijnen gebruikelijk is. Een van hen roept de Engelsman toe om ook op het dak te klimmen. Charlie doet dat. "Het is dichter bij God", zegt hij. Een van de hindoes vraagt hem of hij een christen is. "Mijn zuster is ook christen", roept hij glunderend en luid om het lawaai van de trein te overstemmen, "ze drinkt elke zondag bloed." Je lacht om zijn naïviteit, maar sta je er stil bij dat mensen uit andere culturen dat ook doen als wij hun zeden en gewoonten weer eens op onze kortzichtige en vooringenomen manier hebben uitgelegd?

Ik heb het hier al vaker gezegd dat het hindoeïsme gelooft in één God en je kunt geen theologische theorie bedenken, hoe vreemd ook, of ze heeft er haar aanhangers, zonder dat ze er evenwel voor op de brandstapel belandden. Als een rode draad loopt door al die theorieën evenwel de wonderbare gedachte dat al die talloze goden slechts manifestaties zijn van de Ene zelfde Ultieme Werkelijkheid.

In moderne huizen worden vele elektrische apparaten gebruikt. Er zijn kacheltjes, huishoudapparaten, televisies, radio's, stofzuigers, videospelers, pc's en noem maar op, maar ze werken alle op dezelfde elektriciteit. Het zijn allemaal toepassingen van dezelfde energie.

Om duidelijk te maken dat de vele hindoe goden manifestaties zijn van dezelfde Ultieme Werkelijkheid worden ze voorgesteld met vier of meer armen. Ze dragen in hun vier of meer handen allerlei symbolen, die alle op verscheidene manieren de functies van God verzinnebeelden. Die functies zijn in hoofdzaak schepping, instandhouding, vernietiging en verlossing.

Tijdens mijn dagelijkse studie kwam ik in de Shiva Poeraana de volgende verzen tegen (XIV 36 tot 38):

In de dagelijkse of in speciale offers aan de goden, ceremoniële wassingen, liefdadige giften, het herhalen van mantras, offers, het gunstig stemmen van brahmanen, de verering van verscheidene devas (goden) op speciale dagen of bij bijzondere samenstanden van de planeten of op de verschillende dagen van de week is het de alwetende Heer van het heelal die gezondheid en andere voordelen verleent door verscheidene vormen aan te nemen. Hij verleent het naargelang van de tijd, de plaats en de verdiensten van de ontvanger.

Dit is, dacht ik, toch meer dan duidelijk genoeg. Mensen die dit inzien, twisten niet langer over hun respectieve religies. We zijn allemaal gelovigen: de enen geloven dat God bestaat, de anderen geloven dat Hij niet bestaat. Waarom zouden we elkaar daarvoor naar het leven staan? Goeroedev Swami Sivananda zei: "Kan iemand me zeggen tot welke religie God behoort?" In de film Gandhi zegt de Mahatma ook tegen de Amerikaanse reporter Walker: "In onze tempel las de priester voor uit de Koran van de moslims en uit de Gietaa van de hindoes. Hij ging van het ene boek naar het andere, het maakte niets uit, zolang God maar werd vereerd."

Swami Satchidananda werd door Goeroedev Swami Sivananda naar Sri Lanka gestuurd wegens zijn kennis van het Tamil om er de plaatselijke afdeling van The Divine Life Society te leiden. Zijn kat heette Hari en zijn hond heette Om. Toen hij ze 's morgens riep, luidde het: "Harih OM", een van de grote mantras of gewijde Namen van de Ultieme Werkelijkheid. Het was ook een geliefkoosde kiertan van hem. Ik hoor het hem nog vol vuur zingen: "Harih Om Harih Om Harih Harih Harih Omů" Zijn Amerikaanse discipelen hadden moeite om het uit te spreken. Ze zongen iets dat klonk als: "Hurry Home." Lachend zei hij: "Dat is precies wat jullie moeten doen: naar huis gaan." Hij bedoelde: thuis komen in jezelf.

In de buurt van Swamiji's aashram stond een klooster van de oblaten. De abt was een Belg, ene vader Boudens. Ze werden vrienden en gingen af en toe bij elkaar op bezoek. In de kamer van Swami Satchidananda hing een tekening in de vorm van een lotus. Op de bloembladen van de lotus stonden de symbolen van alle religies. Vader Boudens vroeg hem hoe Swamiji dat allemaal samen rijmde. Swamiji's antwoord was niet nieuw. Het staat in de Vedas: "De Waarheid is één, de wijzen gaven haar verscheidene namen." Op een van zijn rondreizen bezocht hij de paus in het Vaticaan. Alvorens je bij de paus wordt gebracht, moet je antichambreren. Een kardinaal komt je daar gezelschap houden. Swami Satchidananda legde aan de kardinaal uit dat alle religies hun waarde hebben. Hij zei dat mensen eten en drinken om dezelfde redenen, namelijk om te blijven leven en omdat ze het lekker vinden. Ze kleden zich ook om dezelfde redenen: om het warm te hebben en om niet in de gevangenis te belanden wegens openbare zedenschennis. Maar hoe ze eten en wat ze eten en hoe ze zich kleden, is totaal verschillend. Zo is het ook met de religies. De verscheidenheid is troef.

De kardinaal had zijn twijfels. De swami vroeg hem: "Kent u het gezegde dat alle wegen naar Rome leiden?" De kardinaal antwoordde vanzelfsprekend ja. "Is er in uw grote Rome geen plaats voor mijn kleine OM?" vroeg Swamiji.

In ons boek Kom Thuis in Yoga wordt het verhaal van Krishna verteld. Een demon geeft hem vergif waardoor hij zijn geheugen verliest. De demon laat Krishna achter in de woestijn. De mythische vogel Garoeda -er is een Yogahouding naar hem genoemd- neemt hem op zijn rug. Krishna gaat onder leiding van de vogel op zoek naar zijn identiteit. Toen hij in de woestijn zijn ogen sloot, zag hij alleen maar zwartheid. Zo herinnerde hij zich zijn naam, die letterlijk" zwartheid" betekent. Op hun tocht wordt Krishna bij enkele wijzen gebracht. Hij stelt hen allen dezelfde vraag: "Wie ben ik?" Ze geven hem allerlei antwoorden, die hem erg in verwarring brengen. Op het einde van hun tocht licht Garoeda hun antwoorden toe: "In de woestijn zat je op het zand. Je sloot je ogen om jezelf te vinden en zag niets dan zwartheid. Probeer nu opnieuw in jezelf te gaan en ontdek wat je zoekt. En vind." Krishna bedekte zijn ogen zoals hij vroeger al had gedaan. En sloot alles buiten zijn geest om te ontdekken wat er overbleef. En toen dat gebeurd was vroeg de vogel hem: "Wat zie je?" Krishna antwoordde: "Ik zie zwartheid." De vogel vroeg: "Wat zie je nog?" Krishna keek. "Ik zie de ruimte tussen mij en de zwartheid", antwoordde hij. De vogel zei: "Dat is een grotere zwartheid dan de zwartheid zelf, maar toch is ze niet jezelf, want je ziet ze. Zeg me nu voor de laatste maal, wat is het dat bewust is van de ruimte tussen jou en de zwartheid?" Krishna keek, en dacht, en was, en zei: "Dat ben ik." En zie, hij kende zichzelf en was verlost van al zijn zoeken. De vogel sprak hem toe: "Ziet u nu dat u mijn meester bent?" Krishna zag in zichzelf een blauwe man die lag op een opgerolde slang en naast hem de grote witte vogel, die juist de woorden sprak die hij had gehoord. Krishna opende verrast zijn ogen, maar ontdekte dat hij nog steeds op de rug van de vogel zat en hij vroeg: "Wie was de blauwe man met wie u samen was op de slapende slang?" De vogel glimlachte: "Dat was Vishnoe, de Heer van het heelal, wiens dienaar ik ben", zei hij. "En wie bent u dan en wie is de slang?" vroeg Krishna. De vogel antwoordde: "Ik ben Garoeda, koning van de vogels. Ik vlieg voorwaarts doorheen de hele schepping en breng het innerlijk rijpen van de ziel teweeg. De slang is Ananta, spiraal van het heelal. Zij is de kanalen waarin ik vlieg, want rond en rond, in onszelf, gaan we bouwend op het verleden en de stof die achter ons ligt en toch vliegen we niet ver, maar wentelen ons in onszelf. Dit was de tocht die u hebt meegemaakt, Heer Krishna, reizend door aarde en hemel naar de vervulling van het Zelf naar de materie naar het leven naar de geest en opnieuw naar het Zelf dat het doel is van al uw zoeken. Bij iedere omloop van die enorme kringloop bevonden we ons telkens in het inwendige van het pad zelf dat we voordien hadden genomen. De grenzen die tussen ons en het vóór ons liggende Zelf schenen te bestaan waren zijden van de slang die zich altijd inwaarts oprolt. Dat waren de slangen en de draken die u ontmoette. Heb ik u goed geleid, mijn meester? Weet u nu wie u werkelijk bent?" "Ik ben", antwoordde Krishna, "dat is alles wat er te zeggen valt. Waarom konden die wijzen me dat niet onmiddellijk zeggen?" Maar de vogel antwoordde: "Kom nou, Krishna, was er geen waarheid in hun woorden?" En Krishna antwoordde: "Niets ben ik, omdat ik niet iets in dit heelal ben. Het Zelf van het heelal ben ik, omdat dit alles in mij is. En omdat ik nu dit alles en mezelf heb, ben ik de vriend van God, die mezelf is." De vogel lachte: "U bent een goede leerling, want u werd spoedig uw meesters meester", zei hij.

Tot zover een passage uit hoofdstuk XXIV van Kom Thuis in Yoga.