The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage

Uit licht van Sivanada : februari 2005   Vol. 464

 

GNYAANESHVARIE
OF GNYAANADEVA'S COMMENTAAR OP HOOFDSTUK VIII
VAN DE BHAGAVAD GIETAA

vervolg

20. Maar, waarlijk, hoger dan het ongemanifesteerde, bestaat er een ander ongemanifesteerd eeuwige, dat niet wordt vernietigd wanneer alle wezens worden vernietigd.

In zo'n staat wordt niets groot of klein gevonden en woorden als dit en dat verliezen alle hun betekenis, zoals melk haar naam en vorm verliest zodra ze werd gekarnd. Met het verdwijnen van de vorm van het heelal lost zijn menigvuldigheid op. Het verblijft evenwel in zijn zuivere staat van evenwicht als een zaad. Het wordt dan ook terecht ongemanifesteerd (avyakta) genoemd en dat wat een plaats en een verblijf uit dit ongemanifesteerde aanneemt is het gemanifesteerde. Deze twee namen danken hun betekenis aan elkaar. In werkelijkheid zijn namen slechts verschijnselen. Gesmolten zilver wordt een zilverbaar. Wanneer deze solide massa verandert, wordt ze sieraden. Deze twee veranderingen zijn evenwel slechts verschijnselen van het oorspronkelijke zilver. Op dezelfde manier vinden de veranderingen van gemanifesteerd en ongemanifesteerd plaats in één en hetzelfde Hoogste Bewustzijn. Maar dit Hoogste Brahman is gemanifesteerd noch ongemanifesteerd. Het is eeuwig noch vergankelijk. Het is hetzelfde zuivere Zijn voorbij alle verandering en het is eeuwig bestaand. Het blijft zuiver Bewustzijn zelfs terwijl het heelal ontstaat en het wordt niet vernietigd als het heelal oplost. Geschreven letters kunnen worden uitgegomd, maar hun betekenis blijft. Golven ontstaan en vergaan, toch bestaan ze eeuwig in de vorm van water. Op dezelfde manier is dat waarvan de wezens gemaakt zijn onvergankelijk al vergaan de wezens. Goud staat boven het smelten in de sieraden die worden gesmolten. Zo blijft ook dat waaruit de vormen zijn geschapen in zijn onsterfelijke staat ook al vergaat de vorm van de wezens.

21 en 22. Dat wat ongemanifesteerd en onvergankelijk wordt genoemd, is, zo zeggen ze, het hoogste doel. Zij die het bereiken, komen niet terug. Dat is mijn hoogste verblijfplaats.

De hoogste Poeroesha, O Paartha, is waarlijk bereikbaar door devotie voor Hem alleen, in wie alle wezens verblijven en die alles doordringt.

Dit Absolute wordt bij wijze van spreken ongemanifesteerd genoemd, al is dit geen afdoende beschrijving, aangezien dit zuivere Zijn niet binnen het bereik van de geest en de rede ligt. Zijn grenzeloos Wezen verandert niet, ook niet als Het verschijnt in een begrensde staat. Zijn onvergankelijke essentie is eeuwig, ook als de begrenzingen worden vernietigd. Het wordt ook Onvergankelijk (akshara) genoemd, want door dat woord wordt zijn essentie gevat. Daar voorbij is er niets en dus is het de hoogste haven van rust, het hoogste goed. Het is uitgespreid in het gehele leven van het lichaam en toch sluimert het heel de tijd aangezien het zelf niets doet noch iets anders iets doet doen. Geen enkel zintuig, O Arjoena, houdt op te functioneren, ze worden ononderbroken actief gehouden en de kanalen van alle zintuigen vloeien altijd over van activiteit. De geest zelf wordt waarlijk het marktplein waar bezienswaardigheden van zingenot tentoon worden gespreid. Hierin krijgt ook de ziel het haar toekomende deel van plezier en pijn. Zaken en handel vinden plaats in alle delen van het rijk, terwijl de koning geniet van zijn slaap en de mensen hun zaken behartigen zoals het hen uitkomt. Zo gaan ook het kennen van het intellect, de actie van de geest, de handelingen van de zintuigen en de bewegingen van de levenskracht altijd door al zet de hoogste ziel hen er toch niet toe aan. De mensen doen hun dagelijkse plicht zonder dat de zon hen ertoe dwingt. Daarom, O Arjoena, wordt de ziel Poeroesha genoemd, omdat ze rust in het lichaam. Deze naam wordt ook gegeven omdat de ziel huwelijksgeluk ervaart in het gezelschap van de Prakriti-Maayaa (de begoochelende Natuur), die voor de ziel als een trouwe en loyale echtgenote is. De Vedas met hun faam van alwetendheid reiken nog niet tot de omgeving van de verblijfplaats van de ziel. Wat dan betreffende het huis zelf? De grenzeloze hemel is slechts het uiterlijke gewaad van zijn glorie. De Yogis noemen het dan ook het allerhoogste voorbij alle uitbundigheid en toch komt deze Hoogste Godheid naar buiten om de toegewijden te vinden en te ontmoeten in zijn nederig verblijf. Want de toegewijde geeft zich met zijn lichaam, geest en spraak met hart en ziel uitsluitend over aan het Hoogste. Het Hoogste is dan voor de toegewijde een tuin van overvloed. Het is het tehuis, O zoon van Paandoe, van mensen met een onwankelbaar geloof, want zij hebben ingezien dat deze hele wereld een openbaring van Poeroeshottama (de Hoogste Poeroesha) is. Het Allerhoogste is het ene verhaal van degenen die zelfbedrog achterwege lieten. Het is het eigenschapsloze Bewustzijn van het Zijnde zelf en het plaatst de kluizenaar in het koninkrijk van het hoogste, nooit eindigende geluk. Het is het rijke voedsel dat de gelukkige ziel wordt opgediend, de moederliefde voor de gezegende arme zielen die niet geven om de zorgen van het leven. De koninklijke weg naar de Hoogste Verblijfplaats is devotie. Op hoeveel manieren moet ik, O Dhananjaya, dit herhalen? Het volstaat te zeggen dat het de verblijfplaats is die, ze bereikend, de ziel ermee verenigd wordt en ermee versmelt. Heet water koelt af door een koude bries of de duisternis verandert in licht als de zon opkomt. Op dezelfde manier maakt deze hoogste goddelijke verblijfplaats van dit aardse leven het eeuwige Tehuis van Volmaakte Vrijheid. Droog hout dat in het vuur valt, wordt zelf het vuur en kan niet worden teruggebracht als brandstof. O zoon van Paandoe, zodra suikerriet verandert in suiker kan het niet weer worden veranderd in suikerriet, hoe intelligent of bekwaam men ook is. Als met de steen der wijzen ijzer werd veranderd in goud, hoe kan dan de verloren staat van het ijzer worden teruggebracht, hoezeer men het ook probeert? Zoals gekarnde melk niet kan terugkeren naar haar staat van melk, zo is de uiteindelijke rustplaats, waarin zodra ze wordt bereikt geen spoor van het lijden van geboorte en dood achterblijft, mijn hoogste en echte Verblijfplaats. Aanvaard dit diepste geheim van mijn hart dat ik je openbaar.

23. De tijd waarin de Yogis vertrekken om niet terug te keren, evenals om wel terug te keren, die tijd zal ik je nu zeggen, O beste van de Bhaaratas.

Het is ook op een andere manier gemakkelijk te achterhalen waarmee Yogis worden verbonden bij de dood. Toevallig kan het gebeuren dat een Yogi zijn lichaam verlaat op een onvoorspoedige tijd en dan moet hij worden wedergeboren. Degenen (Yogis) die hun lichaam verlaten op de juiste tijd, zoals voorgeschreven door de Schriften, worden onmiddellijk één met het Hoogste Brahman. Maar anderen die sterven op een onvoorspoedige tijd moeten terugkeren om het hoofd te bieden aan de beproeving van wedergeboorte. Verlossing en wedergeboorte hangen dus af van het ogenblik van de dood. Ik leg je nu uit wat de geschikte tijd is. Luister, O grote krijger. Wanneer de gevoelloosheid bij het naderen van de dood intreedt, verlaten de vijf grove elementen het lichaam en gaan hun weg. Bij de komst van de dood overmeestert de ijlende opwinding het intellect niet, wordt het geheugen niet blind, noch verliest de geest zijn levendigheid. Onder de bescherming van het Hoogste Brahman blijven de vitale, bewuste krachten intact. Het behouden tot de dood van de energie van de innerlijke zinnen hangt af van het innerlijke vuur (vaishvaanara). Wanneer de vlam van een lamp wordt uitgeblazen door een krachtige wind of door water en de lamp haar kracht verliest, hoe zou dan zelfs de meest smetteloze (Yogi) dingen zien? Het lichaam wordt op het ogenblik van vertrek opgevuld met slijm (kapha), door en door, waardoor de hitte van het innerlijke vuur afkoelt met het gevolg dat de vitale levenskracht bijna uitdooft. Van welk nut zouden de geest en de rede in zo'n geval zijn? Er kan in het kort geen leven in het lichaam blijven als de lichaamswarmte verdwijnt. En van welk nut is het lichaam als de warmte er niet langer is? Het is dan niet meer dan een klomp natte klei. In zo'n staat dwaalt de ziel hulpeloos rond in de duisternis. Hoe kan in zo'n staat de herinnering aan het verleden worden behouden en hoe kan men bij het verlaten van het lichaam rusten in het Hoogste Zelf? Het leven in het lichaam wordt zelf herleid tot een klomp in de vorm van slijm en wordt uitgedoofd. De herinnering aan het verleden en de toekomst vervaagt. Aldus gaat de studie van de Yogabeoefening, eerder gegeven, verloren zelfs nog voor men vertrekt, zoals een lamp in de hand zou uitdoven nog voor het gezochte werd gevonden. In het kort, de belangrijkste steun van de kennis is de innerlijke hitte in het lichaam en het is noodzakelijk ze volledig te bewaren op het ogenblik dat het leven vertrekt.

24. Vuur, licht, de dag, de heldere veertien dagen en de zes maanden van het noordelijke pad van de zon, zijn de tijden waarin de mensen die het Absolute (Brahman) kennen, naar Brahman gaan.

Innerlijk moet er het licht zijn van het innerlijke vuur en uiterlijk moet er de heldere helft en ook de dag en elke van de zes maanden waarin de zon zich in het noordelijk halfrond bevindt. Degenen die hun lichaam afleggen in een voorspoedig tijdsgewricht bereiken het Hoogste Brahman en worden zonder enige twijfel het Absolute zelf. Luister, O Dhanoerdhara, zo groot is de voorspoedige samenloop van zulke gunstige omstandigheden dat het de enige rechte weg is om het Absolute te bereiken. De eerste stap op deze weg is het innerlijke vuur, de tweede is de heldere vlam, de derde de dag en de vierde de heldere helft van de maand. Eén van de zes maanden waarin de zon zich in het noordelijk halfrond bevindt, is de hoogste trede op de ladder van vijf treden, die de Yogis beklimmen en dan het tehuis van verlossing, opslorping in Brahman, binnengaan. Dit moet worden beschouwd als de meest voorspoedige tijd om het lichaam af te werpen. Het wordt het heldere pad genoemd. Ik vertel je nu ook over de onvoorspoedige tijd.

25. Rook, de nacht, de donkere veertien dagen en de zes maanden van het zuidelijke pad van de zon, zijn de tijden waarin de Yogi het maanlicht bereikt en terugkeert.

Bij het naderen van de dood overmeesteren slijm (kapha) en wind (vaata) het lichaam en daardoor verspreidt zich in de geest de gevoelloosheid van de duisternis. De lichaamsdelen worden stijf als hout, het geheugen wordt overmand door begoocheling en de geest wordt verstoord, doordat de levenskracht verstikt raakt. De lichaamswarmte daalt snel. Zoals het schemerig wordt en er duisternis noch helder licht overblijft wanneer de maan achter dichte en waterige wolken verdwijnt, zo verstijft en verstilt het leven en is men dood noch levend, maar zweeft men op de grenslijn tussen leven en dood. De geest, de rede en de zinnen raken verstikt door de rook en alles wat werd verworven tijdens een leven van hard werk gaat verloren en wat is het nut van nieuwe aanwinsten wanneer dat wat werd verworven wordt bedreigd? Dat is in het kort de bedroevende toestand die voorkomt op het ogenblik van het vertrek uit het leven. Dit is het wat plaatsvindt in het lichaam op het ogenblik van de dood. Vanbuiten is er eerst de duistere helft van de maand, dan de nacht en daarenboven een van de zes maanden waarin de zon zich in het zuidelijk halfrond bevindt. Wanneer zulke onvoorspoedige gebeurtenissen voorkomen die de kringloop van wedergeboorte voorspellen op het ogenblik van het vertrek uit het leven van een Yogi ligt zelfs het spreken over het bereiken van het Hoogste Brahman niet in het bereik van zijn gehoor. Iemand wiens lichaam afvalt in zo'n tijdsgewricht gaat niet verder dan de Maan en ook dat omdat hij een Yogi is en omdat hij vandaar terugkomt naar deze wereld van geboorte en dood. Weet dat dit, O Paandava, de onvoorspoedige tijd is die ik vermelde. Dit is het rokerige pad dat leidt naar de streek van de rotatie van geboorte en dood. De andere is het heldere pad, bevolkt, onafhankelijk, gelijk en vredig en het leidt naar opslorping in het Hoogste Brahman.

26. De heldere en donkere paden van de wereld worden waarlijk eeuwig geacht. Door het ene keert de mens niet terug, door het andere keert hij terug.

Dit zijn de twee paden, sedert het begin van de tijd, het ene recht, het andere krom. Ik heb hen besproken, zodat je weet welk goed is en welk slecht en wat werkelijk en onwerkelijk is en hoe je moet nagaan waar je echte welzijn ligt. Neemt iemand een duik in diep water als hij een uitstekend vlot ter beschikking heeft? Verlaat men een goed pad om een krom pad te volgen? Laat iemand die het onderscheid kan maken tussen vergif en nectar, de nectar links liggen? Volgt iemand die een recht pad ziet een krom pad? Daarom moet men eerst en vooral nagaan wat werkelijk en wat vals is. Eens deze test uitgevoerd, zal geen kwaad geschieden op het kritische ogenblik. Anders wacht de Yogi een groot gevaar bij de val van het lichaam en ontstaat er een grote verwarring over de twee paden. Zijn levenslange Yogabeoefening ligt dan helemaal overhoop. Een wezen dat per ongeluk het rechte pad mist en op het rokerige pad belandt, wordt gebonden door het koord dat alle wezens vasthoudt in de greep van leven en dood. Hij moet dan meedraaien in de kringloop van geboorte en dood. Houd deze grote gevaren en moeilijkheden in gedachten. Ik vertelde je hoe eraan te ontsnappen. Ik beschreef in detail beide paden. Het ene leidt naar het Hoogste, het andere trekt je in de kringloop van geboorte en dood. Wat men krijgt, hangt af van het pad waarop men zich toevallig bevindt.

27. Die paden kennend, O Paartha, is geen Yogi begoocheld. Wees daarom, O Arjoena, altijd verenigd in Yoga.

Laat dat voorbijgaan, want niemand is zeker wat op het ogenblik van de dood kan gebeuren. Wat door het lot is bepaald, zal hij verwerven zelfs zonder het te willen. Hoe kan men dan worden verenigd met het Hoogste Brahman door een van deze paden te volgen? Of het lichaam staat of valt, onze ziel is waarlijk het Hoogste Bewustzijn. Het touw zelf stelt een einde aan de vergissing dat men het verwarde met een slang. Is het water er zich bewust van dat het golven vormt of niet? Van begin tot einde bestaat het in zijn eigen zuivere aard met of zonder golven. Het ontstaat niet met het ontstaan van de golven en evenmin vergaat het met hun verdwijning. Op die manier worden degenen die versmolten met het Hoogste Brahman, zelfs terwijl ze nog in het lichaam zijn, onbelichaamd genoemd. Hoe kan er als zelfs geen spoor van het lichaam overblijft in het geval van degenen die lichaamloos werden iets vergaan op welk ogenblik dan ook? Hoe moeten ze dan zoeken naar een pad en vanwaar en waarheen en waar te gaan aangezien de plaats en de tijd alle versmolten met het Hoogste. Kijk maar, gebeurt het ooit dat de weerspiegeling van de lucht in een kruik bij het breken van de kruik recht moet opstijgen om te kunnen versmelten met de ongebonden lucht? En als ze dat niet doet, wordt ze er dan niet één mee? Het feit is dat met het breken van de kruik slechts de weerspiegeling wordt vernietigd. De zuivere oorspronkelijke lucht bestaat zelfs vóór de kruik werd gemaakt en hij blijft bestaan zelfs nadat de kruik breekt. De Yogis die versmolten zijn met het Hoogste Brahman, door hun kennis van het Brahman, ervaren nooit enige moeilijkheid in verband met deze paden, namelijk welk goed en welk verkeerd is. Sta daarom altijd vast in Yoga, O zoon van Paandoe. Daardoor zul je zonder moeilijkheden worden opgeslorpt in het Hoogste Brahmanen dan zal je eeuwige vereniging met het Brahman nooit wankelen of het lichaam nu leeft of sterft. Zo'n ziel die verenigd is met het Hoogste Brahmanwordt niet geboren bij het begin van de schepping en heeft evenmin iets te vrezen bij de ontbinding van het heelal. Ze is niet gebonden tijdens de kringloop van het komen en gaan tussen schepping en ontbinding van het heelal in geen enkele van die begoochelingen die leiden tot hemelse en wereldse genietingen. Hij alleen die een Yogi wordt door de verwerkelijking van deze kennis is veilig in het genieten van de vrucht ervan aangezien hij niet achter zingenot aanzit en de vorm van het Zelf bereikt. Macht en de genietingen ervan beschouwt hij als waardeloos, al waren ze gelijk aan het leven van Indra en andere goden.

28. Dat wetend, gaat de Yogi voorbij de vrucht van verdienste waarvan wordt verklaard dat ze ontstaat uit (studie van) de Vedas, offers, verstervingen en giften en bereikt hij de opperste (param), oorspronkelijke (aadyam) verblijfplaats (sthaanam).

De beste vrucht van de studie van de Vedas of het verwerven van oneindig grote verdiensten door offergaven, verstervingen en liefdadigheid met hun overvloedige oogst van verdiensten is slechts een armzalig ding in vergelijking met de glorie van het Hoogste Brahman. De hemelse zaligheid, die op geen enkele wijze minder weegt dan het Hoogste Brahman en waarvan de Vedasen de offers het pad ernaartoe zijn, wordt men nooit moe en ze eindigt nooit. Integendeel, ze verwijdt het veld van genot en met steeds stijgende rijkdom wordt ze aangevoeld als bijna gelijk aan het Hoogste Brahman. Die zaligheid wordt zelfs hoog genoeg geschat om de plaats van het Hoogste Brahmanin te nemen door de uiterlijke, door de zinnen gevoelde tevredenheid. Die hemelse zaligheid kan zelfs niet worden bemachtigd door degenen die honderden offers brachten. Als die hemelse zaligheid door de grote Yogis wordt gewogen op de palm van hun hand in de vorm van de goddelijke visie verworven door het bereiken van de kennis van het Hoogste wordt ze door hen ervaren als belachelijk weinig wegend en ze bijgevolg als waardeloos beschouwend, maken ze er slechts een trede van en zichzelf hoog verheffend door op deze trede te staan, bestijgen ze de zetel van het Hoogste Brahman. Dit is de verenigde glorie van het heelal, bestaande uit bewegende en onbewegende dingen. Ze is waard dat ervoor wordt gebeden door Brahmadeva en Shiva. Het is dat wat door de Yogis wordt genoten en ze is tevens de zaligheid die het resultaat is van dat genot.

Besluit           
Dit geheim werd ontsluierd aan de zoon van Paandoe, door Shrie Krishna, de ziel van alle kunsten, belichaming van de Hoogste Zaligheid, de bestaansgrond van alle wezens in het gehele heelal, het levensbloed van alle kennis en het schitterende licht van zijn eigen dynastie. Dit verhaal over Koeroekshetra dat lang geleden door Sanjayawerd verteld aan koning Dhritaraashtra zou ook nu moeten worden gehoord. Dit is Gnyaanadeva's verzoek aan zijn toehoorders.

Aldus eindigt hoofdstuk VIII van Shrie Bhaavaartha Diepikaa of De Lamp van de onuitgesproken Betekenis, geschreven door Gnyaanadeva.