The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage


HET SYMBOOL VAN HET HOOGSTE VERLANGEN

Swami Sivananda

Uit: Licht van Sivananda, februari 2004, vol. 454



Op woensdag 18 februari 2004 wordt Mahaashivaraatri gevierd. Shivaraatri betekent: de nacht van Shiva. Mahaa betekent: groot. Wij zullen het vieren in de wekelijkse meditatie op vrijdagavond 20 februari. N.

De verering van Shiva is een symbool van het hoogste verlangen van de mens naar het bereiken van de volmaaktheden waarvan de Ultieme Werkelijkheid de belichaming is.

Onthechting en het gevestigd zijn in Zelfbewustzijn zijn de twee grote kenmerken van Shiva. Dit toont aan dat absoluut Zelfbewustzijn wordt verworven door onthechting. De hoogste verworvenheid is de vrucht van de hoogste verzaking. Shiva wordt voorgesteld als altijd versmolten in Zelfbewustzijn, wat betekent dat de Ultieme Werkelijkheid gelijk is aan het Zelf, nooit verschillend van zichzelf, zich nooit verdelend in Zelf en niet-Zelf. Ze is Volheid, het Doel van allen, waar allen hun wensen en verlangens volledig bevredigd vinden. Shiva is dan ook de hoogste verworvenheid van het leven, de volmaaktheid van het Zelf of de verwerkelijking van de Waarheid. Hij is de Waarheid zelf, die moet worden bereikt door het negeren van onwaarheid, dat wil zeggen door verzaking. Hij is de Samhaarakartaa, de vernietiger van het heelal van dualiteit en meervoudigheid, de invouwer van alles in het hoogste Zelf.

Shivaraatri is de nacht waarin de zoeker probeert zich te bevrijden van de normale dierlijke en menselijke functies, volmaakte zelfbeheersing te beoefenen en zich af te stemmen op de Ultieme Werkelijkheid. Met andere woorden, de zoeker geeft volledig zijn persoonlijkheid over aan de Hoogste Shiva en legt zijn lagere natuur af. Hij doet oepavaasa, wat "vasten" betekent in de letterlijke betekenis en "leven nabij" in de esoterische betekenis. Dit gaat samen met waken tijdens de nacht. Het is dus een fysieke zowel als een geestelijke vasten. Het is het ontzeggen van voedsel aan het lichaam zowel als aan de geest. Het is dus in het kort het ontzeggen van de noodwendigheden van de individuele persoonlijkheid, wat hetzelfde betekent als het overstijgen van zichzelf om in het extatisch bewustzijn van de alzalige Shiva te verkeren.

Dit goddelijk bewustzijn wordt niet gemakkelijk opgewekt in iemand met gewone middelen. Zoals het lichaam en de inwendige organen op een negatieve manier verstoken blijven van hun natuurlijk, objectief voedsel, zo moeten ze ook op een positieve manier worden gewijd aan het dienen van de Heer. Anders zullen ze niet ophouden barrières te vormen voor het opstijgen naar het Hogere. Met dit doel in gedachten, vereert de zoeker Shiva op een fysieke manier, maar ook met woorden en in gedachten, zodat geen enkel aspect van de lagere natuur een kans krijgt zijn normale activiteiten te manifesteren die een hindernis vormen en zelfs schadelijk zijn voor de spirituele betrachting van de zoeker. Het reciteren van Vedische hymnen, de Duizend Namen van Shiva, kiertan van de gewijde Namen van Shiva, lezen uit de Poeraanas over Zijn glories, vasten, waken, japa van Zijn Mantra, meditatie over Zijn svaroepa (essentie), al deze vormen de verscheidene methodes waarmee de zoeker de versnippering van zijn energie en mentale kracht voorkomt en ze, door sublimering, opnieuw gebundeld richt op de eeuwige Bron.

De mens is hier op aarde om te groeien, met behulp van ononderbroken saadhanaa, en om zijn wezenlijke goddelijkheid te verwerkelijken. Deze waarheid wordt waargemaakt door vratas (geloften) en niyamas (het volgen van bepaalde regels) in verband met de Heerser van het heelal, de Schepper, de Almachtige. Die geloften en poejaas (eredienst) zijn bedoeld om nu en dan de ogen te openen van de slapende mens en om hem te doen ontwaken in zijn hoogste levensdoel. In de nacht van onwetendheid ziet de mens van de wereld het daglicht van het Aatman (Zelf) niet. De wereldse mens wordt naar God gericht door herhaalde aansporingen en aanmaningen om hem, ten minste af en toe, duidelijk te maken dat God de enige werkelijkheid is en dat het bereiken van Hem de enige betekenis van het bestaan is. Dit wordt gedaan door hem aan te raden een spiritueel leven te leiden. De intelligente zoeker moet echter al zijn tijd besteden aan het zoeken van de spirituele Werkelijkheid. Voor hem is het geheel van het leven een voortdurende gelofte, een ononderbroken eredienst, een eindeloze Shivaraatri. Maak daarom, O zoeker, van Shivaraatri de voorbode van je intense en constante saadhanaa voor Zelfverwerkelijking. Laat je hele leven Shiva zijn toegewijd. Dit gehele leven is een raatri, een nacht, voor jou. Waak tijdens deze nacht van de wereld en verblijf tijdens deze nacht in de verering van Shiva, die Brahman, het Absolute, is. Onthoud:

Yasyaam jaagrati bhoetaani sa nishaa pashyato moeneh.

Dat waarin alle wezens waken is nacht voor de wijze die ziet. (BhG II 69).

Mogen de zegening van Paramashiva op jullie allen rusten.