The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage

Uit licht van Sivanada : juni 2004   Vol. 458

MEDITATIE

Mensen denken dat meditatie betekent diep nadenken. Soms denken ze ook dat meditatie betekent dat ze niet meer mogen denken. Beide zijn onjuist. Meditatie is de vertaling van het Sanskrit dhyaana, dat in het Japans werd verbasterd tot zen. Het is de zevende trede van het achtvoudige Yogapad van Patanjali. Het wordt voorafgegaan door dhaaranaa of concentratie en gevolgd door samaadhi, waarin de Ziener (Bewustzijn) rust in zichzelf en zich niet langer vereenzelvigt met de bewegingen van de geest (vrittis; soetras 2 en 3 van Patanjali's Yogasoetra). (Voor de Yogasoetra van Patanjali zie onze uitgave Yogakompas.)

Er zijn in meditatie twee belangrijke punten om te onthouden. Het eerste is dat je moet leren stil te zijn. Achter het rumoer van de geest is er een niet-gemaakte Stilte. Niet-gemaakt betekent dat ze er altijd is. Het betekent dat je er niet iets voor hoeft te doen. Je moet ze niet maken. Ze is altijd een feit. Je moet alleen ophouden eraan voorbij te leven.

Zoekers benaderden de wijze Dakshinamoerti. Ze wilden door hem worden onderricht en stelden hem allerlei vragen over de essentie van de dingen, maar hij antwoordde niet. Toen ze aandrongen op een antwoord zei hij dat hij al had geantwoord. Hij hief zijn rechterhand op met de wijsvinger tegen de duim geplaatst, het symbool van Zelfbewustzijn (gnyaanamoedraa).

In 1969 hadden wij een Yogadag met Swami Chidananda. Tijdens een Satsang zei Swamiji tegen een van de deelnemers dat hij gedurende tien minuten moest spreken over Brahman, het Absolute. De man zei: "Het Absolute kan alleen worden uitgedrukt door stilte, daarom zal ik tien minuten zwijgen."

Het tweede is dat je niet mag toelaten dat je geest met je op de loop gaat. Zoals ik zei, denken mensen vaak dat meditatie betekent dat ze niet mogen denken. Dat is niet juist. Als je geest denkt, weet je dat hij denkt. Als hij ergens heen gaat, weet je dat hij ergens heen gaat. Je gaat niet met hem mee. Als je bijvoorbeeld een mantra herhaalt (japa) met behulp van een kralensnoer (maalaa) voel je op zeker ogenblik de kraal (meroe) die wat dikker is onder je vingers. Dit wekt je uit je eventuele verstrooidheid. Je zegt dan: "Stop, het is niet de bedoeling dat ik dagdroom of luchtkastelen bouw. Ik ben bezig met Japa Yoga." Je keert dan de maalaa om en herbegint zoals het hoort.

Zolang de kralen worden verschoven is het goed. Als de kralen stilvallen is het niet goed. De rest is een kwestie van onverdroten oefening. Geleidelijk leert de geest concentratie en verdwijnt het verschil dat je maakt tussen binnen en buiten. Als je het hebt over binnen en buiten is er iets dat beide overstijgt en naarmate je daarmee versmelt, groeit er een eenheidsbeleving. Dit heeft een gevoel van diepe zaligheid tot gevolg. De grote uiteindelijke ontdekking of verwerkelijking is dat je die zaligheid niet hebt opgebouwd of verworven, maar dat je ze bent.

In echte Yogameditatie contacteer je het Absolute, de Ultieme Werkelijkheid, die het oog is van je oog, de geest van je geest, de spraak van je spraak, de praana of levenskracht van je levenskracht. ("Praanasya praana", zegt de Kenopanishad.) Je kunt die Werkelijkheid niet zien, niet horen, niet ruiken, niet proeven en niet voelen. Maar door de kracht van die Werkelijkheid ziet je oog, hoort je oor, ruikt je neus, proeft je tong en voelt je huid. Je kunt die Werkelijkheid niet vatten in woorden of gedachten, maar door de kracht van die Werkelijkheid spreekt je mond en denkt je geest. Je hoeft je vinger niet op te heffen om ze aan te raken, want Ze is aldoordringend. Ze is dichterbij jou dan je eigen adem, dichterbij jou dan je eigen kransslagader, dichterbij jou dan jijzelf. Ze is de Zon waarover je mediteert in de Groet aan de Zon (Soeryanamaskaa-ram). Er is een tijd geweest dat mensen dachten dat de zon rond de aarde draaide. We weten nu dat het juist andersom is. Zo geloven moderne mensen, geleerden incluis, dat Bewustzijn een product is van de hersenen, zoals de gal van de lever. Het is ook in dit geval juist andersom: Bewustzijn was er eerst en al het andere is er een manifestatie van.     N.