The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage

Uit licht van Sivanada : januari 2005   Vol. 463

 

NEKKLACHTEN

Iemand met nekklachten verwees ik naar mijn artikel in het novembernummer over zorgen voor de rug. Ze antwoordde dat ik het daarin alleen had over de borst- en de rugwervels en niet over de nekwervels, want die waren bij haar van hun plaats geraakt en de osteopaat kreeg ze niet terug in het gelid. Ik zag het trouwens aan haar houding, zelfs zonder dat ze het zei, aan de wat houterige en scheve stand van het hoofd, die ook kenmerkend is voor iemand met een stijve nek.

Ze heeft niet helemaal gelijk, want ik heb het in die reeks van oefeningen ook over de nek. Bovendien ontstaan nekklachten vaak door een verkramping van het bekken en het zitvlak, waar in dat artikel uitgebreid werd bij stilgestaan. Door de verkramping van het bekken en het zitvlak is de wervelkolom immers uit balans en hierdoor ontstaan onder andere spanningen in de nek en de schouders. Dus in haar geval is het beoefenen van de Berghouding van groot belang. Maar er wordt in Berghouding ook aandacht geschonken aan de nek. De volgende simpele oefeningen zullen beslist helpen als ze met regelmaat en zonder overdrijving worden beoefend.

Sta in Berghouding, dat wil zeggen in een kleine spreidstand (een beetje kleiner dan heupbreedte). Het hoofd staat rechtop, de armen hangen ontspannen neer. De ogen zijn gesloten, tenzij dat voor moeilijkheden zorgt. Wees je bewust van je voetzolen en voel hoe de grond het lichaam draagt. Blijf dit doen tot je voelt dat er wat beweging in het lichaam zit. Die beweging wijst erop dat het lichaam ontspant en zijn verkramping heeft opgegeven, zodat het kan reageren op het pulseren van de levenskracht.

1. Strengel de vingers in elkaar en leg de handen dan op het achterhoofd. Niet in de nek of op de top van het hoofd, maar waar je hoofd achteraan een bult vertoont. De ellebogen zijn zijwaarts. Duw met al je kracht met je handen tegen het achterhoofd en met het achterhoofd tegen de handen. Laat de adem vrij vloeien. Bouw dus geen spanning op. En blijf je bewust van je voetzolen. Houd dit geruime tijd vol. Zodra je ontspant komt in de plaatsen waar je de spanning voelde een veel betere doorbloeding en doorstroming van de energie op gang.

2. Verwijder de ineengestrengelde vinger een paar centimeters van het hoofd en draai kleine cirkels rond het achterhoofd in wijzerzin en dan in tegenwijzerzin. Buig het hoofd niet voorover. Blijf je bewust van je voetzolen en de gedragenheid van het lichaam en laat de adem vrij.

3. Plaats de ineengestrengelde vingers weer op het achterhoofd. Houd de rug goed gestrekt, maar buig de nek. Ontspan de armen, zodat ze met hun hele gewicht aan het hoofd hangen, waardoor de nek wordt uitgerekt. Doet dit teveel pijn, neem dan wat druk terug. Houd dit geruime tijd vol. Blijf je bewust van je voetzolen.

4. Stel je nu voor dat je hoofd een katrol is en je armen een touw en dat iemand het touw grijpt bij de ellebogen en op en neer trekt. De kin glijdt over de borst van het ene sleutelbeen naar het andere. De schouders blijven onbeweeglijk. Het is de nek die moet draaien. De ellebogen gaan niet zijwaarts. Ze gaan loodrecht op en neer.

5. Draai cirkels met de schoudertoppen van voren naar achteren. Maak de cirkels groter en ga wat sneller. Draai dan de beweging om en maak de cirkels dan weer kleiner. Ga zo door tot de schoudergordel goed is opgewarmd.

6. Hef de schouders zo hoog mogelijk. De rug is uitgerekt, maar de buik is goed ontspannen. Laat na een tijd de schouders vallen.

Deze zes simpele oefeningen moeten niet worden herhaald. Probeer evenwel mettertijd de duur wat te verlengen. Dit zal helpen en je pijnvrij maken.

Met oefening nummer 5 hebben vele mensen veel moeite. Hun schouders gaan links en rechts op en neer, maar hun nek draait geen zier. Ze zitten totaal verkrampt in hun nek. Dit is het gevolg van stress, maar er spelen ook psychologische factoren mee. We zeggen van iemand dat hij een stijfkop is of dat hij halsstarrig is. In ruzies hoor je soms zeggen: "Ik geef mijn kop niet nog voor geen gouden Louis." Swami Sivananda zei: "Ze kunnen niet buigen. Ze lijden aan spirituele lumbago." Ik zag dat in India tijdens het eeuwfeest van Swami Sivananda in september 1987. Er waren duizenden mensen aanwezig. Swami Chidananda gaf op de laatste dag van de viering darshan, zoals dat heet. Wij gebruiken het woord audiëntie. De aanwezigen stonden in lange rijen en mochten de swami een na een begroeten. De oude generatie gaat op de knieën zitten en buigen met het hoofd tot op de grond of ze gaan languit op hun buik liggen (dandavat pranaam). Pranaam betekent: begroeting. Dandavatbetekent: wat de eigenschap van een stok heeft. Een volgende generatie blijft rechtop staan en buigt met de handpalmen tegen elkaar. Dit is de bekende namaskaara moedraa. De jonge generatie buigt met een korte knik of geeft de swami een hand. Iemand vroeg me: "En wat deed jij?" Zoals de oude generatie, zonder de minste schroom, zeker voor Swami Chidananda.