The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage

Uit licht van Sivanada : januari 2005   Vol. 463

 

De achterwaartse buigingen  

vervolg
Aasanas of Yogahoudingen zijn opgebouwd rond de wervelkolom, die kan bewegen in zes richtingen: voorwaarts, achterwaarts, zijwaarts links en rechts en schroeven links en recht; ze kan bovendien worden omgekeerd. In vorige aflevering beschreef ik de Krokodilhouding (makaraasana) en de Boothouding (naukaasana), die een goede voorbereiding zijn op de houdingen die daarna volgen. De aasana of Yogahouding die daarna kan worden aangeleerd heet Serpenthouding (sarpaasana).

Sarpaasana - Serpenthouding      
Lig op de buik met de benen samen. Houd ook de hielen samen. Het voorhoofd ligt op de mat. De handen staan plat op de grond onder de schouders met de vingertoppen ter hoogte van de schoudertoppen. De handen zijn gespreid op schouderbreedte. Vaak worden de handen te dicht bij elkaar gezet. De onderarmen moeten evenwijdig met elkaar en tegen het lichaam worden gehouden. Het is fout de ellebogen naar buiten te duwen.

Adem door de neus diep en geluidloos uit terwijl je grondig ontspant. Adem eveneens door de neus langzaam en geluidloos in, terwijl de kin van het lichaam wegglijdt en de romp rugwaarts wordt gekromd. Terzelfder tijd schuiven de handen naar voren tot de hele onderarmen de grond raken en de bovenarmen loodrecht onder de schouders staan. Hef het hoofd uit de schouders.

Wees je bewust van de lage rug en het ondereind van de wervelkolom. Ga langzaam langs de wervelkolom opwaarts en voel hoe ze zo goed mogelijk ontspant. Duw de lendenwervels en de borstwervels naar voren.

Ontspan zo diep mogelijk. Laat de adem vrij en wees er hier en nu bij. Wees je bewust van alles wat in het veld van je ervaring ligt.

Als de houding snel lastig wordt, is ze slecht uitgevoerd: de bovenarmen staan niet loodrecht. Vergewis je ervan dat de bovenarmen wel degelijk loodrecht onder schouders staan.

Drijf de tijd geleidelijk op. De houding wordt niet herhaald. Blijf elke dag wat langer in de houding tot een goede minuut.

Adem alvorens te beëindigen langzaam en geluidloos uit door de neus. Adem dan even langzaam en even geluidloos in en houd de adem in terwijl je de houding verbetert. Kom na een tijd langzaam en geluidloos uitademend langzaam neer en ontspan.

Ga na of het lichaam nergens verkrampt is. Is dit gebeurd, wees je dan bewust van de adem. Dit betekent niet dat je anders moet gaan ademen. Laat de longen volstrekt vrij, maar wees je bewust van elke in- en uitademing. Zo belet je dat je geest overal met je op de loop gaat.

Ga langzaam tewerk met regelmaat en zonder overdrijving. Je zet spieren aan het werk die al jaren misschien niet meer gewend zijn dat ze worden aangesproken. Als je overdrijft zullen ze pijn gaan doen. Dat is wel niet zo erg, maar je kunt het vermijden.

Zoals de Krokodilhouding en de Boothouding geeft ook de Serpenthouding oefening aan het middenrif en de wervelkolom. Ze bestrijdt winderigheid en houdt de nieren gezond. Ze geeft ook kracht.