The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage


Edwin van Oostwaard

Uit licht van Sivanada : Januari 2006   Vol. 473

 

Om beter te begrijpen waar Yoga vandaan komt en waar Yoga voor staat wil ik om te beginnen stilstaan bij de betekenis van het woord Yoga zelf.

In de meeste populaire Yogaliteratuur verklaart men dat het woord Yoga is afgeleid van het Sanskrit werkwoordswortel yoej wat verbinden betekent. Het Sanskrit behoort tot de zogenaamde Indo-europese taalfamilie waar ook bijna alle Europese talen toe behoren. We zien de werkwoordswortel yoej dan ook weer terugkomen in het Latijn als iungere, verbinden, waar ook weer het woord religie van is afgeleid, wat duidt op de (her)verbintenis tussen God en de mens.

Verdere degeneratie in de uitleg van de betekenis van Yoga komt men tegen in verklaringen waarin wordt beweerd dat Yoga de verbintenis tot stand brengt tussen lichaam en geest. Dat lichaam en geest twee heel aparte entiteiten zijn is een westers idee. In het traditionele Indiase denken behoren lichaam en geest tot hetzelfde oerprincipe namelijk Prakriti, dat men zou kunnen vertalen als Natuur. Hier tegenover stelt men Poeroesha wat Puur Bewustzijn betekent. Bewustzijn is in het Indiase denken dan ook geen functie van de geest.

Maar ook het verklaren van Yoga vanuit de werkwoordswortel yoej, verbinden, lijkt onjuist te zijn. Het woord Yoga lijkt eigenlijk meer verwant met het Nederlandse woord juk. En hoewel ook het juk de os met de wagen verbindt, moet men de betekenis van Yoga meer opvatten als een gedisciplineerde praktijk. Door het juk wordt de os leidbaar en kan zijn lichaamskracht gericht gebruikt worden voor allerlei doeleinden.

Yoga duidt dus op een gedisciplineerde praktijk die is gericht op het lichaam, daarmee aanduidende onze gehele natuur dus ook onze geest. Yoga is niet zozeer gebaseerd op ideeën of theorie, maar juist op ervaring of praktijk. Vandaar ook dat we de Yogapraktijk tegenkomen in tal van religieuze stromingen die qua ideeën niet met elkaar in overeenstemming zijn. De klassieke Yoga van Patanjali steunde theoretisch op de Saankhyafilosofie. Ook de Boeddha onderwees ademtechnieken, in Yogatermen Praanaayaama, in feite de belangrijkste Yogapraktijk. De Hatha-Yogapraktijk is afkomstig van weer een andere denkrichting, namelijk Tantra. En ook in de Advaita Vedanta zien we de Yogapraktijk weer terugkomen. Stappen we buiten de Indiase grenzen dan wordt de religieuze praktijk geen Yoga meer genoemd, maar de gelijkenissen zijn treffend. Zowel hindoes, als moslims, als katholieken gebruiken een gebedssnoer (maalaa) als hulpmiddel bij het bidden oftewel het reciteren van mantra's. Ik weet nog dat ik als kind in de kerk na het eerste belletje op mijn knieën moest gaan zitten, alweer een lichamelijke discipline. En wie kijkt naar hoe de moslims bidden, buigend, zittend op de knieën en dan verder vooroverbuigend, herkent al snel een Yogapraktijk die men Kriyaa Yoga noemt.

Hoe is men nu tot deze praktijken gekomen? Vaststaat dat de oorsprong van het religieuze denken gelegen is in de mystieke ervaring. Wat precies een mystieke ervaring is laat ik in het midden, maar duidelijk is dat deze optreedt op momenten dat lichaam en geest in een bepaalde ontvankelijke staat verkeren. Deze staat kan spontaan opkomen. Wie heeft niet van die momenten gehad waarop je ineens een stilte ervaart waarin je je plotsklaps bewust bent van je eigen bestaan, en de verwondering daarover. Die verwondering nodigt weer uit tot nadenken, filosoferen en zie hier de oorsprong van het religieuze denken.

Een dergelijk intreden van een staat van ontvankelijkheid zou op natuurlijke wijze kunnen optreden na een hevige ervaring van angst of na een zware lichamelijke inspanning. Niet toevallig dat deze ervaringen een verandering in de ademhaling teweeg brengen. Ik kom hier straks op terug als ik het ga hebben over zingen.

Je kan lichaam en geest natuurlijk ook een handje helpen om in een ontvankelijke staat te komen. Het gebruik van drugs bijvoorbeeld is in veel culturen nog steeds een geaccepteerd middel om mystieke ervaringen op te roepen. Zelfkastijding is ook een beproefde methode. Moslims die net zolang op hun hoofd slaan tot het bloed er uit spuit. Katholieken die zich met Pasen laten geselen en aan het kruis laten nagelen. Een voettocht naar Santiago de Compostella, de laatste meters al kruipend op de knieën afleggend. Om daarna in de wierookdampen te gaan staan die de priesters over de pelgrims uitwuiven. Allemaal gegarandeerd succes verzekerd.

En nu Yoga. Hoe verhoudt de Yogapraktijk zich tot het bovenstaande? Heel eenvoudig, ook Yoga is een praktijk die de lichamelijke ontvankelijkheid voor een mystieke ervaring probeert te stimuleren. Kijkend naar de ontwikkeling van deze lichaamspraktijk van de Klassieke Yoga, begin van onze jaartelling, tot aan Hatha Yoga, 12de eeuw, zien we een heel duidelijke ontwikkeling en verfijning van deze lichaamspraktijk waarbij het centrale gedeelte van al deze praktijken de beoefening van ademoefeningen is.

Dat men erop gekomen is om via ademtechnieken het lichaam ontvankelijk te maken voor mystieke ervaringen laat zich heel gemakkelijk verklaren. De mens is van oorsprong geen prater, maar een zanger. De mens gebruikte zijn stembanden oorspronkelijk niet om te praten maar om te zingen. En waar diende al dat zingen voor? Welnu, voor hetzelfde doel als waarvoor de vogeltjes fluiten, namelijk het verleiden van een partner. Indien u mij niet gelooft verzoek ik u om eens goed naar de liedteksten op de radio te luisteren. Gaan de meeste niet over de liefde? Zet daarbij MTV aan en u heeft de beelden erbij die heden ten dage weinig meer aan de fantasie overlaten.

Wie wel eens op zangles heeft gezeten weet dat de zangleraar veel aandacht besteedt aan de ademhaling. Wie goed wil leren zingen, moet goed leren ademhalen. Maar ook andersom, wie zingt leert goed adem te halen, omdat het zingen automatisch de uitademing verlengt. Het verlengen van de uitademing heeft een rustgevende invloed op lichaam en geest en kan uiteindelijk die stilte oproepen die wij een mystieke ervaring noemen. Dit is wat de grondleggers van Yoga al duizenden jaren terug uit ervaring hebben begrepen. De effecten van het zingen zijn eerst getransformeerd naar het reciteren (van mantra's) die men eerst luid en in een latere ontwikkeling al prevelend uitte. Deze verinnerlijking heeft zich voortgezet totdat er uiteindelijk geen klank meer aan te pas kwam behalve die van de natuurlijke mantra die elk ademend wezen onwillekeurig voortbrengt tot aan zijn dood: So (inademing) ham (uitademing), betekent 'Ik ben Hem'. Hier laat ik u achter, nadat ik voor u aldus de oorsprong van Yoga heb verklaard, met het beeld van de mediterende Yogi die al zittend in lotushouding zijn lichaam en geest bedwingt met gebruik van zijn ademhaling totdat de Natuur direct door Bewustzijn wordt ervaren zonder tussenkomst van enig (denk)beeld.