The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage


WIE BEN IK?

Uit een lezing van Swami Rama Tirtha in Chicago in het begin van deze eeuw

Uit Licht van Sivananda, april 1998, vol 396

Een jonge prins, zoon van de plaatselijke raajaa of koning, zocht samen met zijn begeleider in de bergen een asceet op, die Swami Rama Tirtha heette en die vroeger professor wiskunde was geweest, maar die nu zijn intrek had genomen in een grot aan de Ganges.
Prins: Swamiji, wat of wie is God?
Raama: Dit is een diepzinnige vraag en een heel moeilijk probleem, dat alle theologieën en religies beweren te onderzoeken. En jij wil er alles over weten in een korte tijdspanne?
Prins: Ja, Swamiji. Wie moet ik het anders vragen?
Raama: Wie een hooggeplaatst persoon wil spreken moet hem eerst zijn persoonsbewijs sturen. Schrijf op wie je bent en Raama zal het rechtstreeks in Gods handen leggen en Hem aan je voorstellen.
De prins gaf de Swami zijn visitekaartje. Die nam het aan en las het.
Raama: Prins, je weet niet eens wie je bent. Je kent zelfs je eigen naam niet. Zeg me eerst wie je juist bent, want pas dan zal God je met open armen ontvangen.
Prins: Dat begrijp ik niet.
Raama: Van wie is de stok die je in je hand houdt?
Prins: Van mij.
Raama: Van wie is de tulband op je hoofd?
Prins: Van mij.
Raama: Als de stok en de tulband je toebehoren, dan is er tussen hen en jou een relatie: ze zijn je eigendom en jij bent hun eigenaar. En wat je toebehoort, ben je niet. Van wie zijn je oren?
Prins: Van mij.
Raama: Je oren, je neus, je hele lichaam behoren je toe en wat je toebehoort, ben je niet. Je bent iets anders dan je oren, je neus en je hele lichaam. Ze zijn je eigendom, jij bent hun eigenaar. Het lichaam is als een paard en jij bent de ruiter. Jij bent niet het lichaam, niet de oren, niet de ogen, niets van dat alles. Wat ben je dan wel?
Prins: Ik moet de geest zijn.
Raama: Is dat wel zo? Kun je me zeggen hoeveel beenderen je in je lichaam hebt en waar het voedsel in je lichaam ligt datje vanmorgen at?
Prins: Zo ver reikt mijn kennis niet.
Raama: Je wijze van uitdrukken geeft aan dat je kennis iets is wat je toebehoort en wat je dus niet bent. Mensen zeggen: "Mijn geest, mijn intellect..." Dit betekent dat jij de eigenaar van het intellect en de geest bent, maar dat je ze niet bent. Je bent iets anders. Ga zitten en mediteer: "Ik ben niet het lichaam. Ik ben niet de geest." Voel het. Breng het in praktijk. Herhaal het in de taal van voelen en van actie... Als je alleen maar deze gedachte beleeft, als je zelfs maar zoveel van de Waarheid in praktijk brengt, dan word je vrij van alle angst en vrees. Vrees verlaat je als je je verheft boven het niveau van het lichaam en de geest. Alle angst houdt dan op. Alle zorgen verdwijnen dan. Als je maar verwerkelijkt dat je iets bent voorbij het lichaam en voorbij de geest. Prins, wat heb je vandaag gedaan? Welke daden heb je allemaal al gesteld?
Prins: Ik stond vroeg op, nam een bad, las een beetje, schreef enkele brieven, ontving enkele vrienden, bezocht enkele vrienden en kwam hier om u te spreken.
Raama: Is dat alles? Heb je niet heel wat meer gedaan? Je hebt duizenden dingen meer gedaan, ontelbare dingen. En je weigert ze te vermelden. Dit is onbetamelijk. Prins: Ik begrijp u niet. Ik zou niet weten wat ik nog meer heb gedaan.
Raama: Wie kijkt er op dit ogenblik naar de Swami?
Prins: Ik.
Raama: Zie je dit gezicht? Zie je de Ganges daar? Welnu, wie doet de spieren in de ogen bewegen? Het kan niet iemand anders zijn. Het kan niet iets extra zijn. Het moet je eigen Zelf zijn dat de spieren in de ogen doet bewegen in de activiteit van zien.
Prins: O, inderdaad, het moet ik zijn! Het kan niet iemand anders zijn.
Raama: Wie neemt er deel aan dit gesprek?
Prins: Ik.
Raama: Als je aan dit gesprek deelneemt, wie doet dan de spraakzenuwen vibreren? Het moet jij zijn. Wie nam er een ontbijt?
Prins: Ik.
Raama: Wie verteert dat ontbijt? Wie assimileert het? Het kan niet iemand anders zijn. De dagen dat uiterlijke oorzaken werden gezocht om natuurverschijnselen te verklaren zijn voorbij. Als een man viel, werd de oorzaak gezocht bij een of andere geest. De wetenschap aanvaardt zulke oplossingen van problemen niet. Wetenschap en filosofie zoeken de oorzaak van een verschijnsel bij het verschijnsel zelf.
De oorzaak van je spijsvertering moet in jou en niet buiten jou worden gezocht. Het moet je eigen Zelf zijn. Beste prins, denk een ogenblik na, de spijsvertering bestaat uit honderden processen. Tijdens het kauwen werken de speekselklieren. Er is het proces van verbranding. Bloed wordt gevormd. Voedsel wordt omgezet in spieren, beenderen, haar enz. Er vinden ontelbare activiteiten plaats. Als je eet, ben jij het die de ademhaling gaande houdt, die het bloed door de aders doet stromen, die je haar doet groeien. Denk eens aan, hoeveel processen, hoeveel activiteiten, hoeveel daden.
Prins: Inderdaad, Swamiji, er gebeuren in dit lichaam ontelbare dingen waar mijn intellect zich niet bewust van is. Ik vergiste me toen ik zei dat ik maar enkele dingen deed, die ik volbracht met behulp van de geest en het intellect. De andere negeerde ik.
Raama: In je lichaam vinden er inderdaad twee soorten functies plaats, onwillekeurige en willekeurige. Willekeurige handelingen zijn handelingen die worden gesteld met behulp van de geest en het intellect. Bij voorbeeld lopen, schrijven, spreken, drinken enz. Daarnaast zijn er duizenden activiteiten die rechtstreeks worden uitgevoerd, zonder hulp van de geest of het intellect. Bij voorbeeld de ademhaling, de bloedsomloop, het groeien van het haar enz. Mensen begaan de vergissing, de flagrante blunder dat ze aan henzelf alleen de daden toeschrijven die worden gesteld met de hulp van de geest en het intellect. Alle andere activiteiten, die worden uitgevoerd zonder de hulp van de geest of het intellect worden inderdaad volledig genegeerd. Ze worden volledig terzijde geschoven en door deze vergissing, door deze opsluiting van het ware Zelf in de kleine geest, het Oneindige vereenzelvigend met de geest, maken mensen zich klein, ongelukkig en ellendig.
Mensen zeggen: "God is in mij." Dat is juist. Het koninkrijk der hemelen is in jou. God is in jou. Maar die Kern die in jou is, ben jijzelf en niet de schil. Denk hier alsjeblieft ernstig over na! Ben je Hij die in je is of ben je de schil die buiten jou is? Sommige mensen zeggen: "Ik eet en de natuur verteert het. Ik zie, maar de natuur doet de spieren bewegen. Ik hoor, maar de natuur doet de zenuwen vibreren." Ga dit na, in naam van de Waarheid, in naam van de Vrijheid of je die Natuur bent of alleen maar het lichaam.
Je bent die Natuur. Je bent de Oneindige God. Als je alle vooroordelen opzijzet en alle bijgeloof afschudt en dan ernstig over het onderwerp nadenkt, erover discussieert, het uitpluist, het onderzoekt, het ontleedt, dan zul je vaststellen dat je van dezelfde aard bent als die Werkelijkheid die je God noemt. Je zult ontdekken dat je de Kern, de hele Natuur bent.
Prins: Ik begrijp de draad van het argument niet helemaal. Ik zie in dat ik iets ben voorbij het intellect.
Raama: Als je slaapt, sterf je dan of leef je?
Prins: Ik leef. Ik sterf niet.
Raama: En je intellect?
Prins: Ik droom. Het intellect is er dus nog altijd.
Raama: En tussen twee dromen in, in de diepe slaap? Waar is je intellect dan?
Prins: Het verdwijnt in het niets. Het intellect is er dan niet meer en ook de geest is er dan niet meer.
Raama: Maar ben jij er of niet?
Prins: Ik moet er zijn. Ik kan niet gestorven zijn. Ik moet er zijn.
Raama: Dus zelfs in de diepe slaap, waar het intellect ophoudt, waar het intellect als het ware een kledingstuk is dat aan de haak werd gehangen, zelfs daar ben jij er nog. Je sterft niet.
Prins: Het intellect is er niet en ik sterf niet. Dit begrijp ik niet helemaal.

Raama: Als je ontwaakt uit een diepe, droomloze slaap maak je dan geen opmerkingen zoals: "Ik heb lekker geslapen. Ik heb niet gedroomd"?
Prins: Ja, natuurlijk.
Raama: Die opmerkingen zijn zoals de opmerkingen van de man die getuige was in een proces. Hij zei dat er in het midden van de nacht op een bepaalde plaats niemand aanwezig was. De rechter vroeg hem of zijn verklaring juist was. "Wordt deze verklaring afgelegd op basis van horen zeggen of is ze gebaseerd op eigen waarneming?" vroeg de rechter. De getuige antwoordde dat zijn getuigenis niet gebaseerd was op horen zeggen. "Je was ooggetuige van het feit dat er niemand op die plaats was. Wat ben jij dan? Ben jij niet iemand?" vroeg de rechter. De getuige zei: "Ja, ik ben iemand." "Welnu," zei de rechter, "als deze verklaring volgens jou juist is, dan moet ze volgens ons verkeerd zijn aangezien jij er aanwezig was." De verklaring dat er niemand aanwezig was, is niet letterlijk waar. Jij was er aanwezig. In de diepe slaap was er geen vader, geen moeder, geen echtgenoot, geen vrouw, geen rivier, geen familie. Maar jij moet er aanwezig zijn geweest, anders zou je ons niet kunnen spreken over de nietsheid ervan. Je bent iets voorbij het intellect. Het intellect was in rust. Maar als jij sliep, wie deed dan het bloed stromen? Wie verteerde het voedsel in de maag? Wie hield het groeiproces gaande? Het intellect slaapt, maar niet Jij.
Prins: Swamiji, zover heb ik het begrepen. Ik weet nu dat ik een oneindige kracht ben die nooit slaapt, die nooit verandert.
Raama: Als kind was de zon voor jou een lekkere cake die werd gegeten door engelen. De maan was een prachtig stuk zilver, de sterren zo groot als diamanten. Waar zijn die ideeën gebleven? Je lichaam, je geest ondergingen zovele veranderingen, maar toch zeg je: "Toen ik een jongen was. Als ik eens zeventig zal zijn enz." Die opmerkingen tonen aan dat je iets bent dat altijd hetzelfde is in alle omstandigheden. Denk hier nog wat dieper over na. Verwerkelijk het. Ken jezelf en God zal onmiddellijk aan je worden voorgesteld. Broeder, hier groeien vele bomen. Is de kracht die deze boom doet groeien verschillend van de kracht die die boom doet groeien?
Prins: Neen.
Raama: Is de kracht die deze bomen doet groeien verschillend van de kracht die dieren doet groeien?
Prins: Neen, dat is onmogelijk. Het moet dezelfde kracht zijn.

Raama: Is de kracht die de sterren doet bewegen verschillend van de kracht die rivieren doet stromen?
Prins: Het moet dezelfde kracht zijn.
Raama: Welnu, de kracht die bomen doet groeien, kan niet verschillend zijn van de kracht die je lichaam doet groeien. Ze kan niet verschillend zijn van de kracht die je haar doet groeien. Dezelfde universele natuurkracht, dezelfde universele God of het Onkenbare, die de sterren doet schitteren, doet je ogen blinken, doet je haar groeien, doet het bloed door je aders stromen. En wat ben jij? Ben jij niet die kracht? Ben jij niet de kracht die je bloed doet stromen, die je haar doet groeien, die je voedsel doet verteren? Ben jij niet die kracht die voorbij de geest en het intellect is? Ben je dan niet de kracht die het hele heelal bestuurt? Ben je niet die God, die Onkenbare? Ben je niet het Alles dat overal aanwezig is?
Prins: Waarlijk! Ik wilde God kennen en ik ontdek dat mijn eigen Aatman, mijn eigen Zelf, God is! Welk een dwaze vraag heb ik gesteld! Ik moest ontdekken wie ik ben om God te vinden.