The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage


Uit: Licht van Sivananda, mei 2001, vol. 427

SHANKARA

Uit Swami Sivananda's "Saints and Sages"

Inleiding

Er was chaos in heel India op het gebied van religie en filosofie. Sekte na sekte ontstond. Het aantal religies liep zelfs op tot tweeënzeventig. Er waren twisten onder sekten. Er was nergens vrede. Chaos en verwarring waren schering en inslag. Er was bijgeloof en fanatisme. Duisternis heerste over het eens gelukkige land van rishis, wijzen en Yogis. Het eens zo glorierijke land van de Ariërs verkeerde in een miserabele staat. Dit was de toestand van het land in de tijd die voorafging aan de komst van de avataara (incarnatie) Shankaraachaarya (Shankara de leraar).

Dat het Vedische dharma in India nog bestaat is te danken aan Shankara. De krachten tegen de Vedische religie waren talrijker en sterker dan ze nu zijn. Toch overwon Shankara ze in zijn eentje in korte tijd allemaal en herstelde hij het Vedische dharma en de Advaita Vedaanta in hun oorspronkelijke zuiverheid. De wapens die hij gebruikte waren zuivere kennis en spiritualiteit. De voorgaande avataaras, zoals Raama en Krishna, gebruikten fysieke krachten, omdat de hindernissen naar dharma in die dagen ontstonden uit de fysieke tegenstand en aanvallen van asoeras (demonen). De bedreiging van dharma in de Kali-tijd (de tijd van vernietiging) ontstond uit hindernissen die meer innerlijk dan uiterlijk waren, meer geestelijk dan fysiek. De zaden van adharma (onrechtvaardigheid) waren aan het werk in de geest van bijna iedereen. Het kwaad moest dan ook worden bestreden met het wapen van kennis en zelfreiniging. Het was om dit wapen te smeden en het doeltreffend te hanteren dat Shankara geboren werd in de kaste van de brahmanen en de orde van sannyaasa (fase van verzaking in het leven) binnentrad. De vorige avataaras zoals Raama en Krishna werden geboren in de kaste van de krijgers, omdat ze zich in hun tijd moesten bedienen van oorlogswapens om het dharma te herstellen.

Allen zijn zich natuurlijk bewust van de belangrijke positie van Shankaraachaarya in de geschiedenis van de Indiase filosofie. Het kan worden bevestigd, zonder enige vrees voor tegenspraak, dat Bhaarata Varsha (India) zou hebben opgehouden Bhaarata Varsha te zijn verscheidene eeuwen geleden en nooit het moordende zwaard, het verwoestende vuur en de religieuze onverdraagzaamheid van de opeenvolgende invallers zou hebben overleefd, mocht Shankara het leven niet hebben geleid dat hij leidde en niet de lessen hebben onderricht die hij onderrichtte. En deze lessen kloppen nog steeds in elke cel en in het protoplasma zelf van de echte zoeker en de ware hindoe.

Geboorte

Shankara werd geboren in een heel arme familie in het jaar 788 na Christus in een dorp Kaalati genoemd, negen kilometer ten oosten van Alwaye, Kerala. Kaalati is een treinstation, op de Kochi-Shoranoer-spoorverbinding. Shankara was een Namboediri brahmaan. Raajasekhara, een zamindar (rijke landeigenaar), bouwde een tempel in Kaalati en deed een agrahaara (landschenking) aan de brahmanen, die in dienst van de tempel waren. Vidyaadhiraaja deed poejaa (eredienst) in de tempel. Hij had slechts één zoon, Sivagoeroe genaamd. Sivagoeroe studeerde de Shaastras (Schriften) en huwde op de gepaste leeftijd. Hij had geen kinderen. Hij en zijn vrouw Aaryaambaa baden tot Heer Siva om hen te zegenen met een zoon. Er werd hen een zoon geboren in de vasanta ritoe (lente) op de middag, in de voorspoedige abhijit moehoerta (het uur van de overwinning) en onder de constellatie ardhra. Deze zoon was Shankara.

Sivagoeroe stierf toen Shankara zeven jaar oud was. Shankara had niemand om in te staan voor zijn opvoeding. Zijn moeder was echter een buitengewone vrouw. Zij keek erop toe dat haar zoon werd opgevoed in alle Shaastras (Schriften). Shankara's oepanayana (toekennen van het heilige koord) werd uitgevoerd in zijn zevende jaar, na de dood van zijn vader. Shankara gaf blijk van een buitengewone intelligentie in zijn kinderjaren. Toen hij slechts zestien was werd hij een meester in alle filosofieën en vormen van theologie. Hij begon commentaren te schrijven op de Bhagavad Gietaa, de Oepanishads (filosofische sluitstukken van de Vedas) en de Brahma Soetras (aforismen over het Absolute) toen hij slechts zestien was. Wat een groot wonder.

Shankara's moeder raadpleegde astrologen betreffende de horoscoop en geschikte meisjes voor het huwelijk van haar zoon. Maar Shankara was vastbesloten de wereld te verzaken en een sannyaasin te worden. Shankara's moeder was zeer bedroefd over het feit dat er dan niemand zou zijn om zorg te dragen voor de verassingsriten na haar dood. Shankara verzekerde zijn moeder dat hij altijd klaar zou staan om haar te dienen op haar sterfbed en om de gebruikelijke verassingsriten uit te voeren. Zelfs dan was ze niet voldaan.

Op zekere dag namen Shankara en zijn moeder een bad in de rivier. Shankara dook in het water en voelde dat een krokodil zijn voet greep. Hij schreeuwde zijn moeder toe op de top van zijn stem: "O moeder lief, een krokodil sleurt me mee. Ik ben verloren. Laat me in vrede sterven als een sannyaasin. Laat me de voldoening smaken te sterven als een sannyaasin. Geef me nu uw toestemming. Laat me apaat-sannyaasa (verzaking op het ogenblik dat men zijn laatste adem uitblaast) nemen." De krokodil liet hem los. Shankara kwam uit het water als een sannyaasin in naam. Hij herhaalde nogmaals zijn belofte aan zijn moeder en liet haar achter onder de hoede van familieleden, die hij het weinige gaf dat hij bezat. Hij ging dan op zoek naar een goeroe om door hem op een formele wijze te worden ingewijd in de heilige orde van sannyaasa.

Op zoek naar een goeroe

Shankara ontmoette Govindapaada Aachaarya in een kluizenarij in Badarikaashrama (Badarienaatha) in de Himaalayas en wierp zich aan zijn voeten. Govinda vroeg Shankara wie hij was. Shankara antwoordde: "O vereerde Goeroe, Ik ben vuur noch lucht, aarde noch water, geen van deze, maar het onsterfelijke Aatman (Zelf) dat verborgen is in alle namen en vormen ben Ik." Hij zei op het einde ook: "Ik ben de zoon van Sivagoeroe, een brahmaan van Kerala. Mijn vader stierf toen ik nog een kind was. Ik werd opgevoed door mijn moeder. Ik heb de Vedas en de Shaastras bestudeerd onder een leraar. Ik nam apaat-sannyaasa toen een krokodil mijn voet greep terwijl ik een bad nam in de rivier. Ik bid u, wijd me formeel in in de heilige orde van sannyaasa."

Swami Govinda was zeer tevreden over de openhartigheid van Shankara. Nadat hij hem had ingewijd en hem het gewaad van de sannyaasin had omgehangen, leerde Swami Govinda hem de filosofie van Advaita; die hij zelf had geleerd van zijn Goeroe Gaudapaada Aachaarya. Shankara leerde al de filosofische basisregels van zijn Goeroe Govindapaada. Shankara ging op verzoek van Govinda naar Kaashi (Benares), waar hij al zijn beroemde commentaren op de Brahma Soetras, de Oepanishads en de Bhagavad Gietaa schreef en met succes afrekende met alle kritiek erop. Hij begon daarna zijn filosofie te propageren. Shankara had de grootste achting voor zijn goeroe Govindapaada en voor zijn paramgoeroe of de leraar van zijn leraar, Gaudapaada.

Shankara's digvijaya

Shankara's filosofische veroveringen (digvijaya) zijn enig in de wereld. Hij had zijn triomftocht over heel India. Hij ontmoette de leiders van de verschillende denkscholen. Hij overtuigde hen met argumenten en vestigde de suprematie en de waarheid van de religie die hij uiteenzette in zijn commentaren. Hij ging naar alle bekende zetels van geleerdheid. Hij daagde de geleerden uit tot discussies, argumenteerde met hen en bekeerde hen tot zijn opinies en inzichten. Hij versloeg Bhatta Bhaaskara en veroordeelde zijn bhaasya (commentaar) op de Vedaanta Soetras. Hij ontmoette daarna Dandi en Mayoera en leerde hen zijn filosofie. Hij versloeg dan in een debat Harsha, auteur van Khandana Khanda Khaadya, Abhinagupta, Moeraari Mishra, Oedayanaachaarya, Koemaarila en Prabhaakara.

Shankara begaf zich dan naar Maahishmatie. Mandana Mishra was de hoofdpandit aan het hof van Maahishmatie. Hij was opgevoed in het Karma-Mimaamsa-geloof en koesterde dus een intense haat jegens sannyaasins. Hij was bezig met een Shraddhaa-ceremonie (ceremonie voor de overledenen) toen Shankara zijn opwachting maakte. Onmiddellijk werd Mandana Mishra razend kwaad. Een venijnige conversatie ontstond toen de brahmanen, die er aanwezig waren voor de maaltijd, tussenbeide kwamen en probeerden Mandana Mishra te kalmeren. Shankara daagde hem uit tot een religieus dispuut. Mandana ging akkoord. Bhaaratie die de vrouw was van Mandana Mishra en die schoolse kennis bezat, werd aangeduid als scheidsrechter. Er werd op voorhand overeengekomen dat Shankara zou trouwen als hij werd verslagen en dat Mandana, indien verslagen, een sannyaasin zou worden en het gewaad van de sannyaasin uit de hand van zijn eigen vrouw zou ontvangen. Het debat begon in alle ernst en duurde verscheidene dagen zonder onderbreking. Bhaaratie ging niet zitten luisteren naar hun argumenten. Ze wierp een bloemenkrans om de schouders van beide tegenstrevers en zei: "Wiens bloemenkrans eerst begint te verwelken, moet zichzelf beschouwen als overwonnen." Ze ging naar huis om zich te wijden aan haar huistaken. Het dispuut duurde zeventien dagen. De bloemenkrans van Mandana Mishra begon eerst te verwelken. Hij aanvaardde zijn nederlaag en bood aan een sannyaasin te worden en Shankara te volgen.

Bhaaratie was een avataara van Sarasvatie, de godin van de geleerdheid. De wijze Doervaasa zong eens de Vedische hymnen voor Brahmaa en zijn vrouw in een grote bijeenkomst. Doervaasa beging een kleine vergissing. Sarasvatie lachtte. Doervaasa werd woedend en vervloekte haar om te worden geboren op aarde. Sarasvatie werd daarop geboren als Bhaaratie.

Bhaaratie kwam tussenbeide en zei: "Ik ben de andere helft van Mandana. Je hebt slechts zijn ene helft verslagen. Laten wij nu een dispuut houden." Shankara verzette zich tegen een debat met een vrouw. Bhaaratie haalde gevallen aan waarin er disputen met vrouwen hadden plaatsgevonden. Shankara ging akkoord en ook dit dispuut ging ononderbroken door gedurende zeventien dagen. Bhaaratie ging van de ene Shaastra (Schrift) naar de andere. Tenslotte moest ze toegeven dat ze Shankara niet kon verslaan. Ze besloot hem te verslaan met behulp van de wetenschap van de Kaama Shaastra (schrift over lust).

Shankara vroeg Bhaaratie hem een maand respijt te geven om zich voor te bereiden op het dispuut over de wetenschap van Kaama Shaastra. Ze ging akkoord. Shankara ging naar Kaashi. Hij scheidde zijn subtiel lichaam van zijn fysiek lichaam met behulp van zijn Yogakrachten en liet zijn fysiek lichaam achter in een holle boom. Hij vroeg zijn discipelen er zorg voor te dragen. Hij ging dan binnen in het dode lichaam (parakaayapravesha) van Raaja Amaroeka, dat op het punt stond te worden verast. De raaja (koning) stond op en alle mensen verheugden zich in dit wonderlijke voorval.

De ministers en de koninginnen ontdekten spoedig dat de verrezen raaja een ander mens was met verschillende eigenschappen en gedachten. Ze begrepen dat de ziel van een grote wijze het lichaam van hun raaja was binnengetreden. Boodschappers werden dan ook op pad gestuurd om te zoeken naar een menselijk lichaam ergens verborgen in een eenzaam woud of grot en het te verbranden als ze het vonden. Ze dachten dat ze zodoende de nieuwe raaja bij zich konden houden gedurende een lange tijd.

Shankara verwierf alle ervaringen van de liefde met de koninginnen. Maayaa (de illusie) is zeer machtig. Te midden van hen vergat Shankara alles betreffende zijn belofte terug te keren naar zijn discipelen. De discipelen gingen dan ook op zoek. Ze hoorden over de wonderbare verrijzenis van Raaja Amaroeka. Ze begaven zich onmiddellijk naar de stad en hadden een onderhoud met de raaja. Ze zongen enkele filosofische liederen die onmiddellijk het geheugen van Shankara deden terugkeren. De discipelen spoedden zich daarop naar de plaats waar het lichaam van Shankara verborgen was. Tegen die tijd hadden de dienaren van de koningin het lichaam ontdekt en waren ze begonnen het te verbranden. De ziel van Shankara keerde op dat ogenblik terug in zijn eigen lichaam. Shankara bad tot Heer Hari hem te helpen. Er viel onmiddellijk een regenbui, die de vlammen doofde.

Shankara keerde daarna terug naar de verblijfplaats van Mandana Mishra. Hij hervatte het oude dispuut en beantwoordde tot ieders voldoening alle vragen die Bhaaratie hem stelde. Mandana Mishra gaf al zijn eigendommen aan Shankara, die hem beval ze te verdelen onder de armen en verdienstelijken. Shankara aanvaardde hem als discipel, wijdde hem in in de heilige orde van sannyaasa en gaf hem de naam Soereshvara Aachaarya. Soereshvara Aachaarya was de eerste sannyaasin die de leiding op zich nam van de Shringeri Matha. Ook Bhaaratie vergezelde Shankara naar Shringeri en daar wordt ze zelfs nu nog vereerd.

Shankara klom op tot de stoel van alwetendheid nadat hij Vedische geleerden uit heel India had uitgenodigd en hun talrijke vragen had beantwoord. Door alle religieuze opponenten uit zijn tijd te verslaan -en ze behoorden tot niet minder dan tweeënzeventig verschillende denkrichtingen- en de superioriteit van het Vedische Dharma te hebben gevestigd, werd Shankara de Jagadgoeroe (wereldleraar) van allen.

Shankara's succes over alle andere religieuze sekten was zo volledig dat geen enkele van hen in staat was sedertdien de kop weer op te steken. De meeste verdwenen helemaal. Na Shankara's tijd verschenen nog wel enkele aachaaryas, maar geen enkele van hen kon degenen die van hen verschilden verslaan en een onbetwist meesterschap vestigen.

Moeders verassingsriten

Shankara kreeg nieuws dat zijn moeder ernstig ziek was. Hij verliet zijn discipelen en begaf zich alleen naar Kaalati. Zijn moeder lag te bed. Shankara raakte eerbiedig haar voeten aan. Hij loofde Heer Hari. Hari's boodschappers kwamen. Shankara's moeder gaf haar stoffelijk lichaam op en ging samen met deze boodschappers naar de verblijfplaats van Hari.

Shankara stuitte op ernstige moeilijkheden in het uitvoeren van de verassingsriten van zijn moeder. Gewoonlijk dragen sannyaasins geen riten of ceremoniën op, die toekomen aan familievaders. De Namboediri brahmanen waren tegen Shankara gekant. Ook zijn familieleden hielpen hem niet. Ze boden zelfs niet aan hem het lichaam te helpen dragen naar de verassingsplaats en weigerden hem vuur te geven om de brandstapel aan te steken. Tenslotte besloot Shankara de verassingsriten alleen te volbrengen. Aangezien hij het lichaam niet kon dragen, sneed hij het in stukken en droeg hij de stukken een na een naar de tuin achter het huis. Hij maakte daar een brandstapel en stak hem in brand met behulp van zijn Yogakracht. Shankara wilde de Namboediris een les leren. Hij verplichte het hoofd van de gemeenschap een verordening uit te schrijven dat een hoek in ieder huis of illam moest worden vrijgehouden voor het verbranden van de doden van de familie en dat ze het lijk in stukken moesten snijden en deze daarna verbranden. Dit wordt zelfs nu nog gedaan door Namboediri brahmanen.

Shankara keerde terug naar Shringeri. Van hier vertrok hij op een tocht door de zuidkust met een groot aantal volgelingen. Hij stichtte de Govardhana Matha in Poerie. Hij ging naar Kaanchiepoeram en viel er de Shaktas aan. Hij reinigde de tempels. Hij kreeg de heersers van de Chola en de Paandya vorstendommen aan zijn kant. Hij ging naar Oejjain en maakte er een einde aan de wreedheden van de Bhairavas, die mensenbloed vergoten. Daarna ging hij naar Dvaarakaa en stichtte er een Matha. Hij reisde dan langs de Ganges en hield religieuze disputen met belangrijke personen.

Shankara's einde

Shankara ging naar Kaamaroep, het huidige Goewati, in Assam en hield er een dispuut met Abhinava Goepta, de Shakta-commentator en behaalde de overwinning op hem. Abhinava voelde de nederlaag heel diep aan. Hij deed met zwarte magie Shankara lijden aan een ernstige vorm van aambeien. Padmapaada verwijderde de kwade gevolgen van de zwarte magie. Shankara genas. Hij ging naar de Himaalayas, bouwde er een Matha te Joshi en een tempel in Badari. Hij ging vandaar naar Kedaaranaath hogerop in de Himaalayas. Hij werd één met de Linga in 820 in zijn tweeendertigste jaar.

Shringeri Matha

In het noordwesten van de staat Mysore, genesteld in de mooie voetheuvels van de westelijke ghats, omgeven door maagdelijke wouden, ligt het dorp Shringeri. Hier vestigde Shankara zijn eerste Matha. De Toenga, een zijrivier van de Toengabhadra, stroomt door de vallei dicht tegen de muren van de tempel aan en haar zuiver en kristalhelder water is even beroemd als drinkwater als het water van de Ganges om in te baden (Gangaa snaanam, Toenga paanam). Shringeri is een plaats van een grote heiligheid en haar schoonheid moet worden gezien om op prijs te worden gesteld. De Matha is nog steeds in goede doen, zoals het gezegde luidt. Het eerbetoon bewezen aan de Matha door ontelbare zoekers en toegewijden is te danken aan de grootheid van beroemde mannen als Vidyaaranya die er aan het hoofd stonden al vanaf de stichting als aan de naam van de stichter zelf.

Het is niet misplaatst te vermelden dat de welbekende Sanskritgeleerde Max Müller er dertig jaar over deed om de commentaar op de Rig Veda te vertalen, die werd geschreven door Vidyaaranya, ook gekend als Saayana. De geleerde professor zegt in de inleiding dat geen enkele dag voorbij ging in die dertig jaar zonder tenminste tien minuten aan de vertaling te wijden. Er is ook een interessant voorval dat toen het manuscript dat hij gebruikte onleesbaar bleek te zijn op sommige plaatsen hij een geautoriseerde transcriptie van het origineel kreeg dat nog altijd wordt bewaard in de Shringeri Matha, dank zij de invloed van de mahaaraaja van Mysore.

Het beroemde heilige schrijn van Shrie Sharada is een even grote bron van aantrekkingskracht voor de toegewijden. Talrijk zijn de Mathas en kloosters in India waar heilige mannen of hun opvolgers zitten en waar hindoes uit alle delen van India samenkomen, maar geen enkel is zo groot of zo beroemd als Shringeri, de oorspronkelijke zetel van Aadi Shankaraachaarya. De Shringeri Pietha is een van de oudste kloosters van de wereld dat nu al meer dan twaalf eeuwen bloeit. Het is de eerste van vier zetels van geleerdheid gesticht door Shankaraachaarya, de andere drie zijn Poerie, Dvaarakaa en Joshi Matha, elk van hen vertegenwoordigt een van de vier Vedas.

Shankara plaatste zijn vier belangrijkste discipelen, Soereshvara Aachaarya, Padmapaada, Hastaamalaka en Trotakaachaarya, aan het hoofd van de Shringeri Matha, Jagannaatha Matha, Dvaarakaa Matha en Joshi Matha respectievelijk. De beroemdste sannyaasin in de opvolging van Goeroes van de Shringeri Matha is natuurlijk Vidyaaranya, de grote commentator op de Vedas en de vader van de dynastie van Vijayanagar. Hij was de devan van Vijayanagar. Hij werd een sannyaasin rond 1331. De elf sannyasins vóór Vidyaaranya waren Shankaraachaarya, Vishvaroepa, Nityabodhaghana, Gnyaanaghana, Gnyaanottama, Gnyaanagiri, Simha Girieshvara, Ieshvara Tiertha, Narasimha Tiertha, Vidyaa Shankara Tiertha en Bhaarati Krishna Tiertha.

De historische en pontificale troon van de Shringeri Matha staat bekend als Vyaakhyana Simhaasana of leeuwenzetel van geleerdheid. Volgens de traditie werd deze zetel gegeven aan de grote Shankara door Sarasvatie, de godin van geleerdheid, wegens haar waardering voor de uitgebreide eruditie van de filosoof. Vijfendertig aachaaryas hebben op deze pontificale troon gezeten vóór zijne huidige heiligheid in regelmatige en ononderbroken opvolging.

Dashanaami sannyaasins

Shankara stichtte tien ordes van sannyaasins onder de naam Dashanaami, die op het einde van hun naam een van de volgende tien achtervoegsels dragen: Sarasvati, Bhaarati, Poeri (Shringeri Matha), Tiertha, Aashrama (Dvaarakaa Matha) Giri, Parvata, Sagar (Joshi Matha), Vana en Aranya (Govardhana Matha).

De Paramahamsa vertegenwoordigt de hoogste van deze graden. Het is mogelijk een Paramahamsa te worden door een lange tijd van Vedaantische studie, meditatie en Zelfverwerkelijking. De Ativarnaashramis zijn voorbij kaste en levensfase. Ze eten met mensen van alle klassen. Shankara's sannyaasins worden gevonden over heel India.

Enkele anecdotes

Shankara ging op zekere dag met zijn leerlingen naar de Ganges om zijn bad te nemen toen een chandaala langs kwam met zijn honden aan zijn zijde. De discipelen van Shankara schreeuwden hem toe uit de weg te gaan. De chandaala vroeg Shankara: "O eerbiedwaardige Goeroe, u bent een prediker van Advaita Vedaanta en toch maakt u een groot onderscheid tussen de ene mens en de andere. Hoe kan dit samengaan met uw onderricht van Advaitisme? Is Advaita slechts een theorie?" Shankara was erg getroffen door de intelligentie van de chandaala. Hij dacht bij zichzelf: "Heer Siva heeft deze vorm aangenomen om me een les te leren." Hij componeerde dan en daar vijf shlokas (verzen) "Maniesha Panchaka" genoemd. Elke shloka eindigt aldus: "Hij die leerde naar de verschijnselen te kijken in het licht van Advaita is mijn ware Goeroe, hij weze een chandaala of een brahmaan."

In Kaashi zat een student de Paanini Soetras in het Sanskrit van buiten te leren. Hij herhaalde telkens weer: "Doekrin karane, doekrin karane…" Shankara hoorde dit en was getroffen door de vasthoudendheid van de jongen. Hij zong onmiddellijk een gedicht, het beroemde Bhaja Govindam, om hem de nutteloosheid duidelijk te maken van zulke studies op het gebied van de verlossing van de ziel. De betekenis van het lied is: "Vereer Govinda, vereer Govinda, vereer Govinda, O dwaas. Op het ogenblik van de dood, zal de herhaling van deze Sanskritsoetras je verlossen?"

Op zekere dag boden herrieschoppers Shankara vlees en likeur aan. Shankara raakte ze aan met zijn rechterhand. Het vlees veranderde in appels en de likeur in melk.

Een kapaalika (koppensneller) benaderde Shankara en vroeg hem zijn hoofd als een gift. Shankara stemde toe en vroeg de kapaalika zijn hoofd te nemen op een ogenblik dat hij alleen was en in meditatie zat. De kapaalika stond op het punt met een groot zwaard Shankara's hoofd af te hakken. Padmapaada, de toegewijde discipel van Shankara, kwam, greep de arm van de kapaalika en doodde hem met zijn mes. Padmapaada vereerde Heer Narasimha. Heer Narasimha ging binnen in het lichaam van Padmapaada en doodde de kapaalika.

Shankara's filosofie

Shankara schreef bhaasyas of commentaren op de Brahma Soetras, de Oepanishads en de Bhagavad Gietaa. De bhaasya op de Brahma Soetras wordt Sarierik Bhaasya genoemd. Shankara schreef commentaren op Sanat Soejaatieya en Sahasranaamaadhyaaya. Er wordt gewoonlijk gezegd: "Om logica en metafysica te leren, ga naar Shankara's commentaren, om praktische kennis te verwerven, die de devotie ontplooit en versterkt, ga naar zijn werken zoals Vivekachoedaamani, Aatma Bodha, Paroksha Anoebhoeti, Aananda Lahari, Aatma-Anaatma Viveka, Drig-Drisya Viveka en Oepadesha Sahasri." Shankara schreef talrijke originele werken in vers, die ongeëvenaard zijn in zoetheid, melodie en ideeën.

Shankara's hoogste Brahman (Absolute) is nirgoena (zonder goenas of eigenschappen), nirakaara (vormloos), nirvishesha (zonder kenmerken) en akarta (niet-doener). Het staat boven alle noden en begeerten. Shankara zegt: "Dit Aatman is zijn eigen bewijs. Dit Aatman of Zelf is niet gebaseerd op bewijzen van het bestaan van het Zelf. Het is niet mogelijk dit Aatman te ontkennen, want het is het wezen zelf van degenen die het ontkennen. Dit Aatman is de basis van alle soorten kennis. Het Zelf is vanbinnen, het Zelf is vanbuiten, het Zelf is vooraan en het Zelf is achteraan. Het is Zelf is rechts, het Zelf is links, het Zelf is bovenaan en het Zelf is onderaan."

Satyam-Gnyaanam-Anantam-Aanandam (waarheid, kennis, eeuwigheid, zaligheid) zijn geen afzonderlijke kenmerken. Ze vormen het wezen van Brahman zelf. Brahman kan niet worden beschreven, omdat beschrijving onderscheid vooronderstelt. Brahman kan niet worden onderscheiden van iets anders dan Zichzelf.

De objectieve wereld, de wereld van namen en vormen, heeft geen onafhankelijk bestaan. Het Aatman alleen heeft echt bestaan. De wereld is slechts vyavahaarika of uit verschijnselen bestaand.

Shankara was de grondlegger van de Kevala Advaita filosofie. Zijn leringen kunnen worden samengevat in de volgende woorden

Brahma satyam jagan mithyaa,

Jievo Brahmaiva na aparah.

Betekenis: Brahman alleen is werkelijk, deze wereld is onwerkelijk, de Jieva (individueel Zelf) is niet verschillend van Brahman of het Absolute.

Shankara predikte Vivarta Vaada. Zoals de slang wordt ingebeeld in het touw, zo worden deze wereld en dit lichaam ingebeeld in Brahman of het hoogste Zelf. Als je kennis van het touw verwerft, verdwijnt de illusie van de slang. Zo ook als je kennis van Brahman verwerft, verdwijnt de illusie van het lichaam en de wereld.

Shankara was de belangrijkste onder de meesterbreinen en reuzenzielen die Moeder India voortbracht. Hij was de grondlegger van de Advaitafilosofie. Shankara was een reuzenmetafysicus, een praktisch filosoof, een onfeilbare logicus, een dynamische persoonlijkheid en een verbazende morele en spirituele kracht. Zijn begripsvermogen en zijn vermogen om de dingen te verhelderen kenden geen grenzen. Hij was een volledig ontwikkeld Yogi, Gnyaani (wijze) en Bhakta (toegewijde). Hij was een Karma Yogi van geen klein allooi. Hij was een krachtige magneet.

Er is geen tak van kennis die Shankara onontgonnen heeft gelaten en die niet de aanraking, het gepolijst en de afwerking van zijn bovenmenselijk intellect ontving. Voor Shankara en voor zijn werken hebben wij een zeer grote eerbied. De verhevenheid, kalmte en vastberadenheid van zijn geest, de onpartijdigheid waarmee hij met verscheidene vragen omging, de helderheid van zijn uitdrukking, dit alles zet ons ertoe aan de filosoof steeds meer te vereren. Zijn leringen zullen blijven leven zolang de zon schijnt.

Shankara's schoolse geleerdheid en de meesterlijke manier waarop hij ingewikkelde filosofische problemen behandelt, hebben de bewondering afgedwongen van alle filosofische scholen van de wereld op dit ogenblik. Shankara was een intellectueel genie, en diepzinnig filosoof, een bekwame propagandist, een onovertroffen prediker, een begaafd dichter en een grote religieuze hervormer. Wellicht is er in de geschiedenis van geen enkele literatuur ooit zulk een groot schrijver geweest. Zelfs Westerse geleerden van deze tijd betuigen hem hun eerbied en respect. Van alle oude systemen zal dat van Shankaraachaarya voor de moderne geest het meest verwante en het gemakkelijkst te aanvaarden blijken te zijn.