The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage

Uit licht van Sivanada : september 2005   Vol. 469

 

De grote wijze Gnyaanadeva, die in de twaalfde eeuw in het Maraathi (taal die wordt gesproken in de Mahaaraashtra) een beroemde commentaar schreef op de Bhagavad Gietaa, zegt dat de Vedas zich bezondigden aan de ondeugd van de gierigheid, aangezien de laagste kaste en de vrouwen uitgesloten waren van de studie ervan. Ze (de Vedas) trokken daarom het gewaad van de Bhagavad Gietaa aan om hun ondeugd recht te zetten, schrijf Gnyaanadeva.

Ook de hoogste kaste, de kaste van de brahmanen, bezondigde zich nogal eens aan dezelfde ondeugd. Heel vaak immers monopoliseerden ze de Schriften en hielden ze hun wijsheid voor zich. Maar telkens stonden er grote wijzen op die de Schriften predikten in de volkstaal.

In de negentiende eeuw voerden de Engelsen in het onderwijs het Engels in als voertaal (Lord Macaulay's Memorandum van 1835). De eens zo orthodoxe hoogste kasten die met naijver de Schriften bewaarden, vielen ten prooi aan de ideeën en idealen van het Westen. Het Sanskrit en de Schriften werden vergeten. Het Engels werd de officiële taal. Swami Chidananda schrijft in zijn boek Dit is Swamij: "De nieuwe Engelssprekende klasse voorzag de Oost Indische Compagnie van bekwame schrijvers, tolken, assistenten enz. Later, onder de Kroon, werden ze bankklerken, legerklerken, burgerlijke ambtenaren, belastingsambtenaren en boekhouders. De kleine sectie die de sleutel van de cultuur van het land in bewaring had, had de Sanskrit geleerdheid opgeborgen, de Schriften vergeten en contact verloren met de oorspronkelijk traditie. Zij verengelste geleidelijk. De schatbewaarders verwaarloosden zelf de schat en de rijkdom die hij bevatte. Je kunt je voorstellen hoe dit de maatschappij beïnvloedde." Maar ook nu stonden grote wijzen op, die het tij deden keren. Zij begonnen de oeroude wijsheid te prediken in de taal van de verdrukker zelf. Het begon met Ramakrishna, die weliswaar Engels onkundig was, hij had immers nooit hogere studies gedaan, maar zijn belangrijkste discipel, Swami Vivekananda, was een verengelste hindoe. Hij bracht de Yoga- en de Vedantafilosofie naar het Westen op het einde van de negentiende eeuw.

In Chicago vond in 1893 een internationale bijeenkomst plaats van alle bekende religies. Swami Vivekananda was er door zijn persoonlijkheid en de inhoud van zijn lezingen de grote triomfator.

Na hem schitterden verengelste hindoes, zoals Shrie Aurobindo, Swami Ramatirtha, Papa Ramdas en andere grote wijzen, aan het spirituele firmament. Zij predikten de oeroude Vedische wijsheid in haar meest pure vorm in de Engelse taal die overal ter wereld is doorgedrongen. En er was natuurlijk onze eigen Sadgoeroedev Swami Sivananda. Hij had een encyclopedische kennis, een allesomvattende visie en een pen die nooit opdroogde, zoals hijzelf zei, en hij was hart van kop tot teen. Hij zag de eenheid in de verscheidenheid. Hij vroeg: "Kun je me zeggen wat de kaste is van de Heer en tot welke religie Hij behoort?" Zijn naam werd in India spreekwoordelijk en hij verwierf bekendheid in het hele Westen. Hij ligt aan de basis van Yoga Vedanta Aalst.

Tijdens het schoonmaken van mijn boekenkast kwam Swami Vivekananda's verzameld werk (acht dikke boekdelen) in mijn handen. Nadat ik de boeken had afgestoft, begon ik te lezen en was zo geboeid dat ik diezelfde dag nog zijn lezing in Chicago in 1893 vertaalde voor Licht van Sivananda.


gehouden in het Wereldparlement van religies,
Chicago, 19 september 1893

Drie religies die tot ons kwamen uit de prehistorie hielden stand in de wereld: hindoeïsme, zoroastrianisme en judaïsme. Ze ontvingen alle verschrikkelijke schokken en ze bewijzen door hun overleving hun innerlijke kracht. Maar het judaïsme slaagde er niet in het christendom op te slorpen en werd verdreven uit zijn geboorteplaats door haar alles veroverende dochter en slechts een handvol parsies is alles wat overblijft om het verhaal van hun grote religie te vertellen. Sekte na sekte ontstond in India en dit scheen de religie van de Vedas op haar grondvesten te doen beven, maar zoals het water op het strand na een aardbeving trok ze zich slechts tijdelijk terug om terug te keren in een alles verzwelgende vloedgolf, duizenden keren krachtiger, en toen het tumult van de storm voorbij was, werden deze sekten ingezogen, opgeslorpt en geassimileerd in het immense lichaam van het moedergeloof.

Van de hoge spirituele vluchten van de Vedantafilosofie, waarvan de laatste ontdekkingen van de wetenschap slechts echo's schijnen te zijn, tot de lage ideeën van afgoderij met zijn uitgebreide mythologie, het agnosticisme van de boeddhisten en het atheïsme van de jains hebben alle een plaats in de religie van de hindoe.

Waar dan, is de vraag die zich opdringt, is het gemeenschappelijk centrum waar al deze wijd uiteenlopende stralen samenkomen? Waar is de gemeenschappelijke basis waarop al deze schijnbaar hopeloze contradicties rusten? En dit is de vraag die ik zal proberen te beantwoorden.

De hindoes ontvingen hun religie door openbaring, de Vedas. Ze houden voor dat de Vedas zonder begin en zonder einde zijn. Het kan lachwekkend zijn voor de toehoorders hier dat een boek zonder begin en zonder einde kan zijn. Maar met de Vedas worden geen boeken bedoeld. Er wordt de verzamelde schat van spirituele wetten mee bedoeld die werden ontdekt door verschillende mensen in verschillende tijden. Zoals de wet van de zwaartekracht bestond voor ze werd ontdekt en nog zou bestaan als de hele mensheid ze vergat, zo is het ook met de wetten van de spirituele wereld. De morele, ethische en spirituele relaties tussen ziel en ziel en tussen individuele geesten en de Vader van alle geesten, waren er voor hun ontdekking en zullen blijven zelfs als we ze vergeten.

De ontdekkers van deze wetten worden rishis genoemd en wij eren hen als vervolmaakte wezens. Ik ben blij dit publiek te kunnen mededelen dat sommige van de grootste onder hen vrouwen waren. Hier zou kunnen worden opgemerkt dat deze wetten als wetten zonder einde kunnen zijn, maar dat ze een begin moeten hebben gehad. De Vedas leren ons dat de schepping zonder begin en zonder einde is. De wetenschap beweert te hebben bewezen dat de totale som van kosmische energie altijd gelijk is. Als er dus een tijd was dat niets bestond, waar was dan die gemanifesteerde energie? Sommigen zeggen dat ze bestond in een potentiële vorm in God. In dat geval is God soms potentieel en soms kinetisch, wat Hem veranderlijk zou maken. Alles wat veranderlijk is, is een samenstelling en elke samenstelling moet de verandering ondergaan die vernietiging wordt genoemd. God zou dus sterven, wat absurd is. Er was dus nooit een tijd dat er geen schepping was.

Als ik een eenvoudige gelijkenis mag gebruiken, de schepping en de schepper zijn twee lijnen, zonder begin en zonder einde, die evenwijdig met elkaar lopen. God is de altijd actieve voorzienigheid, door wiens kracht systemen na systemen uit de chaos ontstaan, die gedurende een tijd in gang worden gezet en dan weer worden vernietigd. Dat is het wat brahmaanse jongens elke dag herhalen: "De zon en de maan werden door de Heer geschapen, zoals de zon en de maan in vorige kringlopen." En dit stemt overeen met de moderne wetenschap.

Hier sta ik en als ik mijn ogen sluit en probeer mijn bestaan te bevatten: "Ik", "Ik, "Ik", wat is dan de idee die zich opdringt? De idee van een lichaam. Ben ik dan slechts een combinatie van stoffelijke bestanddelen? De Vedas verklaren: "Neen." Ik ben een bewustzijn dat leeft in een lichaam. Ik ben niet het lichaam. Het lichaam zal sterven, maar ik zal niet sterven. Hier ben ik in dit lichaam; het zal afvallen, maar ik zal blijven leven. Ik heb ook een verleden. De ziel werd niet geschapen, want schepping betekent een samenstelling wat een zekere toekomstige ontbinding betekent. Als de ziel werd geschapen, moet ze ook sterven. Sommigen worden gelukkig geboren, genieten een volmaakte gezondheid, met een mooi lichaam, mentale kracht en er wordt in al hun behoeften voorzien. Anderen worden ongelukkig geboren, sommigen hebben geen handen of voeten, nog anderen zijn idioten en slepen zich doorheen een ellendig bestaan. Waarom, als ze allen werden geschapen, schept een rechtvaardige en genadige God de ene gelukkig en de andere ongelukkig, waarom is Hij zo partijdig? Het verandert de situatie niet in het minste te beweren dat degenen die in dit leven ongelukkig zijn gelukkig zullen zijn in een toekomstig leven. Waarom moet een mens zelfs hier ongelukkig zijn onder de heerschappij van een rechtvaardige en genadige God?

In de tweede plaats verklaart de idee van een God als schepper niet de anomalie, maar geeft gewoon uitdrukking aan het wrede fiat van een almachtig wezen. Er moeten oorzaken zijn geweest, vóór deze geboorte, om iemand ongelukkig of gelukkig te maken en dit waren zijn voorbije daden.

Worden alle neigingen van de geest en het lichaam niet verklaard door een geërfde aanleg? Hier zijn twee evenwijdige lijnen van bestaan, de ene van bewustzijn en de andere van de materie. Indien de materie en haar veranderingen alles wat we hebben verklaren, dan is er geen noodzaak aan het bestaan van een ziel. Maar het kan niet worden bewezen dat de gedachte zich ontwikkeld heeft uit de stof, en indien een filosofisch monisme onvermijdbaar is, dan is een spiritueel monisme beslist logisch en niet minder begerenswaardig dan een materialistisch monisme, maar geen van beide is hier noodzakelijk.

We kunnen niet ontkennen dat lichamen bepaalde neigingen verwerven door erfelijkheid, maar deze neigingen hebben slechts betrekking op de fysieke samenstelling, waardoor een bepaalde geest slechts kan handelen op een bepaalde manier. Er zijn andere neigingen die eigen zijn aan een ziel en die worden veroorzaakt door de voorbije daden. En een ziel met een bepaalde neiging zou door de wet van de affiniteit worden geboren in een lichaam dat het meest geschikte instrument is om deze neiging te ontwikkelen. Dit is in overeenstemming met de wetenschap, want de wetenschap wil alles verklaren door gewoonte en gewoonte wordt verkregen door herhaling. Herhaling is dus noodzakelijk om de natuurlijke gewoonten van een pas geboren ziel te verklaren. En aangezien ze niet werden verworven in dit leven, moeten ze afkomstig zijn van voorbije levens.

Er is een andere suggestie. Als we dit alles voor waar aannemen, waarom herinner ik me dan niets van een vorig leven? Dit kan gemakkelijk worden verklaard. Ik spreek nu Engels. Het is niet mijn moedertaal, in feite zijn er nu geen woorden uit mijn moedertaal aanwezig in mijn bewustzijn, maar als ik ze wil oproepen, schieten ze tevoorschijn. Dit toont aan dat bewustzijn slechts de oppervlakte is van de mentale oceaan, en in zijn diepten zijn al onze ervaringen opgestapeld. Probeer en streef, ze zullen opkomen en je zult je zelfs bewust worden van je vorig leven.

Dit is een rechtstreeks en sluitend bewijs. Verificatie is het volmaakte bewijs van een theorie, en hier is een uitdaging gericht tot de wereld door de rishis. We hebben het geheim ontdekt waardoor de diepten van de oceaan van het geheugen kunnen worden opgewekt. Probeer het en je zult een volledige herinnering hebben aan je vorig leven.

De hindoe gelooft dus dat hij Bewustzijn is. Een zwaard kan Het niet klieven, vuur kan Het niet verbranden, water kan Het niet bevochtigen, lucht kan Het niet opdrogen. De hindoe gelooft dat elke ziel een cirkel is waarvan de omtrek nergens is, maar waarvan het centrum in het lichaam ligt, en dat de dood betekent dat het centrum verandert van lichaam naar lichaam. Evenmin wordt de ziel gebonden door de toestanden van de materie. In haar wezenlijke werkelijkheid is ze vrij, ongebonden, heilig, zuiver en volmaakt. Maar op een of andere manier stelt ze vast dat ze gebonden is aan de materie en denkt ze aan zichzelf als materie.

Waarom moet het vrije, volmaakte en zuivere wezen de slaaf van de materie zijn? Dat is de volgende vraag. Hoe kan de volmaakte ziel worden misleid tot het geloof dat ze onvolmaakt is? Er werd ons gezegd dat de hindoe deze vraag ontwijkt en beweert dat zo'n vraag onmogelijk is. Sommige denkers proberen de vraag te beantwoorden door aan te nemen dat er één of enkele bijna volmaakte wezens zijn en gebruiken grote wetenschappelijke termen om de kloof te overbruggen. Maar een naam is geen verklaring. De vraag blijft dezelfde. Hoe kan het volmaakte het bijna volmaakte worden? Hoe kan het zuivere, het absolute, zelfs maar een microscopisch klein deeltje van zijn aard wijzigen? Maar de hindoe is oprecht. Hij wil zich niet verschuilen achter spitsvondigheden. Hij is moedig genoeg om het hoofd te bieden aan de vraag op een mannelijke manier, en zijn antwoord is: "Ik weet het niet. Ik weet niet hoe het volmaakte wezen, de ziel, aan zichzelf begon te denken als onvolmaakt, als verbonden met en geconditioneerd door de materie." Maar een feit is en blijft een feit. Het is een feit in ieders bewustzijn dat men aan zichzelf denkt als een lichaam. De hindoe probeert niet te verklaren waarom men aan zichzelf denkt als een lichaam. Het antwoord dat het de wil van God is, is geen verklaring. Dit betekent niets meer dan wat de hindoe zegt, namelijk: "Ik weet het niet."

Welnu, de menselijke ziel is eeuwig en onsterfelijk, volmaakt en oneindig, en de dood betekent slechts een verandering van centrum van het ene lichaam in een ander. Het heden wordt bepaald door onze voorbije daden en de toekomst door die van het heden. De ziel blijft evolueren of valt terug van geboorte naar geboorte en van dood naar dood. Maar hier is een andere vraag. Is een mens een kleine boot in een storm, die het ene ogenblik wordt opgeheven op de schuimende golftoppen en het andere in de gapende diepte wordt gegooid en heen en weer geslingerd bij de genade van goede en slechte daden, een krachteloos en hulpeloos wrak in een altijd razende, altijd beukende, onverzettelijke stroom van oorzaak en gevolg; een kleine mot onder het wiel van oorzakelijkheid geplaatst dat steeds maar draait en alles verplettert wat op zijn weg komt en dat niet wijkt voor de tranen van de weduwe en het gehuil van de wees? Het hart zinkt bij de gedachte, toch is dit de wet van de natuur. Is er dan geen hoop? Is er geen ontsnappen mogelijk? Dit was de kreet die opsteeg uit de grond van het hart van de wanhoop. Ze bereikte de troon van genade en woorden van hoop en troost daalden neer en inspireerde een Vedische wijze en hij stond voor de wereld en op de top van zijn stem verkondigde hij de blijde mare: "Luistert, kinderen van onsterfelijke zaligheid, zelfs jullie die verblijven in hogere sferen, ik heb de Oude ontdekt die voorbij alle duisternis, alle begoocheling is. Alleen door Hem te kennen, zullen jullie weer worden gered van de dood." Kinderen van onsterfelijke zaligheid: wat een zoete, wat een hoopvolle naam! Staat me toe dat ik u, broeders, aanspreek met die zoete naam, erfgenamen van onsterfelijke zaligheid. Ja, de hindoe weigert u zondaars te noemen. U bent de kinderen van God, die delen in onsterfelijke zaligheid, heilige en volmaakte wezens. Godheden op aarde, zondaars? Het is een zonde een mens zo te noemen, het is een grote smaad op de menselijke natuur. Komt, O leeuwen, en schudt de begoocheling af dat u schapen bent; u bent onsterfelijke zielen, vrije geesten, gezegend en eeuwig; u bent geen stof, u bent geen lichaam, de stof is uw dienaar, niet u bent de dienaar van de stof.

Daardoor is het dat de Vedas geen verschrikkelijke combinatie van niet-vergevende wetten, niet een eindeloos gevang van oorzaak en gevolg, prediken, maar dat er aan het hoofd van al deze wetten, in en door elk deeltje van de stof en de energie, Eén staat "door wiens bevel de wind waait, het vuur brandt, de wolken regenen en de dood rondwaart op aarde".

En wat is zijn aard? Hij is overal, de zuivere en vormloze Ene, de Almachtige en de Algenadige. "Gij zijt onze vader, Gij zijt onze moeder, Gij zijt de bron van alle kracht, Gij draagt de lasten van het heelal. Help mij de kleine last van dit leven te dragen." Aldus zongen de rishis van de Vedas. En hoe Hem te vereren? Door liefde. "Hij moet worden vereerd als de beminde, dierbaarder dan alles in dit en het volgende leven."

Dit is de leer van de liefde die wordt verkondigd in de Vedas, en laten we nu nagaan hoe hij volledig werd ontwikkeld en onderwezen door Krishna, van wie hindoes geloven dat hij de belichaamde God op aarde was.

Hij leerde dat de mens op deze wereld moet leven als een lotusblad, dat in het water groeit, maar dat door water nooit wordt nat gemaakt. Op die manier moet de mens leven op deze wereld: met zijn hart bij God en zijn handen bij het werk.

Het is goed God lief te hebben met de hoop op beloning in deze of in de volgende wereld, maar het is beter God lief te hebben ter wille van de liefde, en het gebed luidt: "Heer, ik begeer geen rijkdom, ik zal van geboorte naar geboorte gaan, maar geef me dat ik U liefheb zonder hoop op beloning, maar met een onzelfzuchtige liefde ter wille van de liefde." Een van de discipelen van Krishna, die op dat ogenblik keizer van India was, werd door zijn vijanden uit zijn rijk verdreven en moest met zijn koningin een toevlucht zoeken in een woud in de Himalayas, en daar vroeg de koningin hem op zekere dag hoe het kwam dat hij, de meest deugdzame mens, zoveel lijden moest ondergaan. Yoedhishthira antwoordde: "Aanschouw, O mijn koningin, de Himalayas, hoe groots en prachtig ze zijn. Ik houd van hen. Ze geven me niets, maar het is mijn aard te houden van het grootse en het prachtige en daarom houd ik van hen. Zo heb ik ook de Heer lief. Hij is de bron van alle schoonheid, van alle sublimiteit. Hij is het enige om lief te hebben. Het is mijn aard Hem lief te hebben en daarom heb ik lief. Ik bid voor niets; ik vraag om niets. Hij mag me plaatsen waar Hij wil. Ik moet Hem liefhebben ter wille van de liefde. Ik kan geen handel drijven in liefde."

De Vedas leren dat de ziel goddelijk is, maar wordt gebonden gehouden in de stof. Volmaaktheid wordt bereikt als deze band wordt verbroken, en het woord dat ze daarvoor gebruiken is dan ook moekti, vrijheid, vrijheid van de banden van onvolmaaktheid, vrijheid van dood en lijden.

En deze gebondenheid kan slechts ongedaan worden gemaakt door de genade van God, en deze zegen komt tot de zuiveren. Hoe gaat deze zegen te werk? Hij openbaart zich aan het zuivere hart; de zuiveren en de smettelozen zien God, ja, zelfs in dit leven; slechts dan en dan alleen wordt de kromheid van het hart recht gemaakt. Dan stopt alle twijfel. Hij is niet langer de voorstander van de wet van oorzakelijkheid. Dit is het eigenlijke centrum, de zeer vitale opvatting van het hindoeïsme. De hindoe wil niet leven met woorden en theorieën. Indien er iets bestaat buiten het gewone zintuiglijke bestaan, wil hij er van aangezicht tot aangezicht mee staan. Indien er een ziel in hem is die niet stoffelijk is, indien er een algenadige universele Ziel is, gaat hij er rechtstreeks heen. Hij moet Ze zien en dat alleen kan alle twijfel verdrijven. Het beste bewijs dat de wijze van de ziel geeft is: "Ik heb de ziel gezien. Ik heb God gezien." En slechts dat is de enige staat van volmaaktheid. De hindoe religie bestaat niet uit strijd en pogingen om in een bepaalde leer of dogma te geloven, maar in verwerkelijking, niet in geloven, maar in zijn en worden.

Het gehele doel van hun systeem is door voortdurende strijd volmaakt te worden, goddelijk te worden, God te bereiken en God te zien, en dit bereiken van God, het zien van God, het volmaakt worden zoals de Vader in de Hemel volmaakt is, is de religie van de hindoes.

En wat gebeurt er met een mens wanneer hij volmaaktheid bereikt? Hij leidt een leven van oneindige zaligheid. Hij geniet oneindige en volmaakte zaligheid, het enige bereikt hebbend waarin een mens vreugde zou moeten scheppen, namelijk God, en hij geniet de zaligheid van God.

Tot zover zijn alle hindoes het eens. Dit is de gemeenschappelijke religie van alle sekten in India; maar volmaaktheid is absoluut, en het Absolute kan niet twee of drie zijn. Het kan geen eigenschappen hebben. Het kan niet individueel zijn. En als een ziel dus volmaakt en absoluut wordt, moet ze één worden met Brahman (het Absolute) en verwerkelijkt ze de Heer als de volmaaktheid, de werkelijkheid, van zijn eigen aard en bestaan, het absolute bestaan, absolute kennis en absolute zaligheid. We hebben telkens weer gelezen dat dit het verlies van de individualiteit inhoudt en dat we dan worden als een stok of een steen. "Hij spot met littekens die nooit een wonde voelden."

Ik verzeker je dat daar niets van aan is. Indien geluk erin bestaat het bewustzijn van dit kleine lichaam te genieten, dan moet het een groter geluk zijn het bewustzijn van twee lichamen te genieten, daar de maat van het geluk vermeerdert met het bewustzijn van een groter wordend aantal lichamen en het doel, het hoogste geluk, wordt bereikt wanneer het een universeel bewustzijn wordt.

Om die oneindige universele individualiteit te winnen, moet deze kleine gevangenis-individualiteit verdwijnen. De dood kan slechts stoppen wanneer ik één ben met het leven, het lijden kan slechts ophouden wanneer ik één ben met het geluk zelf, alle fouten kunnen slechts verdwijnen wanneer ik één ben met kennis zelf; en dit is de noodzakelijke wetenschappelijke conclusie. De wetenschap heeft me bewezen dat lichamelijke individualiteit een begoocheling is, dat mijn lichaam werkelijk één klein onophoudelijk veranderend lichaam is in een ononderbroken oceaan van materie; en Advaita (eenheid) is de noodzakelijke conclusie met mijn andere tegenhanger, de ziel.

Wetenschap is niets anders dan het ontdekken van eenheid. Zodra de wetenschap de volmaakte eenheid bereikte, zou ze stoppen met vooruit te gaan, omdat ze het doel zou hebben bereikt. Scheikunde zou niet langer vooruitgaan wanneer ze één element ontdekte waarvan alle andere elementen zijn gemaakt. Natuurkunde zou stoppen wanneer ze in staat zou zijn haar diensten te vervullen door een energie te ontdekken waarvan alle andere slechts een manifestatie zijn, en de wetenschap van de religie zou volmaakt worden als ze Hem ontdekte die het ene leven is in een heelal van de dood, Hem die de blijvende basis is van een voortdurend veranderende wereld. Eén die de enige Ziel is waarvan alle zielen slechts bedrieglijke manifestaties zijn. Aldus is het, door veelvuldigheid en dualiteit, dat de uiteindelijke eenheid wordt bereikt. Religie kan niet verder gaan. Dit is het doel van alle wetenschap.

Alle wetenschap moet uiteindelijk tot deze conclusie komen. Manifestatie, en niet schepping, is het woord van de huidige wetenschap, en de hindoe is blij dat wat hij gedurende eeuwen koesterde in zijn boezem zal worden onderricht in een krachtiger taal, en met meer licht van de laatste bevindingen van de wetenschap.

Laten we nu afdalen van de verzuchtingen van de filosofie van de religie naar de religie van de onwetende. Ik kan u nu al verzekeren dat er geen polytheïsme is in India. In iedere tempel kan men horen hoe de gelovigen alle eigenschappen van God toedichten aan de godenbeelden met inbegrip van alomtegenwoordigheid. Het is geen polytheïsme en evenmin zou de naam henotheïsme de situatie verklaren. "Als je de roos een andere naam gaf, zou ze nog even lekker ruiken." Namen zijn geen verklaringen.

Ik herinner me dat ik als knaap een christelijke missionaris hoorde prediken tot een menigte in India. Onder andere zoete dingen zei hij hen dat als hij een slag gaf aan hun godenbeeld met zijn stok, wat zou het dan kunnen doen? Een van de toehoorders antwoordde scherp: "Als ik uw God beledig wat kan hij dan doen?" "Je zou worden gestraft", zei de prediker, "als je sterft." "Zo zal mijn God u straffen als u sterft", antwoordde de hindoe.

Men kent de boom aan zijn vruchten. Wanneer ik onder hen, die men afgodendienaars noemt, mensen heb gezien wier gelijke ik op het gebied van moraliteit en spiritualiteit en liefde nergens elders zag, dan stop ik en vraag me af: "Kan zonde heiligheid baren?"

Bijgeloof is een grote vijand van de mens, maar onverdraagzaamheid is erger. Waarom gaat een christen naar de kerk? Waarom is het kruis heilig? Waarom keert men het gezicht naar de hemel als men bidt? Waarom zijn er zovele beelden in een katholieke kerk? Waarom zijn er zovele beelden in de geest van protestanten als ze bidden? Mijn broeders, we kunnen evenmin aan iets denken zonder een mentaal beeld dan dat we kunnen leven zonder ademen. Door de wet van de associatie roept het stoffelijke beeld de mentale idee op en omgekeerd. Daarom is het dat de hindoe een uiterlijk symbool kiest voor zijn eredienst. Hij zal u zeggen dat het helpt zijn geest gevestigd te houden op het Wezen tot wie hij bidt. Hij weet zo goed als u dat het beeld God niet is, het is niet alomtegenwoordig. Wat betekent tenslotte alomtegenwoordigheid voor bijna de gehele wereld? Het is slechts een woord, een symbool. Heeft God oppervlakkige plaatsen? Zo niet, als wij het woord "alomtegenwoordig" gebruiken dan denken wij aan het uitspansel of de ruimte, dat is alles.

Als we vinden dat we hoe dan ook, door de wetten van onze mentale constitutie, onze ideeën over oneindigheid moeten associëren met het beeld van de blauwe hemel, of van de zee, dan verbinden we onze opvatting over heiligheid natuurlijkerwijs met het beeld van een kerk, een moskee of een kruis. De hindoes hebben de idee van heiligheid, zuiverheid, waarheid, alomtegenwoordigheid en zulke andere ideeën geassocieerd met verschillende beelden en vormen. Maar met het verschil dat wijl sommige mensen hun hele leven wijden aan de God van hun kerk en nooit hoger stijgen, omdat voor hen religie een intellectuele aanvaarding van bepaalde doctrines en goed doen aan hun medemensen betekent, draait de gehele religie van de hindoes rond verwerkelijking. De mens moet goddelijk worden door het goddelijke te verwerkelijken. Godenbeelden of tempels of kerken of boeken zijn slechts een steun, een hulp in zijn spirituele kindertijd, maar steeds meer moet hij vooruitgaan.

Hij moet nergens stoppen. "Uiterlijke eredienst, materiële eredienst",zeggen de Schriften, "is het laagste stadium; streven om hoger op te stijgen, mentaal gebed, is het volgende stadium, maar het hoogste stadium is wanneer de Heer werd verwerkelijkt." Merk dat dezelfde oprechte mens die voor het godenbeeld knielt je zegt: "De zon schijnt daar niet (kan Hem niet verlichten), noch de maan, noch de weerlicht, noch wat we vuur noemen. Het is door Hem dat ze schijnen." Maar hij beledigt niemands God, noch noemt hij hun eredienst zonde. Hij erkent dat het een noodzakelijk levensstadium is. "Het kind is de vader van de man." Zou het correct zijn dat een oud man zegt dat kindsheid een zonde is of dat jeugd een zonde is?

Als een mens zijn goddelijke aard kan verwerkelijken met de hulp van een beeld is het dan juist dat een zonde te noemen? En als hij dat stadium achter zich heeft gelaten, mag hij het dan een vergissing noemen? Voor de hindoe gaat de mens niet van vergissing naar waarheid, maar van waarheid naar waarheid, van de lagere naar de hogere waarheid. Voor hem zijn alle religies, van het laagste fetisjisme tot het hoogste absolutisme, zovele pogingen van de menselijke ziel om de oneindigheid te vatten en te verwerkelijken, alle bepaald door de voorwaarden van zijn geboorte en omgang, en al deze zijn mijlpalen in zijn vooruitgang. En elke ziel is een jonge arend die steeds hoger klimt, steeds meer kracht vergarend, tot hij de glorierijke Zon bereikt.

Eenheid in verscheidenheid is het plan van de natuur, en de hindoe heeft dat herkend. Elke religie legt bepaalde onwankelbare dogma's neer en probeert de samenleving te verplichten deze te aanvaarden. Ze plaatsen voor de mensheid één jas, die gepast moet zijn voor Jan, Piet en Paul en voor allen zonder onderscheid. Als ze Jan of Piet niet past moeten zij het stellen zonder jas om hun lichaam te bedekken. De hindoes hebben ontdekt dat het Absolute slechts kan worden verwerkelijkt of dat er slechts kan worden aan gedacht of over gesproken door het relatieve, en dat de beelden, kruisen en halve manen gewoon symbolen zijn, haken om de spirituele ideeën aan op te hangen. Het is niet zo dat deze hulp noodzakelijk is voor iedereen, maar degenen die ze niet nodig hebben, hebben niet het recht te zeggen dat ze verkeerd is. Evenmin is het verplicht in het hindoeïsme.

Eén ding moet ik u zeggen. Afgoderij betekent in India niet iets verschrikkelijks. Het is niet de moeder van hoeren. Integendeel, het is de poging van onontwikkelde geesten om de hoge spirituele waarheden te vatten. De hindoes hebben hun fouten, ze hebben soms hun uitzonderingen; maar onthoud dat ze er altijd voorstander van zijn hun eigen lichaam te straffen en niet van het oversnijden van de keel van hun medemensen. Als de hindoe fanaticus zich verbrandt op de brandstapel, dan ontsteekt hij toch nooit het vuur van de inquisitie. En zelfs dit kan niet in de schoenen worden geschoven van het hindoeïsme, evenmin als het verbranden van heksen in de schoenen van het christendom kan worden geschoven.

Voor de hindoe is de gehele wereld van religies slechts een reis, een opkomst van verschillende mannen en vrouwen, door verscheidene voorwaarden en omstandigheden, naar hetzelfde doel. Elke religie ontwikkelt een God uit de stoffelijke mens en dezelfde God is dezelfde die hen allen inspireert. Waarom zijn er dan zovele tegenstellingen? Ze zijn er slechts in schijn, zegt de hindoe. De tegenstellingen komen van dezelfde waarheid die zich aanpast aan de veranderende omstandigheden van verschillende naturen.

Het is hetzelfde licht dat door anders gekleurde glazen schijnt. En deze kleine variaties zijn noodzakelijk ter wille van de aanpassing. Maar in het hart van alles regeert dezelfde waarheid. De Heer verklaarde aan de mensheid in zijn incarnatie als Krishna: "Ik ben in elke religie als de draad in een parelsnoer. Waar je buitengewone heiligheid ziet en een uitzonderlijke kracht die de mensheid verheft en zuivert, weet dat Ik daar ben." En wat was het resultaat? Ik daag de hele wereld uit om in het geheel van de Sanskrit filosofie de bewering te vinden dat alleen de hindoe zal worden gered en niet anderen. Vyaasa zegt: "We vinden volmaakte mensen zelfs buiten de grenzen van ons geloof en kaste." Nog één ding meer. Hoe kan de hindoe dan, wiens gehele gedachtepatroon rond God draait, geloven in het boeddhisme dat agnostisch is of in het jainisme dat atheïstisch is?

De boeddhisten en de jains hangen niet af van God, maar de gehele kracht van hun religie is gericht op de grote centrale waarheid in elke religie, een God te voorschijn te brengen uit elke mens. Ze hebben de Vader niet gezien, maar ze hebben de Zoon gezien. En wie de Zoon heeft gezien, heeft ook de Vader gezien.

Dit, broeders, is een korte schets van de religieuze ideeën van de hindoes. De hindoe heeft misschien niet al zijn plannen kunnen verwezenlijken, maar als er ergens een universele religie is, moet het er een zijn die geen locatie heeft voor plaats of tijd, die oneindig is als de God die ze predikt en wier zon schijnt op zowel de volgelingen van Krishna als van Christus, op heiligen en zondaars gelijk, die niet braahmistisch of boeddhistisch of christen of mohammedaans is, maar de som van al deze, en die nog ruimte te over heeft voor ontwikkeling, die in haar allesomvattendheid elke mens, van de laagste, onbeschaafde wilde, die niet veraf staat van de bruut, tot de hoogste mens die uitblinkt bijna boven de mensheid door de deugden op zijn hoofd en in zijn hart en die wordt aanbeden door de maatschappij, die de twijfel koestert of hij wel een mens is. Het zal een religie zijn waarin geen plaats is voor vervolging en onverdraagzaamheid, die de goddelijkheid erkent in elke man en vrouw en wier gehele kijk, wier gehele kracht draait rond het helpen van de mens om zijn eigen ware aard, zijn goddelijke natuur te verwerkelijken.

Bied zo'n religie en de hele mensheid zal u volgen. Ashoka's bestuur was een bestuur van het boeddhistische geloof. Dat van Akbar, al was het meer doelgericht, was slechts een gespreksvergadering. Het was het voorrecht van Amerika in alle hoeken van de wereld te verkondigen dat de Heer in elke religie is.

Moge Hij die het Brahman van de hindoes, de Ahoera-Mazda van de volgelingen van Zoroaster, de Boeddha van de boeddhisten, de Jehova van de joden, de Vader in de Hemel van de christenen is u de kracht geven om door te gaan met uw nobele idee! De ster ging op in het oosten; ze reisde standvastig naar het westen, soms gedimd en soms luisterrijk, tot ze rond de wereld ging; en nu verschijnt ze weer aan de horizon van het oosten, duizend keer schitterender dan ooit voorheen.

Heil, Columbia, moederland van vrijheid! Het werd gegeven aan u die nooit haar hand doopte in het bloed van haar naaste, die nooit vond dat de kortste manier om rijk te worden erin bestaat zijn buren te bestelen, het werd gegeven aan u de voorhoede te vormen van de beschaving met de vlag van de harmonie.