The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage

Uit: Licht van Sivananda, mei 2005, vol. 463

Lezingen van Swami Chidananda gehouden in de vijftiger jaren in de Yoga Vedanta Forest Academy in Goeroedevs aashram

AARD VAN HET BESTAAN

De aard van de Ultieme Werkelijkheid is bestaan. Dit kan worden geïllustreerd met een voorbeeld. Je gaat naar het woud en ziet daar een boom. De boom is. Als een houthakker hem velt, wordt hij een boomstam. Al is de boom veranderd van naam en vorm toch is zijn bestaan niet verdwenen. Hij bestaat met de naam en in de vorm van een boomstam. Als deze dan wordt verzaagd tot planken, dan is de boomstam er niet meer, maar zijn de planken er. Het bestaansaspect blijft. Als van de planken tafels en stoelen worden gemaakt, dan zijn de planken er niet meer, maar zijn de tafels en stoelen er. Na enkele jaren zijn de tafels en stoelen versleten en worden ze in stukken gehakt. De tafels en stoelen zijn er dan niet meer, maar de stukken hout zijn er. Als de stukken hout worden verbrand, blijft er as over. Het hout bestaat nu als as. En zelfs als de as vergaat, bestaat ze volgens de wetenschap toch nog in de vorm van atomen. Het bestaan blijft. De Ultieme Werkelijkheid is bestaan, eeuwigheid.

ZINTUIGLIJKE KENNIS ONBETROUWBAAR

We kunnen de Waarheid niet ervaren met de zintuigen noch met de geest, want ze zijn begrensd in hun mogelijkheden. Men ziet een voorwerp 's avonds zolang er licht is. Maar als het licht wordt gedoofd, zien we niets meer al zijn onze ogen wijd open. De ogen hebben dus een uiterlijke factor nodig om een voorwerp te zien, namelijk het licht. Maar veronderstel dat er teveel licht is. Ook dan kunnen de ogen niet zien. Ze worden tijdelijk of zelfs blijvend verblind. Ook als het voorwerp verborgen is achter een gordijn kunnen de ogen het niet zien. Op een afstand kun je niet zien of een drinkglas gevuld is met helder water of niet. Als je verkouden bent, kun je een voorwerp niet ruiken. Je kunt een heel lage klank niet horen en een krachtig geluid kan je doof maken. Als je verdiept bent in gedachten, hoor je geen uiterlijke geluiden. Hoe lekker ze ook is, een derde of een vierde glas melk houdt op lekker te zijn. Als melk lekker was, moet ze altijd lekker zijn. Maar waarom is een vierde glas melk niet meer lekker en doet een vijfde glas je kokhalzen? Onze zintuigen zijn dus beperkt in hun mogelijkheden. We kunnen met de zintuigen geen gelijkmatige waarneming hebben. Je kunt je niet herinneren wat je gisteren allemaal at. Je kunt je het verleden niet herinneren en evenmin kun je de toekomst voorspellen. Hoe intelligent men ook is, als er iets verkeerd gaat met de hersenen heb je een psychiater nodig of moet je worden opgenomen. Een dosis opium is genoeg om je het bewustzijn te doen verliezen. Dit zijn de beperkingen van het intellect en de zinnen. Ook wordt de kijk van de mens vertroebeld door jaloersheid, woede, vooroordelen, depressie enz. Is een mens opgewekt dan lijkt alles mooi. In het andere geval wordt alles lelijk. Voor een mens die haatgevoelens koestert, wordt iedereen een vijand. Als zijn geest gevuld is met liefde is iedereen een vriend. Kennis verworven door de geest is dus niet betrouwbaar.

VERSCHIJNSELEN ZIJN ONWERKELIJK

De grote meesters hebben geprobeerd aan te tonen dat alles wat we waarnemen slechts de verschijning van een ding is en niet het wezen van het ding. Neem bijvoorbeeld een lap stof. Verwijder de schering en inslag. Je verwijdert daarmee alle draden. Hij is dan niet langer de lap stof die hij vroeger was. Hij is nu een hoop draden. Deze kunnen op hun beurt worden herleid tot katoen en katoen tot atomen. In werkelijkheid dragen we dus atomen.

BEPERKT GEBRUIK VAN BOEDDHI

Zijn de zinnen en het intellect dan helemaal niet nuttig? Ze zijn nuttig, vanzelfsprekend, maar tot op zekere hoogte. Tot op een bepaald stadium is het intellect nuttig, maar wanneer dat stadium werd bereikt is het intellect niet langer nuttig. Het is daarna een hindernis. Men moet het dan achter zich laten. Zelfs in Vedanta, dat in hoofdzaak een proces van voortdurend onderzoek en analyse is, moet het intellect worden vermeden wanneer men het punt van meditatie bereikt waarop de geest naar binnen wordt gericht. De meesters wisten dat de geest niet het meest wezenlijke gedeelte van de mens is en daarom gaven ze de geest en het intellect een trap en waagden ze stoutmoedig een sprong in het Onbekende. Ze hadden een rechtstreekse ervaring van de Waarheid en genoten de hoogste Zaligheid, die ze met anderen wilden delen. Ze zeiden dan ook: "Komt allen, stervelingen, ik zal u de weg naar de eeuwige gelukzaligheid tonen waar eeuwig geluk en vrede zijn." Geloven in hun woorden is dus geen blind geloof.

Geloof is Bewustzijn dat reageert op Bewustzijn. De uiteindelijke essentie in een mens reageert op het Oneindige. Geloof komt niet van de geest en de zinnen. Geloof is de aard van het meest innerlijke wezen van de mens. Geloof is kracht. Het is een grote oorspronkelijke kracht, die de mens verheft tot een alles overstijgende ervaring.

GELOOF EEN ESSENTIELE FACTOR

Het reuzenintellect, Shankara, zelf poneerde shraddhaa(geloof) als een van de shat sampats (zes deugden) in saadhana chatoeshtaya (vier voorwaarden om het spirituele pad te betreden), viveka (onderscheidingsvermogen), vairaagya (onthechting), shat sampat (zes deugden: shama of rust, dama of beheersing van zintuigen, oeparati of het verzadigd zijn in zingenot, absolute kalmte,titikshaa of het verdragen van de paren van tegenstellingen, shraddhaa of geloof en samaadhaana of de juiste concentratie) en moemoekshoetvaof het verlangen naar verlichting. Als alles kan worden begrepen door analyse en onderzoek waarom dringt hij dan aan op shraddhaa? Zonder geloof kan een zoeker zelfs geen shravana (aanhoren van de Schriften) beoefenen. Als hij geen geloof heeft in de leraar, als hij denkt dat wat de leraar zegt onjuist kan zijn, hoe kan hij dan iets leren? Zelfs in ons dagelijks leven is geloof onmisbaar. Iemand kookt voedsel voor ons en wij eten het op. We vermoeden niet dat de kok vergif in het eten zal mengen. We gaan bij de dokter en nemen het geneesmiddel in dat hij voorschrijft. Dr. Boss zou niet naar India zijn gekomen als hij aan het bestaan van India had getwijfeld. Een argument hier zou kunnen zijn dat hij mensen had gesproken die in India waren geweest, maar zo denken we niet wanneer we spreken over het spirituele domein. In feite is dat ook het geval in het spirituele domein. Er zijn immers wijzen geweest die in de diepte van Waarheid doken en die ons hun ervaringen gaven. We hechten geloof aan mensen die beweren dat ze in India zijn geweest. Op dezelfde manier is het redelijk dat we geloof hechten aan de woorden van degenen die de Waarheid hebben gezien, want ze zeiden: "Ik heb de Waarheid ervaren en jij kunt dus ook de Waarheid ervaren op voorwaarde dat je doet wat ik deed om de Waarheid te ervaren. Ga het na voor jezelf en kijk of je dezelfde resultaten bereikt of niet." Ze verzekeren ons dat ook wij de hoogste Waarheid kunnen ervaren door het juiste pad te volgen.

Toelasidas zegt dat geloof zoals de dienstmaagd van een koningin is. Iemand die de koningin wenst te spreken, kan door de dienaren niet bij de koningin worden gebracht. Een bezoeker komt niet verder dan de deur naar de vertrekken van de koningin. Vandaar af kan alleen de dienstmaagd de bezoeker bij de koningin brengen. Al onze redeneringen, onze theoretische kennis enz. zal ons maar tot een bepaald stadium leiden, maar slechts geloof kan ons helpen om de hoogste Ervaring te bereiken. Geloof is noodzakelijk voor alle zoekers of het nu gaat om Raaja Yogis, Gnyaana Yogis of zoekers op het pad van devotie.

DE GLORIE VAN SANNYAASA

Swami Chidananda's oproep tot de jeugd van India om de wereld te verzaken

Laten we op deze grote en voorspoedige dag denken aan de glorierijke spirituele lichten van Bhaaratavarsha (India), Shrie Shankaraachaarya(de glorierijke avataar of nederdaling van Heer Shiva) en zijn schitterende lijn van monniken, die het licht en de glorie uitmaken van dit grote land. Laten we ons de Sant Parampara herinneren, de lange lijn van monniken en Mahaapoeroeshas, die de grote traditie van sannyaslevend hielden in dit land. Laten we in nederige verering buigen voor onze Goeroedev die de waarachtige belichaming van sannyas is in de hoogste zin van het woord, die de bron is van de stroom van de geest van sannyasin dit land en wiens naam een gelukkige combinatie is van de Heer van Oemaa(Shiva) en van de eigenschap van Parabrahman (het hoogste Absolute), namelijk Zaligheid (Aananda), die de basis is van de sannyasgeestin ons en die zelf de stralende belichaming van sannyas is die uit elke porie van zijn lichaam schittert met de verblindende luister van sannyasen uit wie de heldere stralen te voorschijn komen van de hoogste Brahmanishtha(het gevestigd zijn in het Absolute).