The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage


Er is een onoverbrugbare kloof tussen subject en object, een onbegrepen relatie tussen mens en natuur.

"Wat moet ik aanvangen met wat er voor mij staat? " Astronomen, fysici, scheikundigen, biologen, psychologen probeerden hierop een antwoord te geven, maar niemand slaagde erin. Ze zijn zoals de blinden die ieder een ander deel van de olifant betastten en dan begonnen te twisten.

Niemand kan de natuur ineens aanraken. Hun theorieën zijn goed als werkhypothese, maar ze schenken geen voldoening aan de ziel van de mens.

We knoeien en maken een warboel van de dingen, omdat we ze niet begrijpen.

We zouden de natuur niet mogen benaderen met de mentaliteit van een zakenman, maar zoals we zelf benaderd willen worden: met sympathie en begrip.

Wat doen de wetenschapsmensen? Ze willen de natuur veroveren. Eerst dachten ze dat de dingen zijn zoals de zintuigen ze waarnemen. Dan ontdekten ze dat er een aantrekking bestaat tussen alle dingen.

Eerst verdeelden ze de natuur in vijf elementen, omdat ze hem met vijf zintuigen waarnamen en omdat ze hem in vijf toestanden zagen: leegte, gasvormig, vuurvormig, vloeibaar en vast. Later ontdekten ze de verscheidene atomen en dachten ze dat ze de bouwmaterialen van de natuur gevonden hadden.

Spoedig werd echter ontdekt dat het atoom kan worden gesplitst. Alles bestaat uit energie, was hun conclusie.

Sommigen zeiden dat die energie uit deeltjes bestaat, anderen zagen ze veeleer als golven. Eddington zei: "Laat ze ons dus, om het probleem op te lossen, golfdeeltjes noemen. "

Ik vroeg: "Wat is de substantie waarvan de natuur is gemaakt en hoe moet ik er tegenover staan? " De wetenschap antwoordt volledig naast de kwestie en zegt: "Stel geen verdere vragen, wat jij vraagt interesseert ons niet."

In India kwam de Saankhyafilosofie op hetzelfde zijspoor terecht.

Saankhya = opsomming van de categorieën van de werkelijkheid. De Saankhya-analyse was dat er een onoverbrugbare kloof is tussen de POEROESHA en PRAKRITI.

Patanjali's Yoga gaat hiermee samen.

De wetenschap gedraagt zich zoals de leider in het verhaal van de tien mensen die een rivier overstaken. Hij wou tellen of er niemand van zijn groep verdronken was. Hij telde er slechts negen, zodat er paniek ontstond. Een voorbijganger die vroeg wat er gaande was, telde op zijn beurt. "U bent de tiende man", zei hij tegen de leider.

De wetenschapper ziet de natuur, maar nooit zichzelf. Wie is het die ziet? De ogen? Je kunt zoveel lenzen gebruiken als je wil, tenslotte is hun samenstelling het onderwerp van je studie: je lenzen behoren tot de natuur. Je neemt iets aan wat je moet bewijzen. Voor de wetenschapper zijn subject en object hetzelfde. Je lichaam is begrepen in de natuur en je gebruikt het voor je waarnemingen en je experimenten.

Hoe observeren we een experiment? Saankhya was zich bewust van deze moeilijkheid. Wetenschap werd filosofie: het gebruik van de zuivere rede in de analyse van de waarheid.

Filosofie is het werk van de geest. Wetenschap is werk met stoffelijke instrumenten.

Saankhya is één van de oudste scholen van de filosofie.

Er werd ontdekt dat het noodzakelijk is iets te vinden dat niet behoort tot de natuur, opdat de natuur kan worden bestudeerd.

"Ik moet eerst mezelf kennen. Heb ik iets anders dan dit lichaam? "

Het subject wil het object bestuderen, niet de natuur. De natuur zegt niet: "Ik ga mezelf bestuderen".

Saankhya: "Als ik mezelf niet begrijp, zal ik niets anders begrijpen!"

De filosofische analyse brengt veel feiten aan het ligt.

Een mens kan een ander mens niet bestuderen omdat die andere dan een object wordt.

Het subject kan het object niet bestuderen, tengevolge van hun onbegrijpelijke relatie. Om te weten of de rijst gaar is, hoef je niet alle korrels te proeven.

Om verschillende munten op te tellen, leg je ze eerst per soort. Een analytisch proces gaat vooraf aan een proces van synthese. Verdeel de dingen in fundamentele eenheden en probeer ze dan te verbinden op een methodische manier. Dit heet analyse en synthese.