The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage


ZO SPRAK GANDHI

Uit: Licht van Sivananda, oktober 2009, vol. 509

ZO SPRAK GANDHI

Er is een onuitsprekelijke, geheimzinnige kracht die alles doordringt. Ik voel ze al zie ik ze niet. Het is deze ongeziene kracht die zichzelf doet gevoelen en die toch alle bewijsvoering tart, omdat Ze zo anders is dan alles wat ik met mijn zintuigen waarneem. Ze overstijgt de zintuigen. Maar het is mogelijk het bestaan van God te beredeneren in een beperkte mate. Zelfs in gewone zaken zien we dat mensen niet weten wie hen bestuurt en waarom en hoe en toch weten ze dat er beslist een kracht is die hen bestuurt. Tijdens mijn rondreis vorig jaar in Mysore ontmoette ik vele arme dorpelingen en ik stelde vast toen ik het hen vroeg dat ze niet wisten wie Mysore bestuurde. Ze zeiden gewoonweg dat het een of andere god was. Als de kennis van deze arme mensen over hun bestuurder al zo beperkt is dan moet ik, die oneindig minder weet over God dan zij over hun bestuurder, niet verbaasd zijn dat ik de aanwezigheid van God, de Koning der koningen, niet verwerkelijk.

Ik voel, zoals de arme dorpelingen dat voelden over Mysore, dat er orde is in het heelal, dat er een onwrikbare wet heerst over alles en over ieder wezen dat leeft. Het is geen blinde wet, want een blinde wet kan het gedrag van levende wezens niet besturen en de wonderbare onderzoeken van Sir J. Bose hebben nu bewezen dat zelfs materie leven is. Die wet dan die over alle leven heerst is God. De wet en de wetgever zijn één. Ik kan de wet en de wetgever niet loochenen, want ik weet zo weinig over Dat of Hem. Zoals het verloochenen of mijn onwetendheid van een wereldse kracht me niets bijbrengt, zo zal ook het loochenen van God en zijn wet me niet verlossen van hun werking terwijl een nederige en stille aanvaarding van een goddelijke autoriteit het leven gemakkelijker maakt. Ik zie vaag dat terwijl alles rondom mij altijd verandert en steevast vergaat er achter alle verandering een onvergankelijke kracht is die onveranderlijk is en die alles samenhoudt, die schept, ontbindt en herschept.

Die bezielende kracht van bewustzijn is God en aangezien niets anders dat ik waarneem met mijn zintuigen kan of zal blijven bestaan, bestaat alleen Hij. En is deze kracht goedwillig of kwaadwillig? Ik zie ze als volstrekt goedwillig, want ik kan zien dat te midden van de dood het leven standhoudt, dat te midden van de leugen de waarheid standhoudt, dat te midden van de duisternis het licht standhoudt. Daaruit leid ik af dat God leven, waarheid en licht is. Hij is liefde. Hij is het hoogste goed.

Maar Hij is geen God die alleen het intellect voldoening schenkt, als Hij dat al doet. Om God te zijn moet God heersen over het hart en het hervormen. Hij moet zich uitdrukken in zelfs de kleinste daden van degenen die Hem vereren. Dit kan slechts worden gedaan door een duidelijke verwerkelijking, die echter is dan de vijf zintuigen ooit kunnen teweegbrengen. Zintuiglijke waarnemingen kunnen misleidend zijn en zijn dat vaak ook, hoe echt ze ook schijnen te zijn.

Een verwerkelijking buiten de zintuigen is onfeilbaar. Ze wordt niet bewezen door een van buitenaf komend bewijs, maar door het veranderde gedrag en karakter van degenen die de echte aanwezigheid van God voelden en wier getuigenis kan worden gevonden in de ervaring van een ononderbroken lijn van profeten en wijzen in alle landen en klimaten. Dit bewijs verwerpen is zichzelf loochenen.

Deze verwerkelijking wordt voorafgegaan door een onwrikbaar geloof. Hij die in zijn eigen leven het feit van Gods aanwezigheid test kan dit doen door een levend geloof en aangezien geloof zelf niet kan worden bewezen door van buitenaf komende bewijzen is de veiligste manier dan ook te geloven in het morele gezag dat deze wereld bestuurt en in de suprematie van de morele wet, de wet van waarheid en liefde.

Het beoefenen van geloof is het veiligst wanneer er een duidelijke vastberadenheid is om alles te verwerpen wat strijdig is met de waarheid en de liefde. Ik beken dat ik geen argument heb om te overtuigen met behulp van de rede. De enige raad die ik kan geven is niet te streven naar het onmogelijke.

Gandhi’s kiertan
Mahaatmaa Gandhi zong bij elke gelegenheid een door hem aangepaste versie van een kiertan van de grote wijze Samartha Raamdaas, die leefde in de Mahaaraashtra in de zeventiende eeuw. De taal is Maraathi, een taal die dicht aanleunt bij het Hindi. In de film Gandhi wordt deze kiertan gezongen op een arrangement van Ravi Shankar.

Raghoepati Raaghava Raajaaraam
patita paavana Sietaaraam
Sietaaraam, Sietaaraam,
bhaja pyaare t
oe Sietaaraam
Ieshvara Allah tere naam,
saba ko sanmati de Bhagavaan
Satya ahimsaa tere naam
saba ko sanmati de Bhagavaan
Mandira masjid tere dhaam
Saba ko sanmati de Bhagavaan

Vertaling
Koning Raama is leider van het geslacht van de Ra-ghoes.
Sietaa en Raam verheffen degenen die gevallen zijn.
Beminde, vereer Sieta en Raama.
Ieshvara en Allah zijn uw namen.
Heer, geef deze mensen wat gezond verstand.
Waarheid en geweldloosheid zijn uw namen.
Heer, geef deze mensen wat gezond verstand..
De tempel en de moskee zijn uw verblijfplaats.
Heer, geef deze mensen wat gezond verstand.

Ieshvara is God in het Sanskrit. Allah is God in het Arabisch. Tijdens de onlusten tussen hindoes en moslims voegde Gandhi die laatste zinnen aan de kiertan toe. Zijn gebed luidde: “Heer (Bhagavaan), geef (de) aan allen (saba ko) wat gezond verstand (sanmati).”