The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage


Het gaat over op één been staan. De meest bekende is de Boomhouding, Vrikshaasana. Je zet de linkervoetzool tegen de rechterdij of je legt hem in de rechterlies als je lenig genoeg bent. Daarna hetzelfde aan de andere zijde.

De vraag is: wat doe je met je handen? Je kunt ze in Namaskaaramoedraa of in Gnyaana- of Chinmoedraa houden.

Moedraa betekent: zegel. Het is in het Hindi een geldstuk of een bankbiljet. Het metaal van het geldstuk is niet veel waard en het papier van het bankbiljet al helemaal niets, maar toch hebben beide een waarde, omdat het waarmerk van de staat erop staat.

Swami Sivananda vroeg aan een moslim die het vereren van beelden veroordeelde of hij kinderen had. De man antwoordde dat hij een zoon had. Swamiji vroeg of hij een foto van zijn zoon had. De man haalde zijn portefeuille boven en toonde de foto. Swamiji zei: “Spuw er eens op.” De man regeerde verbouwereerd. Dat doe je toch niet, spuwen op de foto van je zoon. Waarom niet? Het is toch maar papier. Het papier is inderdaad niet zo belangrijk, maar wat het vertegenwoordigt is wél belangrijk.

In Namaskaaramoedraa worden de handen tegen elkaar geplaatst, meestal vóór de borst, maar soms ook boven het hoofd. Namaskaara betekent; een buiging maken. Bij dit gebaar van begroeting zegt men: “Namaskaara!” Soms zegt men ook: “Namaste! Gebogen zij voor jou!” Als je de handen boven het hoofd houdt kun je het Añjalimoedraa noemen. Dit is een offergebaar of een gebaar van zegening.

Met Namaskaara of Namaste (er hoeft geen accent op de e te staan, want de e is altijd lang in het Sanskrit en het Hindi) begroeten de mensen in India elkaar. Het is een eeuwenoude en diepgewortelde traditie. Wij geven elkaar de rechterhand. Ik herinner me uit mijn kindertijd dat ik bij gelegenheden grote mensen een hand moest geven. Ik stak soms mijn linkerhand uit. Mijn vader of moeder zeiden dan: “Geef je goede hand.” Als men in Saoedi-Arabië een veroordeelde een hand afhakt dan is het zijn rechterhand. Oosterlingen reinigen zich met water en de linkerhand na de stoelgang. Ze eten met hun rechterhand. Wie zijn rechterhand verliest moet dus zijn hele verdere leven eten in zijn mond stoppen met de onreine hand, wat een levenslange vernedering inhoudt. Bij ons gaf men elkaar een hand. Er wordt aangenomen dat dit was om te tonen dat men geen wapen vasthad.

Als je in de Namaskaaramoedraa staat, gaat je geest vanzelf in een gevoel van eenwording, versmelting en genegenheid. Er is links en er is rechts. In de Namaskaaramoedraa ontmoeten ze elkaar in eenheid. Ze ontmoeten elkaar in het hart.

Als je de Gnyaana- of Chinmoedraa aanneemt, gaat je geest vanzelf in een meditatieve staat. Gnyaana is kennis in de betekenis van kennis van de Kenner. Chit betekent: bewustzijn. De stemloze t verandert in een stemhebbende n onder invloed van de stemhebbende m van Moedraa.

De andere drie vingers verzinnebeelden de natuur of de drie goenas of eigenschappen. De goenas zijn de trillingstempo’s van de materie. Er zijn drie goenas: sattva, rajas en tamas of evenwicht, rusteloosheid en inertie. Als je graag mediteert is de eigenschap van sattva actief. In rusteloze mensen is rajas actief. In depressieve mensen is tamas actief. Voedsel dat licht verteert en dat wordt gegeten voor de maag en niet voor de tong vermeerdert sattva. Voedsel dat de passies stimuleert en opwinding veroorzaakt vermeerdert rajas. Voedsel dat moeilijk verteert en dat vooral wordt gegeten voor de tong en in te grote hoeveelheden vermeerdert tamas. Dit illustreert de wijze waarop deze woorden worden gebruikt. Als men er een bijvoeglijk naamwoord van maakt, wordt de klinker verlengd: saattvisch, raajasisch en taamasisch.

In Gnyaanamoedraa wordt de wijsvinger op de duim geplaatst. De andere drie vingers blijven gestrekt. Dit betekent dat als je je niet vereenzelvigt met het lichaam en de geest, de goenas hun evenwicht vinden. Of als je je niet vereenzelvigt met de goenas vinden ze hun evenwicht. Het ego is de vereenzelviging met het lichaam en de geest of met andere woorden vereenzelviging met de goenas.

De Gnyaanamoedraa leert je dat als het individu versmolten is met God dat dan de hele natuur tot rust komt. Op het einde van zijn leven schreef Goeroedev niet meer. Hij dicteerde wat hij te zeggen had aan een discipel. De laatste zin die hij toevertrouwde aan het papier was: “Happiness comes when the individual merges with God. Het geluk komt als de enkeling versmelt met God.”

Doe er je voordeel en vind je vrede. Die vrede is er altijd, maar je verdonkeremaant ze. Op je één been staan is een goed begin.