The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage


De vier kriyaas

Het woord kriyaa is afgeleid van de werkwoordswortel kri, doen. Ook karma is van die werkwoordswortel afgeleid. Yogahoudingen of aasanas worden gekenmerkt door onbeweeglijkheid, kriyaas door langzame bewegingen op het ritme van de zo langzaam mogelijke ademhaling en door het uitrekken van het lichaam terwijl de adem wordt ingehouden. Ze doen de energie vrij stromen doordat energieblokkeringen worden weggenomen. Waar het lichaam op een ontspannen wijze is uitgerekt, daar kan de energie vrij gaan doorstromen. Dit is de grondregel van kriyaa.

Kriyaa 1
Houd het hoofd rechtop, de armen hangen. Adem geluidloos en zo langzaam mogelijk uit door de neus. De longen zijn dan een ogenblik leeg. Komt de inademimpuls hef dan de armen zijwaarts op het ritme van de zo geluidloze en zo langzaam mogelijk inademing. De hele borst wordt uitgerekt. Terwijl je de adem vasthoudt gaat dat rekken door. Komt de uitademimpuls, laat dan de armen zakken op het ritme van de zo langzaam mogelijke uitademing. De longen zijn een ogenblik leeg. Herhaal dit enkele keren.

Belangrijk: blijf de hele tijd bij de voetzalen; wees je bewust van het vloeien van de adem, de langzame beweging, het rekken en het inhouden van de adem. Sta niet te trappelen en vermijd nutteloze en overbodige bewegingen.

Kriyaa 2
Adem uit door de neus. De longen zijn een ogenblik leeg. Komt dan de inademing, dan gaat de linkerhand loodrecht richting zoldering. Buig wat naar rechts. De linkervoorarm hangt boven het hoofd. Van de linkervoet tot de linkerelleboog is de hele linkerzijde uitgerekt. Komt dan de inademing, dan komt de romp overeind en zakt de hand. Doe hetzelfde rechts. Herhaal ook deze kriyaa enkele keren. De details zijn zoals in de voorgaande kriyaa.

Kriyaa 3
De adem stroomt naar buiten door de neus. De longen zijn een ogenblik leeg. Komt de inademing, dan gaat de linkerhand loodrecht richting zoldering. De romp draait naar rechts en de rechterhand reikt naar de achterkant van de linkerdij. Het gezicht is geheven naar de opstaande hand. De hele linkerzijde is uitgerekt. Komt de uitademing, dan komt de romp overeind en zakt de linkerhand. Doe hetzelfde rechts en herhaal enkele keren. Beoefen vooral deze kriyaa goed in gedragenheid.

Kriyaa 4
Eerste variatie:
Strengel de vingers in elkaar achter de rug. Adem zo langzaam mogelijk uit door de neus. De longen zijn een ogenblik leeg. Komt de inademing, dan gaat het bekken wat naar voor en gaat de romp achterwaarts hangen. Houd de adem een tijdje in. Komt de uitademing, dan buigt de romp voorover met een zo recht mogelijke rug. Zijn de longen leeg, ontspan dan de hele romp. De armen blijven ontspannen op de rug liggen. Komt de inademing, dan gaat de romp overeind. Herhaal enkele keren.

Tweede variatie:
Na enkele keren de kriyaa te hebben herhaald, kun je terwijl je vooroverbuigt de armen gestrekt heffen. De vingers blijven evenwel in elkaar gestrengeld. Laat de armen op de rug zakken alvorens weer overeind te komen.

Effect
Neem de proef op de som. Beoefen de Berghouding en de kriyaas tot je er vertrouwd mee geworden bent. Doe op zekere dag de Groet aan de Zon en de Yogahoudingen. Doe de volgende dag eerst de Berghouding en de vier beschreven kriyaas en de Groet aan de Zon en de Yogahoudingen daarna en je zult merken dat dit nu heel wat beter gaat. De kriyaas warmen het lichaam op, ze ontspannen het hele organisme en doen de energie vrij stromen.